Schoonouder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een schoonouder betreft de moeder of de vader van de wederhelft waarmee men is (of was) getrouwd. Soms wordt het begrip schoonouder ook gebruikt in niet-huwelijkse relaties.

In het geval van de moeder spreekt men van schoonmoeder, in het geval van de vader spreekt men van schoonvader. Aanverwantschap eindigt niet door echtscheiding. Schoonouders zijn de grootouders van kinderen geboren uit het huwelijk van hun kind met een schoonzoon of schoondochter.

In sommige landen leiden schoonouderrelaties tot onderhoudsverplichtingen.

Historische benamingen[bewerken]

In de Middeleeuwen kende het Middelnederlands andere benamingen voor verschillende aangetrouwde verwantschappen:[1]

  • schoonvader: 'sweer'
  • schoonmoeder: 'swegher'
  • schoondochter: 'snare'
  • schoonzoon / schoonbroer: 'swagher', 'swaghelinc'
  • schoonzus: 'swageres'

Vanaf de veertiende eeuw werden deze oorspronkelijke woorden langzaam maar zeker vervangen door leenvertalingen uit het Frans (beau-fils, belle-mère, enz.). In het Frans werd 'beau' al vanaf de tiende eeuw gebruikt als hoffelijke aanspreekvorm en vanaf de dertiende eeuw voor aangetrouwde familieverwantschappen.[1] In het standaardnederlands is alleen 'zwager' (voor schoonbroer) overgebleven.[2]

Andere verouderde benamingen zijn 'behuwde zoon' of 'behuwdzoon' (Middelnederlands: 'behuwede sone') en 'behuwdvader' enzovoort.[1]

Trivia[bewerken]

  • Schoonouders zijn soms onderwerp van grappen en bron van al dan niet veronderstelde spanningen met hun schoonkind. Vooral schoonmoeders hebben een bijzonder slecht imago. De "schoonmoedersstoel" heeft hier bijvoorbeeld betrekking op.

Zie ook[bewerken]