Schildklier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schildklier
Glandula thyroidea
Thyroid.png
1: schildklier2: bijschildklier
1: schildklier
2: bijschildklier
Gegevens
Systeem Endocrien systeem
Naslagwerken
TA A11.3.00.001
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De schildklier, glandula thyroidea[1] of verkort het thyroïd is een klier die hormonen afscheidt; namelijk tri-joodthyronine (T3), thyroxine (T4) en calcitonine. De schildklier komt bij alle gewervelde dieren voor en vertoont daarbij dezelfde structuur.

Bij de mens[bewerken]

Bij de mens is de schildklier een vlindervormige (endocriene) klier gelegen aan de voorzijde van de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan. Hij bestaat uit twee kwabben, opgebouwd uit follikels (blaasjes). Tussen de schildklierfollikels liggen de parafolliculaire cellen, de zogenaamde C-cellen. De schildklier wordt van bloed voorzien door vier slagaders en is daarmee een van de best doorbloede organen in het lichaam.

Hormonen[bewerken]

De schildklier produceert schildklierhormonen uit jodium en tyrosine. Hieruit wordt thyroxine of T4, geproduceerd. Als een joodatoom met behulp van een dejodase in de periferie van T4 wordt afgehaald, ontstaat er T3 (tri-joodthyronine). T3 is actiever dan T4, maar komt in mindere mate voor. Beide hormonen beïnvloeden stofwisselingsprocessen.

Het schildklierhormoon stimuleert de stofwisseling en de groei.

De aanmaak van T4 wordt geregeld door de hypothalamus en de hypofyse: TRH (thyreotropinevrijmakend hormoon, thyreotropin releasing hormone) wordt afgescheiden door de hypothalamus. De hypofyse wordt door TRH gestimuleerd om thyreoïdstimulerend hormoon (TSH) af te geven. De schildklier wordt door TSH gestimuleerd om T4 te maken. De hypothalamus registreert tevens de concentratie T4 in het bloed. Hoe hoger deze concentratie, des te minder TRH de hypothalamus afscheidt. Hierdoor wordt er dus ook minder TSH en T4 afgescheiden (zie ook terugkoppeling).

De C-cellen tussen de schildklierfollikels produceren het hormoon calcitonine.

Aandoeningen[bewerken]

De meest voorkomende aandoeningen zijn de te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie, bijvoorbeeld veroorzaakt door de ziekte van Graves) en de te langzaam werkende schildklier (hypothyreoïdie), waardoor een teveel respectievelijk een tekort aan schildklierhormoon ontstaat. Deze ziektes, en abnormale schildklierhormoonwaarden per se, kunnen tijdens de zwangerschap de hersenontwikkeling van het kind negatief beïnvloeden.[2]

Gewervelde dieren[bewerken]

De schildklier ontstaat embryonaal als een uitstulping van de onderwand van de kieuwdarm. De schildklier bevindt zich in het algemeen in de halsstreek, aan de borstzijde van de luchtpijp; bij vissen ligt dit orgaan onder de kieuwkorf, dicht bij de ventrale aorta. Bij vele visgroepen, reptielen en zoogdieren is er één schildklier; bij de meeste amfibieën, hagedisachtigen en vogels is de schildklier gepaard. Bij beenvissen kan de klier gescheiden zijn in een linker- en rechterhelft, die vaak elk 'uiteengevallen' zijn in kleine stukjes.

De grootte van de schildklier staat in een zekere verhouding tot de grootte van de grondstofwisseling, die vooral door het schildklierhormoon thyroxine wordt geregeld. Walvissen en dolfijnen, die aan grote afkoeling blootstaan en veel bewegen, hebben een relatief hoog schildkliergewicht, evenals de mens, bij wie het, afhankelijk van het lichaamsgewicht, varieert van 25 tot 40 g.

Behalve de bij schildklierhormoon beschreven functie (activering van de celstofwisselingsprocessen) worden bij dieren ook andere werkingen aan het schildklierhormoon toegeschreven, zoals die op de gedaanteverwisseling (bij amfibieën), het vervellen (reptielen) en de rui bij vogels. Verder zorgt schildklierhormoon voor de 'rijping' of transformatie van verschillende enzymsystemen van foetaal stadium in volwassen stadium.

Externe links[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek