Samenstelling Tweede Kamer 1897-1901

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1897-1901 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen van 15 juni 1897. De zittingsperiode ging in op 21 september 1897 en eindigde op 16 september 1901.

Nederland was verdeeld in 100 kiesdistricten, waarin 100 Tweede Kamerleden werden verkozen. Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde.

Gekozen bij de verkiezingen van 15 en 25 juni 1897[bewerken | brontekst bewerken]

Vrijzinnig-Democratische Kamerclub (23 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Katholieken (22 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

ARP (15 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (13 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Vrije Liberalen (10 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

VAR (5 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Radicale Bond (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

SDAP (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-liberaal (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Radicaal-Liberaal (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

CH-Kiezersbond (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Groep Staalman (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Onafhankelijk a.r. (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Volkspartij (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Vrije Socialist (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 50 kiesdistricten was een tweede verkiezingsronde nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd gehouden op 25 juni 1897.
  • Jacob Theodoor Cremer (liberalen) werd in de tweede stemronde verkozen in het kiesdistrict Amsterdam VI, maar besloot zijn verkiezing niet aan te nemen vanwege zijn benoeming tot minister van Koloniën in het kabinet-Pierson. Als gevolg hiervan vonden op 17 en 24 augustus 1897 naverkiezingen plaats in dit kiesdistrict. In de tweede stemronde behaalden de overgebleven kandidaten uit de eerste ronde, Theo Heemskerk (ARP) en Willem Jacob Geertsema (Vrije Liberalen), evenveel stemmen. Omdat Geertsema de oudste van de twee was, werd hij, op grond van de kieswet, verkozen verklaard. Hij werd op 13 oktober 1897 geïnstalleerd.
  • Nicolaas Pierson (liberalen) werd in de tweede stemronde verkozen in het kiesdistrict Enschede, maar besloot zijn verkiezing niet aan te nemen vanwege zijn benoeming tot minister van Financiën in het kabinet-Pierson. Als gevolg hiervan vonden op 17 en 24 augustus 1897 naverkiezingen plaats in dit kiesdistrict. In de tweede stemronde werd Henri van Kol (SDAP) verkozen.
  • Cornelis Lely en Hendrik Goeman Borgesius (beiden lid van de Vrijzinnig-Democratische Kamerclub) namen nog voor hun formele installatie ontslag vanwege hun benoeming tot minister van respectievelijk Waterstaat, Handel en Nijverheid en Binnenlandse Zaken. Bij een naverkiezing op 17 augustus 1897 in respectievelijk Lochem en Zutphen werden beiden herkozen.[5]
  • Johannes Tak van Poortvliet (Vrijzinnig-Democratische Kamerclub) werd in de tweede stemronde verkozen in twee kiesdistricten, Amsterdam IX en Beverwijk. Hij opteerde voor Beverwijk, als gevolg hiervan werd op 28 juli 1897 een naverkiezing gehouden in Amsterdam IX, waarbij Arnold Kerdijk werd verkozen.
  • Pieter Jelles Troelstra (SDAP) werd in de tweede stemronde verkozen in drie kiesdistricten, Leeuwarden, Tietjerksteradeel en Winschoten. Hij opteerde voor Tietjerksteradeel, als gevolg hiervan vonden op 27 juli en 3 augustus 1897 naverkiezingen plaats in Leeuwarden en Winschoten. In de tweede stemronde werden in deze districten respectievelijk Hendrik Pyttersen Tzn. (liberalen) en Boelo Tijdens (radicaal-liberaal) verkozen.
  • Op 17 september 1897 overleed Jan Zijp Kzn. (liberalen) voor hij geïnstalleerd kon worden. Daarom werden op 19 en 26 oktober dat jaar herverkiezingen gehouden in het kiesdistrict Enkhuizen. In de tweede stemronde werd Aris Kool verkozen, die op 9 november 1897 werd geïnstalleerd.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1897[bewerken | brontekst bewerken]

  • 24 december: George Hermann Hintzen (vrije liberalen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot wethouder in Rotterdam. Als gevolg hiervan werden op 18 en 25 januari 1898 tussentijdse verkiezingen gehouden in Rotterdam IV. In de tweede stemronde werd Rudolf Pieter Mees R.Azn. verkozen, die op 1 maart dat jaar werd geïnstalleerd.

1898[bewerken | brontekst bewerken]

  • 15 januari: Jan Stoffel (Volkspartij) vertrok uit de Tweede Kamer omdat hij zich niet thuis voelde in het parlement. Als gevolg hiervan werden op 15 en 22 februari 1898 tussentijdse verkiezingen gehouden in Deventer. In de tweede stemronde werd Albertus van Delden (vrije liberalen) verkozen, die op 1 maart dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 13 mei: Bernardus Marie Bahlmann (katholieken) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 7 juni dat jaar in Tilburg werd Johannes Franciscus Jansen verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 14 juni 1898 geïnstalleerd.
  • 12 oktober: Josephus Theodorus Maria Smits van Oyen (katholieken) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 16 november dat jaar in Eindhoven werd Vincentius Adrianus Maria van den Heuvel verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 22 november 1898 geïnstalleerd.
  • 8 november: Albertus van Delden (vrije liberalen) overleed. Als gevolg hiervan werden op 30 november en 7 december dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Deventer. In de tweede stemronde werd Willem Hendrik de Beaufort (vrije liberalen) verkozen, die op 13 december 1898 werd geïnstalleerd.

1899[bewerken | brontekst bewerken]

  • 16 februari: Eerke Albert Smidt (Vrijzinnig-Democratische Kamerclub) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot officier van Justitie in de Arrondissementsrechtbank van Dordrecht. Bij een tussentijdse verkiezing op 17 maart dat jaar in Veendam werd Smidt verslagen door Jan Schaper (SDAP), die op 25 april 1899 werd geïnstalleerd.
  • 18 mei: Willem Henricus Jacobus Theodorus van Basten Batenburg (katholieken) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot rechter in de Arrondissementsrechtbank van 's-Hertogenbosch. Bij een tussentijdse verkiezing op 1 juni dat jaar in Elst werd van Basten Batenburg herkozen, waarna hij op 20 juni 1899 werd geïnstalleerd.
  • 24 mei: Bernardus Reinierus Franciscus van Vlijmen (katholieken) nam ontslag vanwege zijn promotie tot kolonel der infanterie. Bij een tussentijdse verkiezing op 13 juni dat jaar in Veghel werd van Vlijmen herkozen, waarna hij op 24 juni 1899 werd geïnstalleerd.

1900[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1 februari: Martin de Ras (katholieken) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot militiecommissaris van het eerste militiedistrict van Limburg. Bij een tussentijdse verkiezing op 2 maart dat jaar in Maastricht werd de Ras herkozen, waarna hij op 6 maart 1900 werd geïnstalleerd.
  • 1 april: Adrien Jonathan Rethaan Macaré (liberalen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarom werden op 11 en 18 mei 1900 tussentijdse verkiezingen gehouden in Haarlem. In de tweede stemronde werd Floris Willem van Styrum (vrije liberalen) verkozen, die op 31 mei dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 18 april: Willem Hendrik de Beaufort (vrije liberalen) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 30 mei dat jaar in Deventer werd Henri Marchant (Vrijzinnig-Democratische Kamerclub) verkozen als opvolger. Hij werd op 8 juni 1900 geïnstalleerd.
  • 8 juni: Willem Everts (katholieken) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 3 juli 1900 in Roermond werd Frans Jozef Bolsius verkozen als zijn opvolger, hij werd op 18 september dat jaar geïnstalleerd.
  • 28 augustus: Harm Smeenge (Vrijzinnig-Democratische Kamerclub) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot griffier aan het Gerechtshof in Amsterdam. Bij een tussentijdse verkiezing op 13 september dat jaar in Meppel werd Smeenge herkozen, waarna hij op 18 september 1900 werd geïnstalleerd.

1901[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]