Scholion

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een scholion (Oudgrieks: σχόλιον, schólion; meervoud: σχόλια, schólia; Latijn: scholium) was een kanttekening in Griekse en Latijnse handschriften.

Zulke aantekeningen of scholia bevatten kritische opmerkingen, verklaringen van moeilijke plaatsen, enzovoorts. Oorspronkelijk waren het vooral uittreksels uit de werken van Alexandrijnse geleerden, en bij het kopiëren van het handschrift werden zij dikwijls mee overgeschreven en werden daarbij vaak ook gewijzigd en vermeerderd. Het woord σχόλιον komt voor het eerst bij Cicero voor.[1] De zaak werd in het tijdvak van Augustus voor het eerst ingevoerd door Didymus en nam in de volgende eeuwen steeds meer toe, naarmate men de beoefening van de grotere kritische en exegetische werken van de Alexandrijnse geleerden verwaarloosde en zich slechts hield aan de daaruit getrokken scholia. Het vervaardigen van scholia bleef duren tot in de 15e eeuw.

De schrijvers van de nog bestaande scholia zijn zo goed als onbekend, in het bijzonder van de Griekse scholia, en de tijd van hun vervaardiging valt in de latere eeuwen n.Chr. en in de Byzantijnse tijd.

Het belangrijkste en uitvoerigste zijn de scholia op Homerus, Hesiodus, Pindarus, Sophocles, Aristophanes, Apollonius Rhodius, Aratus, Nicander en Theocritus. Onder de Romeinse schrijvers zijn het de scholia op Plautus, Terentius, Horatius, Persius en Juvenalis. De belangrijkste Latijnse scholiasten zijn Donatus, Porphyrio, Probus en Servius. Minder belangrijk zijn de scholia op Aeschylus, Euripides, de Anthologia Graeca, Callimachus, Plato, Thucydides, Demosthenes en Aeschines.

Noot[bewerken]

  1. Epistula ad Atticum XVI 7.3.

Referenties[bewerken]

  • art. Scholia, in F. Lübker - trad. ed. J.D. Van Hoëvell, Classisch Woordenboek van Kunsten en Wetenschappen, Rotterdam, 1857, pp. 859- 860.
  • art. Scholium, in J.G. Schlimmer - Z.C. de Boer, Woordenboek der Grieksche en Romeinsche Oudheid, Haarlem, 1920, p. 544.