Scharlakenslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Scharlakenslang
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2007)
Cemophora Coccinea.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie: Colubrinae
Geslacht: Cemophora
Soort
Cemophora coccinea
(Blumenbach, 1788)
Afbeeldingen Scharlakenslang op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Scharlakenslang op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De scharlakenslang is een niet-giftige slang uit de familie gladde slangen (Colubridae). Het is de enige soort uit het geslacht Cemophora. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Johann Friedrich Blumenbach in 1788. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Coluber coccineus gebruikt.[2]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Deze soort heeft bonte en afstekende kleuren; een overwegend scharlakenrode kleur op de bovenzijde met gele tot witte dwarsbanden die zwartomrand zijn. De zwartomrande band in de nek is vaak geler tot oranje gekleurd. Andere kenmerken zijn de kleine ogen en kop zonder sterke vergroting bij de kaken zoals veel andere slangen. Er is enige gelijkenis met de giftige harlekijnkoraalslang (Micrurus fulvius), maar de slang imiteert de kleuren en is zelf niet giftig, dit wordt ook wel mimicry genoemd. Een duidelijk onderscheid is de zwarte snuitpunt van de koraalslang, De scharlakenslang heeft een rode snuit.

Algemeen[bewerken]

Leefgebied

De scharlakenslang blijft vrij klein; de maximale lengte is ongeveer 85 centimeter en deze slang leeft ondergronds en graaft holen of ligt onder rottende houthopen, net onder de strooisellaag of onder boomwortels. Het voedsel bestaat voornamelijk uit de eieren van andere reptielen, zoals slangen en hagedissen, maar ook hagedissen zelf, kleine slangen en knaagdieren worden gegeten. De scharlakenslang is endemisch in de Verenigde Staten en komt voor in het zuidoosten van het land. De habitat bestaat uit zanderige en vaak rotsachtige open gebieden waar gegraven kan worden. Vaak wordt deze soort in verstuivingen, zandheuvels en naaldbossen aangetroffen. De scharlakenslang is eierleggend, een legsel bestaat uit 3 tot 8 eitjes, de juvenielen zijn na uitkomen ongeveer 15 centimeter lang.

Bronvermelding[bewerken]