Schoolzwemmen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Schoolzwemmen is het krijgen van zwemles onder schooltijd.

Nederland[bewerken]

Het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen stimuleert het leren zwemmen op school slechts in beperkte mate.[bron?] Omdat Nederland een waterland is, is het risico van verdrinking relatief groot. In Nederland is het percentage mensen dat kan zwemmen hoog[bron?]. De school beslist zelf of zwemles in het lesprogramma wordt opgenomen. Een aantal steden biedt schoolzwemmen aan aan de scholen. Zij kunnen hiervan gebruikmaken. In alle vier de grote steden (Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Amsterdam) wordt schoolzwemmen verzorgd. Het aantal lessen en de duur van de lessen wordt door de gemeenten zelf vastgesteld. In de tijd van de bezuinigingen (2010) wordt er ook op sport gekort. Hierdoor wordt in de gemeenten het aanbod van schoolzwemmen ter discussie gesteld. Schoolzwemmen is niet altijd een sportaanbod, het is vaak een onderwijsaanbod (leren zwemmen). Omdat gemeenten ook bijdragen in de exploitatie van het zwembad wordt de bezuiniging die door stoppen met schoolzwemmen gehaald lijkt te worden, kleiner door het grotere tekort op de exploitatie wat hierdoor ontstaat.

De leeftijd waarop kinderen leren zwemmen is verschillend. Eventueel worden leerlingen per bus naar het zwembad gebracht en weer gehaald. Scholen die zwemmen opnemen in het lesprogramma, proberen alle leerlingen ten minste zwemdiploma A te laten halen. Leerlingen die dit al hebben behaald, kunnen doorgaan voor B of C en soms ook voor zwemvaardigheidsdiploma's.

Schoolzwemmen heeft in Nederland een lange traditie, wat weerspiegeld wordt in de term schoolslag.

Schoolzwemmen kan ook buiten schooltijd plaatsvinden.

Bij sommige zwembaden kunnen de vorderingen van de leerlingen sinds 2000 worden gevolgd op de site van zwemscore of van het zwembad zelf.

Vlaanderen[bewerken]

De Vlaamse overheid heeft "kunnen zwemmen" als eindterm opgenomen in het lesprogramma van lagere school. Het wordt dus in alle lagere scholen gegeven. In de regel gaan de klassen vanaf de derde kleuterklas wekelijks naar het zwembad. Omdat de leerkracht dan handen en ogen tekortkomt (bijvoorbeeld bij het omkleden), doen veel scholen beroep op zwemouders of voorziet de gemeente zwemleraren. Hiervoor doet de school vaak een beroep op de badmeesters van het zwembad waar de leerlingen zwemmen. Aanvankelijk is het zwembadbezoek eerder watergewenning, later ook echte zwemles, voorbereidend op het halen van een zwembrevet.