Santos FC

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Santos
Santos FC
Naam Santos Futebol Clube
Bijnaam Clube do povo
Peixe
Opgericht 1912
Stadion Vila Belmiro,
Santos
Capaciteit 16.798
Voorzitter Odílio Rodrigues
Trainer Vlag van Brazilië Enderson Moreira
Competitie Campeonato Brasileiro Série A
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Thuiskleuren
Teamkleuren Teamkleuren Teamkleuren
Teamkleuren
Teamkleuren
Uitkleuren
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Santos FC is een Braziliaanse voetbalclub uit Santos in de staat São Paulo. Thuisstadion is het Vila Belmiro, dat 16.798 plaatsen heeft. De club is het meest bekend voor zijn voetbalafdeling, maar is ook in andere sporten actief. De club speelt in de hoogste klasse van zowel de staatscompetitie als de Braziliaanse hoogste klasse en is één van de vijf clubs die nog nooit gedegradeerd is, naast Flamengo, Internacional, Cruzeiro en São Paulo.

Het aanvallersduo Pelé-Coutinho bezorgde de club een glorieperiode. Met hen twee won de club negen keer het statenkampioenschap, drie Copa Libertadores, zes Braziliaanse bekers en tweemaal de Intercontinental Cup. Nadat Pelé vertrok, kwam de club in een diep dal terecht.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

In 1902 kwam het voetbal naar de groeiende havenstad met de oprichting van CA Internacional, een jaar later volgde ook SC Americano. Vanaf 1907 gingen deze clubs in de Campeonato Paulista spelen, de staatscompetitie waar tot dusver enkel clubs uit de stad São Paulo deelnamen. Santos en São Paulo liggen ongeveer 76 km van elkaar en worden gescheiden door de bergketen Serra do Mar waardoor de reiskosten vaak opliepen. Internacional gaf er in 1910 de brui aan en Americano verhuisde zelfs naar São Paulo in 1911 waardoor Santos zonder voetbalclub achter bleef.

Onder leiding van Raimundo Marques, Mário Ferraz de Campos en Argemiro de Souza Júnior werd op 14 april 1912 dan Santos FC opgericht. Tijdens de oprichtingsvergadering was er twijfel over de naam. Er lagen voorstellen zoals África Futebol Clube, Associação Esportiva Brasil en Concórdia Futebol Clube op tafel, maar uiteindelijk ging iedereen akkoord met het voorstel van Edmundo Jorge de Araujo om de club Santos Foot-Ball Club te noemen. De club ging op het voormalige terrein van Internacional spelen. Arnaldo da Silveira maakte het eerste doelpunt ooit voor de club, hij zou later ook international worden en met Brazilië de Zuid-Amerikaanse beker winnen in 1919.

Campeonato Paulista[bewerken]

In 1913 werd de club uitgenodigd om deel te nemen aan het Campeonato Paulista. De eerste wedstrijd tegen Germânia werd meteen een slachtpartij en Santos kreeg 8 goals om de oren. De volgende wedstrijd tegen Corinthians werd dan wel met 3-6 gewonnen maar daarna volgden weer twee zware nederlagen. Vanwege de hoge reiskosten besloot de club zich terug te trekken uit de competitie na vier wedstrijden, de uitslagen werden geannuleerd. In 1915 nam de club onder de naam União FC deel aan het Campeonato Santista, een stadscompetitie. De club mocht niet de officiële naam gebruiken omdat ze wel nog aangesloten waren bij de voetbalbond die het Campeonato Paulista organiseerde. Een jaar later nam de club wel weer deel aan de staatscompetitie. Dat jaar werd ook het stadion Vila Belmiro in gebruik genomen. Ary Patusca, een neef van Arnaldo da Silveira, speelde nu ook voor de club. Hij had gestudeerd in Europa en speelde voor Brühl St. Gallen en Inter Milaan, waardoor hij de eerste Braziliaan was in Europese competities. De volgende jaren eindigde de club in de betere middenmoot. In 1920 trok de club zich tijdens de competitie terug, maar maakte een jaar later wel opnieuw haar opwachting. De club eindigde meestal in de middenmoot. In 1927 streed de club voor het eerst echt mee voor de titel, de club eindigde op één punt van de uiteindelijke kampioen Palestra Itália, het huidige Palmeiras. De club scoorde op zestien wedstrijden maar liefst 100 goals, een record. Met 31 goals was Araken topschutter van de competitie. In de wedstrijd tegen Ypiranga kon Araken maar liefst 7 keer scoren, het werd 12-1. Een record dat Pelé pas 37 jaar later zou evenaren. Araken werd in 1930 ook de eerste speler van Santos die op een WK speelde en trad aan in de interland tegen Joegoslavië. Ook Feitiço was een belangrijke speler in deze tijd. De volgende twee seizoenen zou Santos opnieuw tweede eindigen, telkens achter Corinthians. Na nog twee seizoenen subtop gleed de club weg naar de middenmoot.

In 1935 werd Santos voor het eerst staatskampioen. Echter luidde deze titel geen succesperiode in, de volgende jaren werd de club opnieuw een grijze muis in de competitie. Van 29 november 1946 tot 2 februari 1947 maakte de club een toernee door het noorden van het land, de langste trip die een Braziliaanse voetbalclub ooit maakte. Ze konden twaalf keer winnen en speelden drie keer gelijk. Antoninho. Pas in 1948 streed de club weer mee voor de titel, maar moest deze uiteindelijk aan São Paulo laten. Twee jaar later strandde de club samen met São Paulo op één punt van kampioen Palmeiras. De volgende jaren eindigde de club weer in de middenmoot.

Kampioenenelftal van 1955.

Met de komst van trainer Lula ging het gestaag omhoog met de resultaten van de club. Met het nieuwe talent Emanuele Del Vecchio in de rangen eindigde de club in 1954 op een derde plaats. Een jaar later streed de club helemaal mee om de titel. Op de voorlaatste speeldag konden ze kampioen worden, maar rechtstreekse concurrent Corinthians ging in Santos met 2-3 winnen en stond zo op slechts één punt van de leider. Op de laatste speeldag kon de club wel winnen en won zo de eerste titel in twintig jaar, Del Vecchio was met 23 goals topschutter van de competitie. Het jaar erop eindigde de club gelijk met São Paulo en speelde een finale, die het met 4-2 won. Buiten Del Vecchio waren ook Tite, Manga, Zito, Jair, Pepe en Pagão belangrijke spelers voor de club. 1956 was ook het jaar dat voormalig voetballer Waldemar de Brito het toptalent Pelé ontdekte. Hij maakte op 15-jarige leeftijd zijn entree bij het eerste elftal en zou uitgroeien tot 's werelds meest legendarische speler. In 1958 maakte hij als vaste waarde deel uit van het team dat na één jaar onderbreking opnieuw de staatstitel kon veroveren. Met 58 goals verbrak hij alle topschutterrecords, een record dat nog steeds stand houdt. Datzelfde jaar begon ook de veertienjarige Coutinho voor de club. Een jaar later eindigden Santos en Palmeiras beiden eerste en kwamen er testwedstrijden, na twee keer gelijk won Palmeiras de derde wedstrijd en won zo de titel.

Nationaal niveau[bewerken]

In 1959 werd de Taça Brasil voor het eerst georganiseerd. Voor het eerst zou Brazilië een officiële landskampioen hebben en als staatskampioen van 1958 mocht Santos aantreden. Omdat de competitie van São Paulo als één van de sterktste van het land gezien werd mocht de club meteen in de halve finale aantreden, waar Grêmio gewipt werd. In de finale speelde de club tegen Bahia en verloor de heenwedstrijd met 2-3. De terugwedstrijd werd met 2-0 gewonnen maar het aantal doelpunten telde in deze tijd niet en er kwam een derde wedstrijd die door Bahia met 3-1 gewonnen werd.

Pas recent kent de club weer grote successen. Met een jong elftal werd Santos in 2002 en 2004 kampioen van Brazilië. Dit kampioensteam omvatte onder andere Robinho, Diego, Léo, Alex en Renato.

Erelijst[bewerken]

Coppaintercontinentale.pngIntercontinental Cup

1962, 1963

Copa Libertadores

1962, 1963, 2011

Copa CONMEBOL

1998

Recopa Sudamericana

2012

Landskampioen

1961, 1962, 1963, 1964, 1965, 1968, 2002, 2004

Copa do Brasil

2010

Torneio Rio-São Paulo

1959, 1963, 1964, 1966, 1997

'Campeonato Paulista

1935, 1955, 1956, 1958,1960, 1961, 1962, 1964, 1965, 1967, 1968, 1969, 1973, 1978, 1984, 2006, 2007, 2010, 2011, 2012

Bekende oud-spelers[bewerken]

Bekende trainers[bewerken]

Externe links[bewerken]