Scheikundige revolutie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Instrumenten uit het laboratorium van Antoine Lavoisier, opgesteld in het Musée des Arts et Métiers in Parijs.

De term scheikundige revolutie, ook wel eerste scheikundige revolutie, wordt in de geschiedenis van de scheikunde gebruikt voor de herdefiniëring van het vakgebied, gebaseerd op de in de 18e eeuw ontdekte wet van behoud van massa en het in die tijd geïdentificeerde proces van de verbranding door middel van zuurstof.

Beschrijving[bewerken]

Aanleiding tot de revolutie[bewerken]

De wetenschappelijke revolutie vond met name plaats rond de Franse scheikundige Antoine Lavoisier (de zogenoemde "vader van de moderne chemie").[1] Op 20 februari 1773 schreef hij: Het feit dat het einde van het bestaansrecht van hedendaagse theorieën in zicht was dwong mij om een revolutie te weeg te brengen in de scheikunde. Een heel groot aantal experimenten moet echter nog gedaan worden. Toen hij deze woorden in zijn laboratorium schreef stond hij op het punt om de wetenschap der scheikunde voorgoed te veranderen.[2]

Diverse factoren waren aanleiding tot de revolutie, zoals de uitkomsten van de experimenten van Henry Cavendish en Joseph Priestley, die aangaven dat lucht geen op zichzelf staand chemisch element was maar dat het in feite een mengsel was van verschillende gassen. Lavoisier vertaalde ook het oude en technische chemische jargon in taal die meer toegankelijk was voor het gewone volk. Een en ander leidde tot een toename in interesse van het grotere publiek voor de scheikunde en de beoefening van het vak. Terwijl Lavoisier de nieuwe nomenclatuur beschreef, schreef hij:[3]

Aanhalingsteken openen

We moeten schoon schip maken want zij hebben gebruik gemaakt van een enigmatische taal, alleen begrijpelijk voor henzelf en hun volgelingen, en die een geheel andere betekenis heeft voor het volk; tegelijkertijd bevat het niets dat rationeel begrijpelijk is, zowel voor de een als voor de ander.

Aanhalingsteken sluiten

De revolutie[bewerken]

Traité élémentaire de chimie

De scheikundige revolutie begon met de publicatie van Lavoisier, in 1789, van Traité élémentaire de chimie (Frans voor Elementaire verhandeling over de scheikunde). In deze en volgende publicaties beschreef Lavoisier de samenstelling van lucht en water en introduceerde hij de term zuurstof. Hij verklaarde ook de theorie aangaande het proces van verbranding en verwierp aldus de flogistontheorie met zijn denkbeelden betreffende de theorie van warmtevloeistof. Zo ontdekte Lavoisier dat wanneer lood(II)oxide verhit werd met houtskool (zuiver koolstof dus), er zuiver lood gevormd werd en dat er een gas (te weten koolstofdioxide) ontsnapte. Dit leidde tot massaverlies van de oorspronkelijke stof, hetgeen in tegenspraak was met de flogistontheorie. Het artikel Traité élémentaire de chimie bevatte verder bespiegelingen over een "nieuwe scheikunde" en beschreef experimenten en verklaringen die hadden geleid tot zijn conclusies. Het artikel betekende voor de scheikunde wat Newtons Philosophiae Naturalis Principia Mathematica deed voor de natuurkunde.

In navolging van bovenstaande kwam de tijdgenoot van Lavoisier, de Zweed Jöns Jacob Berzelius, met een vereenvoudige wijze om de chemische bestanddelen, gebaseerd op de theorie van John Dalton over het gewicht van atomen, weer te geven. Tijdens de scheikundige revolutie werden de hypothesen uit de Griekse oudheid, die sedert die tijd hadden gegolden, verworpen. Bij wijze van voorbeeld: chemici begonnen het idee dat alle structuren waren samengesteld uit de vier elementen van de Oude Grieken of uit de acht elementen van de middeleeuwse alchemisten te verwerpen.

De Engelse alchemist Robert Boyle legde oorspronkelijk de basis voor de ontwikkelingen die later leidden tot de scheikundige revolutie door zijn bespiegelingen over het mechanisme; deze bespiegelingen waren gebaseerd op het corpuscularianisme en de wetenschappelijke methode van Pseudo-Geber.[4]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]