Scintigrafie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Scintigrafie is het registreren van radioactieve vervalprocessen door middel van een permanent medium, meestal als een beeldvormende techniek in de geneeskunde. Hiertoe wordt aan de patiënt een radioactieve stof toegediend die zich bij voorkeur in een bepaald orgaan of afwijking ophoopt, waarna met een detector wordt nagegaan waar de toegediende activiteit zich na enige tijd (meestal een paar uur) concentreert. Een voorbeeld is de botscan, een meer geavanceerde toepassing de SPECT-scan. De naam komt van het begrip scintillatie, het verschijnsel dat sommige stoffen een lichtflitsje uitzenden als ze worden getroffen door een energierijke straal of deeltje.

Scintigrafie kan in combinatie met inspanningsonderzoek waardevolle informatie opleveren over angina pectoris. Niet alleen kan scintigrafie het bestaan van ischemie bevestigen, maar ook de plaats en de omvang van het aangetaste deel van de hartspier zichtbaar maken, evenals de hoeveelheid bloed die de hartspier bereikt.

Scintigrafie van de schildklier wordt mogelijk gemaakt door toediening van radioactief jodium. Scintigrafisch onderzoek van de schildklier kan een indruk geven over de functionele activiteit, omvang en aantal van de nodulaire afwijkingen. Een solitaire 'koude' nodus is in circa 10% van de gevallen maligne. Indifferente en zelfs 'hete' noduli sluiten een carcinoom niet met zekerheid uit.