San (volk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bosjesman-nederzetting in Namibië
Schilderingen van de San bij Murewa (ZW)

De San of Bosjesmannen is een verzamelnaam voor een aantal verschillende bevolkingsgroepen in zuidelijk Afrika, Zuid-Afrika, Namibië, Botswana en Angola. Ze behoren tot de Khoisan-groep en zijn verwant aan de Khoikhoi.

Ze spreken oorspronkelijk een grote variëteit Khoisan-talen, waarvan de meeste een groot aantal klikfonemen kennen. De onderlinge verwantschap van deze talen is nog allerminst duidelijk. Tegenwoordig spreken de San echter vooral Afrikaans. Boesman, Bushmen en Basarwa zijn andere aanduidingen voor de San. Ze hebben voor zichzelf echter geen collectieve naam. Ze kennen ook een gebarentaal die wordt gebruikt voor de jacht.

Het etnoniem San was historisch gezien gegeven door hun etnische buren en historische rivalen, de Khoikhoi. Omdat de term 'buitenstaander' betekent, prefereren velen van deze groep de titel 'Bosjesman', ofschoon deze term juist weer als politiek incorrect wordt beschouwd door westerlingen. De naam Bosjesman is Nederlands en stamt uit de tijd van de Nederlandse Kaapkolonie. De naam verwijst naar de bosjes waartussen deze mensen leefden.

De San vormden eeuwenlang kleine gemeenschappen van jagers en verzamelaars. De mannen gingen op jacht en de vrouwen verzamelden eetbare gewassen, waaronder Morea fugax, wat in Afrikaans uintjies of soetuintjies heet [1]. De voorouders van de San bewoonden ooit in groten getale en als enigen de vlakten en bergen van heel zuidelijk Afrika. De rotstekeningen die ze er maakten worden gezien als de eerste menselijke kunstuitingen.

In de tijd van de Nederlandse Kaapkolonie waren zij welbekend. Paravincini di Capelli die de Aide de Camp voor de gouverneur was, ontmoette er een aantal en schreef er in 1803 over:[1]

Aanhalingsteken openen

De Boschjesmans zyn uitermate klein en door den honger meest al sterk uitgedroogd. De Generaal nam de lengtemaat van een hunner, naar gissing een man van veertig à vyftig jaren, en bevond dat hy vier voet en drie duim groot was, de vrouwen zyn nog klynder en gantsch niet schoon. Het gelaat dezer wilden heeft veel overeenkomst met dat der Hottentotten, egter een veel snediger en vernuftiger uitzicht, het welk misschien is toeteschryven, aan de waakzaamheid welke zy voortduurend in de staat van gevaar in welke zy leeven, moeten gebruiken.

Hunne taal heeft ook meer tongslagen dan die der Hottentotten, welke dog voortyds de zelve natie uitgemaakt hebben; hunne couleur is over het algemeen veel blanker dan die der Hottentotten, eenige zelfs zyn nog minder geel dan de Spanjaarden op het eiland Teneriffe, byzonder diegene welke veel in de rivieren zyn tot de vischvangst.

Aanhalingsteken sluiten

Tijdens de Mfecane werden (vooral tussen 1826 en 1835) in de Drakensbergen de meeste San uitgeroeid of wat overbleef naar de Kalahari verdreven, waardoor, verstoken van hun voorbeelden, de kennis van het rotstekenen bij de San verdween.

Er leven nu nog ongeveer 100.000 San verspreid in kleine gemeenschappen. Hun geschiedenis wordt getekend door een voortschrijdend verlies van hun land en strijd om te overleven. Tegelijkertijd zijn ze erin geslaagd een emancipatiebeweging in gang te zetten om hun cultureel erfgoed veilig te stellen en de gemeenschappelijke culturele identiteit te versterken.

In modern Zuid-Afrika zijn de San grotendeels opgegaan in de zogenaamde kleurlingen- of Kaap-kleurlingenpopulatie van de West- en Noord-Kaap.

In Namibië leven de San nu voornamelijk ten oosten van Waterberg. De San zijn in 1904 door de Duitse overheersers de woestijn richting het huidige Botswana in gedreven. Tienduizenden zijn daarbij omgekomen. Bij Waterberg is nog een Duitse begraafplaats te bezichtigen.

Zie ook[bewerken]