Satire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Satirische tekening van James Gillray uit 1806, die Napoleon toont als bakker van koningen en Talleyrand die al nieuw deeg kneedt

Een satire of hekeldicht is een kunstvorm waarbij vaak op humoristische wijze maatschappijkritiek wordt gegeven. De kritiek kan geleverd worden via parodie, ironie, sarcasme, pastiche en karikatuur. De doelwitten kunnen personen, politici, tradities, religie, kunstenaars, entertainers, media, normen, waarden, trends zijn. Niet alle satire is uitsluitend humoristisch bedoeld. Sommige satires zijn zo agressief en scherp dat ze vooral willen provoceren of tot actie aanzetten. Hierom zijn door de geschiedenis heen veel satirici vervolgd door de overheid.

Etymologie[bewerken]

Het woord 'satire' is, hoewel dit vaak wordt gedacht, niet afgeleid van de klassieke satyr, maar van de lanx satura, wat staat voor een schaal met gemengde vruchten. Dit verwijst naar de eeuwenoude associatie van satire met het consumeren van voedsel voor de geest (ab ovo usque ad mala = "vanaf het ei tot de appels", een Latijnse uitdrukking die ongeveer betekent: "van begin tot eind") en met het vermengen van verschillende genres en stijlen. Satire wordt ook weleens geassocieerd met de geneeskunde, waarbij de satiricus als een arts de maatschappij tracht te "genezen".

Vormen van satire[bewerken]

Le satire e l'epistole di Q. Orazio Flacco, gedrukt in 1814

Satire kan verdeeld worden in twee vormen:

  • 'Horatiaans', vernoemd naar de Romeinse dichter Horatius, duidt op lichte satire die vooral bedoeld is om op geestige wijze spot te drijven met de dwaasheid van de maatschappij. Een bekend voorbeeld is Desiderius Erasmus' Lof der Zotheid.
  • Een meer harde, scherpe, bijtende vorm van satire wordt 'Juvenaliaans' genoemd, naar de Romeinse dichter Juvenalis. Hierbij wordt op agressieve en cynische wijze kritiek geleverd met de bedoeling het publiek tot denken of actie aan te zetten. Het humoristische aspect is hierbij soms minder belangrijk. Een bekend voorbeeld is George Orwell's Animal Farm.

Satire in Nederland[bewerken]

Nederland kent een lange traditie op gebied van satire. Het boek Lof der Zotheid door Desiderius Erasmus is allicht het oudste voorbeeld. Eind 19de eeuw ontstond in Nederland het cabaret, die vaak hun publiek een figuurlijke spiegel voorhouden. In diezelfde periode ontstond het 'Amsterdamsch literair-satirisch studentenweekblad Propria Cures', dat in 1890 werd opgericht, en nog altijd verschijnt. Satirische literatuur was in Nederland onder meer terug te vinden in de werken van Godfried Bomans en de stripreeksen Tom Poes en De familie Doorzon.

In de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw had Nederland diverse spraakmakende televisieprogramma's, waaronder Zo is het toevallig ook nog eens een keer, Hoepla, Farce Majeure, Hadimassa, Het Gat van Nederland. In de jaren tachtig werd televisiesatire vooral vertegenwoordigd door Kees van Kooten en Wim de Bie. Zij werden opgevolgd in de jaren 90 door Jiskefet. In de 21ste eeuw waren er programma's als Kopspijkers en later Koefnoen en Zondag met Lubach. Met name de VPRO en de VARA hebben een traditie in satire. Een bekend satirisch radioprogramma was Cursief van de KRO, dat in de jaren zeventig werd uitgezonden.

Satire in België[bewerken]

België heeft qua satirische tradities voornamelijk het carnaval van Aalst en de Antwerpse poppentheaters zoals Poesje, die eeuwenlang machthebbers belachelijk maakten. In strips als Kuifje, Suske en Wiske en Nero vinden we soms lichte satire terug. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond het rechts-conservatieve krantje 't Pallieterke. Schrijvers als Hugo Claus en Johan Anthierens schreven satirische stukken, voornamelijk tegen de Kerk en politici gericht. Tijdens de jaren zestig en zeventig ontstonden er enkele satirische bladen, waarvan Humo en De Zwijger de bekendste zijn. Op 2 november 2008 werd een nummer van het Vlaamse blad Humo uit de rekken gehaald vanwege een satirisch bedoelde fotomontage in het blad rond de zaak-Koekelberg.[1][2] Zanger Jacques Brel zong geregeld met scherpe tong over bepaalde maatschappelijke toestanden die hem aangrepen. In Vlaanderen zelf hadden groepen als De Strangers en Vuile Mong en zijn Vieze Gasten een satirische doorslag.

Satirische televisie was in België amper te zien. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig was kortstondig op de BRT het satirische televisieprogramma Magesien te zien. Datzelfde decennium maakte Urbanus de Kerk belachelijk en later ook humanitaire doelen. Tijdens de jaren tachtig liep op de BRT de satirische televisiereeks TV-Touché. Pas in de jaren negentig brak televisiesatire in Vlaanderen echt door, al bleef de satire doorgaans zacht. Komieken als Geert Hoste en Raf Coppens brachten politiek geïnspireerde humor, terwijl series als Buiten De Zone, Alles Kan Beter, In de Gloria en Het Geslacht De Pauw voornamelijk parodieën op andere televisieprogramma's brachten. Komiek Alex Agnew laat zich ook geregeld door de actualiteit inspireren.

Parodie[bewerken]

Een satire die de spot drijft met een bestaand kunstwerk heet een parodie of persiflage.

Noten[bewerken]

  1. De verboden Humo
  2. Reacties op het bevelschrift "Humo uit de rekken"