Schoonheidsideaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
World beauty queen 2018

Een schoonheidsideaal is wat binnen een bepaalde cultuur als het toppunt van menselijke schoonheid wordt beschouwd. Er zijn individuele verschillen in de perceptie van aantrekkelijkheid, maar veel is ook sociaal en cultureel bepaald en verschilt dus afhankelijk van plaats, tijd en cultuur.[1] In verschillende culturen en periodes zijn zo verschillende schoonheidsidealen tot stand gekomen, met name voor vrouwen. Schoonheidsidealen worden verspreid en in stand gehouden door media, reclame en populaire cultuur en zijn onderhevig aan globalisering. Binnen een cultuur kunnen er verschillende, soms tegenstrijdige ideaalbeelden bestaan.[2]

Schoonheidsidealen kunnen, zeker wanneer ze onrealistisch of praktisch onhaalbaar zijn, een negatieve invloed hebben op het lichaamsbeeld en de eigenwaarde van personen die ze nastreven. Zo wordt het huidige westerse schoonheidsideaal als onmogelijk te bereiken beschouwd voor de meeste vrouwen. Het streven naar het geïdealiseerde postuur van een kleine groep slanke fotomodellen en mannequins kan aanleiding geven tot een negatief zelfbeeld en aandoeningen als anorexia.[3] Uit verzet hiertegen onderneemt men soms pogingen om 'te magere' modellen te verbieden.[4]

Westers schoonheidsideaal[bewerken | brontekst bewerken]

Vrouw[bewerken | brontekst bewerken]

In het Westen in de 21e eeuw is de ideale vrouw jong, mager en blank met lange benen, ronde borsten, grote ogen, volle lippen en een egale huid.[2]

Het Europese en westerse schoonheidsideaal veranderde ingrijpend in de loop van de geschiedenis. In de renaissance keek men op naar mollige dames met een grote boezem, ronde buik en lichte huid. In de 19e eeuw werd een slanke taille begeerlijk. Tijdens de jaren 20 veranderde het schoonheidsideaal en werd een recht figuur met kleine borsten het streefdoel. In de jaren 30 tot 50 kwam een uitgesproken zandloperfiguur op. Het schoonheidsideaal van de jaren 60 was mager en jongensachtig, terwijl er in de jaren 70 meer aandacht was voor naturelle looks en diverse huidskleuren. In de jaren 1980 maakten supermodellen een opmars: lange, slanke en atletisch gebouwde topmodellen. Extreem mager, androgyn en bleek was een schoonheidsideaal uit de jaren 90, net zoals men opkeek naar 'babes' die een slanke figuur combineren met grote borsten.[5]

Man[bewerken | brontekst bewerken]

In het Westen is de ideale man groot, gespierd[6] en breedgebouwd, waarbij het torso een V-vorm heeft. Hij heeft een gezicht met een uitgesproken kaaklijn en jukbeenderen.[7]