Samenstelling Tweede Kamer 1891-1894

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Samenstelling Tweede Kamer 1891-1894 bevat een lijst met de samenstelling van de Nederlandse Tweede Kamer der Staten-Generaal in de zittingsperiode na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 1891.

Nederland was verdeeld in 84 kiesdistricten, waarin 100 Tweede Kamerleden werden verkozen.[1] Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde.

Wijzigingen in de samenstelling gedurende de zittingsperiode staan onderaan vermeld.

Gekozen bij de verkiezingen van 9 en 23 juni 1891[bewerken | brontekst bewerken]

Liberale Unie (53 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (20 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Bahlmannianen (20 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Schaepmannianen (5 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Radicaal-liberaal (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Vooruitstrevend liberaal (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 25 kiesdistricten was een tweede verkiezingsronde benodigd vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd gehouden op 23 juni 1891.
  • Arie Smit (Liberale Unie) was kandidaat in twee kiesdistricten, Middelburg en Ridderkerk. In Ridderkerk werd hij direct gekozen, in Middelburg was een tweede verkiezingsronde noodzakelijk. Hij opteerde voor Ridderkerk, als gevolg waarvan de tweede ronde in Middelburg niet werd gehouden. Op 25 juni 1891 werd in Middelburg een naverkiezing gehouden waarbij Christiaan Lucasse (Antirevolutionairen) gekozen werd.
  • Willem Mutsaers (Bahlmannianen) werd gekozen in twee kiesdistricten, Eindhoven en Waalwijk. Hij opteerde voor Waalwijk, als gevolg waarvan op 9 juli 1891 in Eindhoven een naverkiezing werd gehouden waarbij Josephus Theodorus Maria Smits van Oyen gekozen werd.
  • Hendrik Goeman Borgesius (Liberale Unie) werd gekozen in twee kiesdistricten, Veendam en Zutphen. Hij opteerde voor Zutphen, als gevolg waarvan op 9 juli 1891 in Veendam een naverkiezing werd gehouden waarbij Adriaan Louis Poelman (vooruitstrevend liberaal) gekozen werd.
  • Willem Treub (Radicaal-liberaal) werd in de tweede verkiezingsronde gekozen in het kiesdistrict Schoterland. Hij nam echter zijn benoeming niet aan. Bij een naverkiezing op 9 juli 1891 behaalde geen van de kandidaten de absolute meerderheid. In een tweede verkiezingsronde werd op 21 juli 1891 Hendrik Pyttersen Tzn. (Liberale Unie) gekozen.[4]
  • Willem Cornelis Johannes Josephus Cremers (Schaepmannianen) werd gekozen in het kiesdistrict Almelo. Hij nam echter zijn benoeming niet aan. Bij een naverkiezing op 23 juli 1891 werd Herman Schaepman gekozen.[5]
  • Hendrik Jan Smidt (Liberale Unie) werd gekozen in het kiesdistrict Emmen. Hij nam zijn benoeming niet aan vanwege zijn toetreding tot het kabinet-Van Tienhoven op 21 augustus 1891. Bij een naverkiezing op 10 september 1891 werd Petrus Hendrik Roessingh gekozen.
  • Johannes Tak van Poortvliet (Liberale Unie) werd gekozen in het kiesdistrict Amsterdam. Hij nam zijn benoeming niet aan vanwege zijn toetreding tot het kabinet-Van Tienhoven op 21 augustus 1891. Bij een naverkiezing op 10 september 1891 werd Willem Karel Marie Vrolik gekozen.
  • Willem Karel van Dedem (Liberale Unie) werd gekozen in het kiesdistrict Hoorn. Hij nam zijn benoeming niet aan vanwege zijn toetreding tot het kabinet-Van Tienhoven op 21 augustus 1891. Bij een naverkiezing op 10 september 1891 behaalde geen van de kandidaten de absolute meerderheid. In een tweede verkiezingsronde werd op 24 september 1891 Petrus Boele Jacobus Ferf gekozen. Hij werd op 2 oktober 1891 geïnstalleerd.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1891[bewerken | brontekst bewerken]

  • 28 oktober: Meindert Boogaerdt (Liberale Unie) verliet de Tweede Kamer om gezondheidsredenen. Bij een tussentijdse verkiezing op 24 november in het kiesdistrict Gouda werd Jacob Petrus Havelaar (Antirevolutionairen) gekozen. Hij werd op 1 december geïnstalleerd.
  • 9 november: Herman Jacob Dijckmeester (Liberale Unie) overlijdt. Bij een tussentijdse verkiezing op 8 december in het kiesdistrict Tiel werd Meinard Tydeman gekozen. Hij werd op 14 december geïnstalleerd.

1892[bewerken | brontekst bewerken]

  • 8 februari: Willem van der Kaay (Liberale Unie) verliet de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming als raadsheer bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij een tussentijdse verkiezing op 1 maart in het kiesdistrict Alkmaar werd hij herkozen. Hij werd op 9 maart geïnstalleerd.
  • 15 maart: De Bahlmannianen en Schaepmannianen vormden die dag de Rooms-Katholieke Kamerclub, die 25 zetels telde. Petrus Jacobus Franciscus Vermeulen (Bahlmannianen) werd aangeduid als voorzitter.
  • 18 april: Maarten Noordtzij (Antirevolutionairen) verliet de Tweede Kamer om gezondheidsredenen. Bij een tussentijdse verkiezing op 10 mei in het kiesdistrict Kampen werd Æneas Mackay jr. gekozen. Hij werd op 18 mei geïnstalleerd.
  • 2 juni: Jan Hubert Joseph Schreinemacher (Bahlmannianen) overlijdt. Bij een tussentijdse verkiezing op 28 juni in het kiesdistrict Maastricht behaalde geen van de kandidaten de absolute meerderheid. In een tweede verkiezingsronde werd op 12 juli Martin de Ras gekozen. Hij werd op 20 juli geïnstalleerd.
  • 7 juni: George Diepen (Bahlmannianen) verliet de Tweede Kamer. Bij een tussentijdse verkiezing op 28 juni in het kiesdistrict Roermond werd Gustave Louis Marie Hubert Ruijs van Beerenbroek gekozen. Hij werd op 7 juli geïnstalleerd.
  • 20 september: Gerard Jacob Theodoor Beelaerts van Blokland nam ontslag als voorzitter van de antirevolutionaire Kamerclub en werd opgevolgd door Alexander van Dedem.
  • 27 september: Petrus Jacobus Franciscus Vermeulen nam ontslag als voorzitter van de Rooms-Katholieke Kamerclub en werd opgevolgd door Gustave Louis Marie Hubert Ruijs van Beerenbroek (Bahlmannianen).
  • 12 november: Bernardus Reinierus Franciscus van Vlijmen (Bahlmannianen) verliet de Tweede Kamer vanwege zijn bevordering in een hogere officiersrang. Bij een tussentijdse verkiezing op 6 december in het kiesdistrict Veghel werd hij herkozen. Hij werd op 13 december geïnstalleerd.
  • 12 november: Joannes Paulus Theodorus van Nunen (Bahlmannianen) verliet de Tweede Kamer vanwege zijn vertrek naar Nederlands-Indië. Bij een tussentijdse verkiezing op 6 december in het kiesdistrict Zevenbergen werd Emile Alexis Marie van der Kun gekozen. Hij werd op 13 december geïnstalleerd.
  • 7 december: Henry David Levyssohn Norman (Liberale Unie) overlijdt. Bij een tussentijdse verkiezing op 3 januari 1893 in het kiesdistrict Rotterdam werd Antoine Plate gekozen. Hij werd op 28 februari 1893 geïnstalleerd.
  • 13 december: Johannes Zaaijer Azn. (Liberale Unie) verliet de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming als hoofdredacteur van de N.R.C. Bij een tussentijdse verkiezing op 24 januari 1893 in het kiesdistrict Leeuwarden behaalde geen van de kandidaten de absolute meerderheid. In een tweede verkiezingsronde werd op 7 februari 1893 Carel Victor Gerritsen (Radicale Bond) gekozen. Hij werd op 28 februari 1893 geïnstalleerd.

1893[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]