Schedegeelster
| Schedegeelster | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Gagea spathacea (Hayne) Salisb. (1806) Basioniem Ornithogalum spathaceum Hayne (1797) | ||||||||||||||||
| Schutblad | ||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||
| Schedegeelster op | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Schedegeelster (Gagea spathacea) is een plantensoort uit de leliefamilie (Liliaceae).
Naamgeving
[bewerken | brontekst bewerken]De wetenschappelijke naam van de soort werd, samen met de eerste beschrijving ervan, in 1797 als Ornithogalum spathaceum gepubliceerd door Friedrich Gottlob Hayne.[1] Toen Richard Anthony Salisbury in 1806 het geslacht Gagea voorstelde, nam hij de soort daarin op als Gagea spathacea.[2]
Determinatie
[bewerken | brontekst bewerken]Schedegeelster is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 10–25 cm. Ze behoort tot de bolgewassen. De plant heeft twee peervormige bollen die door een gezamenlijke huid omsloten worden, er zijn vaak broedbolletjes bij aanwezig.
De twee, tot 1,5 mm brede, grondstandige, lijnvormige bladeren zijn buisvormig en met kleurloos merg gevuld. Het enige schutblad onder de bloeiwijze vormt om de stengel een schede, vandaar de naam schedegeelster. De plant bloeit in april en mei met meestal één tot drie (zelden tot vijf) gele bloemen. De bloemdekbladen hebben een stompe of samengetrokken top. De bloemstelen en bloemdekbladen zijn kaal. De bloeiwijze is een schijnscherm. De plant komt echter lang niet altijd tot bloei. De vrucht is een doosvrucht. Vruchtzetting is uiterst zeldzaam; de soort plant zich (vrijwel) uitsluitend voort door vegetatieve vermeerdering, in dit geval door de productie van broedbolletjes. De soort is nonaploïd: het chromosoomaantal is 2n = 9×12 = 108. Mogelijk is de soort ontstaan uit een kruising van twee andere Gagea-soorten.[3]
Ecologie
[bewerken | brontekst bewerken]Schedegeelster komt hoofdzakelijk voor op tamelijk vochtige, mesotrofe bodems in loofbossen en tussen het hakhout.
Verspreiding
[bewerken | brontekst bewerken]Het natuurlijke verspreidingsgebied van schedegeelster strekt zich uit over de gematigde streken van het noordelijk halfrond. In Nederland komt de plant voor in het oosten van het land. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van 2012 als zeldzaam en sinds 1950 stabiel of toegenomen. In België wordt de plant beschouwd als zeer zeldzaam.
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- Schedegeelster op Ecopedia
- Schedegeelster in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- ↑ Hayne, F.G. (1797). Annalen der Botanik (Usteri) 21: 11
- ↑ Salisbury, R.A. (1806). On the Characters of a distinct Genus hitherto confounded with Ornithogalum, and called Gagea. Annals of Botany (König & Sims) 2(3): 556–557
- ↑ Pfeiffer, T., Klahr, A., Peterson, A., Levichev, I. & Schnittler, M. (2012). No sex at all? Extremely low genetic diversity in Gagea spathacea (Liliaceae) across Europe. Flora 207: 372-378 DOI:10.1016/j.flora.2012.03.002