Schalmei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Schalmei
Oude vormen van schalmeien
Classificatie
Gerelateerde instrumenten
tenora, tible, bombarde, pommer, hobo, fagot, dulciaan
Portaal  Portaalicoon   Muziek
'Herderstafereel met een schalmeispeler' (1646), door Jan Baptist Wolffort (Rijksmuseum Amsterdam).
Basschalmei (ca. 1575), door Tobias Stimmer.

Een schalmei, een herdersfluit, is een houten blaasinstrument met een rechte conische boring. De toon wordt gevormd met een dubbelriet. Vanwege zijn harde, doordringende geluid werd de fluit voornamelijk buiten bespeeld. Onder schalmei dient men elk instrument dat met een riet wordt gespeeld te verstaan. Zowel conisch (hobo) als cilindrisch (klarinet). Het woord komt zoals hieronder vermeld van het Griekse kalamos = riet. Als men cilindrische instrumenten uitsluit is daar in het Nederlands dus geen naam voor. Voorbeelde zijn de Griekse aulos, vele doedelzakpijpen, kromhoorns. Het instrument als (herders)fluit aan te duiden is onjuist, al is het niet ongebruikelijk. Bij een fluit wordt de trilling gegenereerd door tegen een scherpe rand (wig) te blazen. Dat heeft akoestisch nogal wat gevolgen. 'Chalumeau', de Franse vorm van schalmei, is de naam van de oerklarinet van voor 1700, een cilindrische schalmei dus. Hij klinkt bijvoorbeeld een octaaf lager dan een fluit van dezelfde lengte.

Het woord is ontleend aan het Middelhoogduitse schalmïe, dat teruggaat op het Middelfranse woord chalemie ('herdersfluit'). Dat woord is verwant aan het Middelfranse chalemel ('riethalm') en het Latijnse calamellus ('riet, riethalm rietfluit'), dat op zijn beurt teruggaat op het Griekse (καλαμος) kálamos ('riet, rietfluit').[1]

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

In Aziatische culturen komen verschillende vormen voor die meest in de buitenlucht gebruikt worden voor dansmuziek. Ook in bijvoorbeeld Bretagne treft men nog een schalmei aan in de lokale volksmuziek: de bombarde. Op de Balkan is de zurna nog altijd in gebruik. In Catalonië kent men de 'schalmei-achtigen': de tible en de tenora.

In de Europese traditie was de schalmei samen met de grotere familieleden van de pommer een populair instrument in de Renaissance. De bas-vormen waren vaak erg zwaar en onhandelbaar en werden daarom verdrongen door een opgevouwen versie van de dulciaan, waaruit zich de moderne fagot ontwikkeld heeft.

Ook de speelpijp van een doedelzak wordt wel - enigszins ten onrechte - schalmei genoemd, hoewel men daar meestal van opgebonden dubbelrieten gebruikmaakt. Uit zo'n speelpijp heeft de hobo zich ontwikkeld.

In de cultuur[bewerken | brontekst bewerken]

In het traditionele kerstliedje ' 't Is geboren het godd'lijk kind' spelen de herders in het refrein op schalmeien: 'komt herders, speelt op uw feestschalmeien'.

De Nederlandse dichter J. Slauerhoff heeft een gedicht geschreven met de titel 'De Schalmei' (in: Serenade, 1930). Dit gedicht was geïnspireerd op een Duitstalig kozakkenlied, 'Ach du, meine Schalmei'.[2]

In 1937 verscheen onder de titel Schalmei een 'Kultureel Maandblad voor het Zuiden'.[3]

In 1963 verscheen de liedbundel De schalmei: een liederenbundel voor scouts en gidsen (uitgegeven door het Vlaams Verbond der Katholieke Scouts en de Katholieke Studentenactie), die voornamelijk gebruikt werd binnen de jeugdbeweging.

In 1997 publiceerde de Nederlandse dichter J. Bernlef een gedicht met de titel 'Chalumeau' (Frans equivalent voor en etymologisch identiek aan schalmei) in het tijdschrift Raster, Nieuwe reeks, Jaargang 1997 (nr. 77), [4]