Schenkbelasting (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Schenkbelasting (tot 1 januari 2010 "schenkingsrecht" genoemd), is een belasting die wordt geheven over de waarde van alles wat krachtens schenking wordt verkregen van iemand die ten tijde van de schenking in Nederland woonde. De schenkbelasting wordt geregeld in de Successiewet 1956. In deze wet wordt tevens de erfbelasting geregeld.

Heffingsgrondslag[bewerken]

De heffingsgrondslag voor de schenkbelasting bestaat uit hetgeen door de verkrijger wordt verkregen, na aftrek van lasten en verplichtingen waardoor de schenker of een derde wordt gebaat. Als een ouder bijvoorbeeld zijn huis schenkt aan een van zijn kinderen, maar tegelijkertijd bepaalt dat hij het recht heeft om in dat huis te blijven wonen dan is niet de volledige waarde van het huis geschonken, maar de waarde van het huis belast met het recht van gebruik en bewoning, een lagere waarde (het recht van gebruik en bewoning heeft een waardedrukkend effect).

Tarief[bewerken]

Hoeveel schenkbelasing een verkrijger is verschuldigd hangt af van:

  1. de mate van verwantschap tussen de schenker en verkrijger: hoe verder de verwantschap, des te meer schenkbelasting verschuldigd is
  2. de hoogte van de verkrijging (progressief tarief)
  3. eventuele vrijstellingen

De gedurende een kalenderjaar door dezelfde schenker aan dezelfde verkrijger gedane schenkingen worden samengeteld. Bovendien worden schenkingen door ouders aan een kind gedaan samengeteld.

Het tarief (geregeld in artikel 24) is gelijk aan dat van de erfbelasting, maar de vrijstellingen zijn anders.

Vrijstellingen[bewerken]

Ouders mogen hun kinderen jaarlijks € 5.229 (2014) per kind belastingvrij schenken. Per kind geldt dat ouders dat kind eenmalig als het een leeftijd tussen de 18 en 40 jaar heeft een bedrag van € 25.096 (2014) belastingvrij kunnen schenken. Gebruikt het kind de schenking voor de aankoop of verbouwing van een eigen huis, de aflossing van een eigenwoningschuld of voor de betaling van een dure studie of opleiding, dan mag dat bedrag verhoogd worden tot € 52.281 (2014)[1]. Als gebruik gemaakt wordt van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor de financiering van een dure studie, dan moet deze schenking worden vastgelegd in een notariële akte. Sinds 2012 geldt deze verplichting, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010, niet meer voor de eenmalig verhoogde vrijstelling voor de eigen woning.[2] Is reeds eerder, voor 2010, van de verhoogde vrijstelling gebruik gemaakt, dan is een aanvullende vrijstelling mogelijk van € 27.185 (2013) (= € 52.281 -/- € 25.096) voor de eigen woning. In het jaar dat van deze aanvullende vrijstelling wordt gebruikgemaakt mag ook de vrijstelling van € 5.229 nog worden benut.[3]

Voor alle andere verkrijgers geldt een jaarlijkse vrijstelling van € 2.092 (2014) per schenker.[4] De vrijstellingen zijn dus (op onderstaande tijdelijke uitzondering na) veel beperkter dan bij de erfbelasting. Er is bijvoorbeeld geen hogere vrijstelling voor ouders en kleinkinderen.

Een algemeen nut beogende instelling (ANBI) en een sociaal belang behartigende instelling (SBBI) zijn vrijgesteld van schenkbelasting over de giften die ze ontvangen. Ook de uitkeringen die een ANBI doet in het algemene belang zijn vrijgesteld van schenkbelasting.

Bij ministeriële regeling (Schenkbelasting. Tijdelijke verruiming van de vrijstelling voor de schenking voor de eigen woning. Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 16 september 2013, nr. BLKB2013/1699M.) is bepaald dat in 2013 het bovengenoemde vrijstellingsbedrag van (toen) € 51.407 werd verhoogd tot € 100.000, en dat voor een schenking aan een ander dan een kind het bovengenoemde vrijstellingsbedrag van (toen) € 2.057 werd verhoogd tot € 100.000, mits dit bedrag werd besteed aan een eigen woning. Voorwaarde was dat de extra schenking niet eerder dan 1 oktober 2013 was gedaan. Net als bovengenoemd werden in het geval van een kind eerdere extra vrijstellingsbedragen in mindering gebracht. [5][6]

Het Belastingplan 2014 bepaalde dat de regeling ook nog in 2014 gold, maar wel per schenker-verkrijger-combinatie eenmalig, er kon niet in beide jaren gebruik van gemaakt worden. Voor onbepaalde tijd geldt dat onder besteden aan een eigen woning ook valt het aflossen van een fiscale restschuld eigen woning.

Aangifte[bewerken]

Indien een bedrag wordt geschonken wat gelijk is of kleiner dan de jaarlijkse vrijstellingen van € 5.141 en € 2.157, dan hoeft daarvoor geen aangifte te worden gedaan. Als het bedrag hoger is dan de vrijstelling, dan moet dat wel. Verder moet altijd aangifte gedaan worden als men gebruik wil maken van de eenmalig verhoogde vrijstellingen van € 24.676, € 51.407 of € 100.000. In de aangifte moet dan beroep op die vrijstelling gedaan worden.

De aangifte moet worden gedaan binnen twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de schenking is verricht.[7]

Wijziging van het huwelijksgoederenregime van huwelijksvoorwaarden in een algehele gemeenschap van goederen geldt niet als schenking.

Schenking vrij van recht[bewerken]

Mogelijk is dat de schenker ook de door de verkrijger verschuldigde de schenkbelasting voor zijn rekening neemt. Deze zogenaamde 'schenking vrij van recht' kan in voorkomend geval ook noodzakelijk zijn wil de verkrijger niet door de aanslag schenkbelasting genoodzaakt zijn het verkregene te moeten verkopen om de schenkbelasting te kunnen voldoen. Bij een schenking vrij van recht behoort ook de in beginsel door de verkrijger verschuldigde belasting tot de grondslag van heffing. De over de verkrijging verschuldigde schenkbelasting wordt dan immers ook door de verkrijger verkregen. Over die door de verkrijger verschuldigde schenkbelasting dient ook weer schenkbelasting berekend te worden enzovoorts, zodat een eenvoudige berekening van de verschuldigde schenkbelasting nauwelijks mogelijk is. Het rekenprogramma van de belastingdienst is hierbij ook behulpzaam. [8]

Overlijden van de schenker[bewerken]

Bij overlijden van de schenker binnen 180 dagen na de schenking wordt de ontvanger geacht het geschonkene krachtens erfrecht te hebben verkregen. Er is dan dus geen schenkbelasting verschuldigd, maar het geschonkene telt mee voor de erfbelasting. Dit geldt voor de vrijgestelde schenking tot € 100.000.

Geschiedenis[bewerken]

Met ingang van 1 januari 2010 zijn de tarieven aanmerkelijk vereenvoudigd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties