Scintillatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Scintillatie ("twinkeling") is een begrip in verschillende wetenschappen, dat refereert aan bijzondere effecten die ontstaan rond de afbuiging, reflectie of refractie van licht.

Atmosferische scintillatie[bewerken]

Scintillatie in de astronomie (ook bekend als atmosferische scintillatie) is het fonkelen van de sterren dat wordt veroorzaakt door instabiliteit van de dampkring van de Aarde (seeing). Luchtdeeltjes zijn constant in beweging door temperatuurverschillen. Hierdoor lijkt op een warme dag bijvoorbeeld de horizon te trillen. Hemellichamen zoals sterren ondervinden hetzelfde effect. Zelf fonkelen zij niet, maar doordat ze door de dampkring schijnen wordt hun licht enigszins afgebogen en gebroken (zoals in een prisma), waardoor de ster licht lijkt te trillen of voortdurend van kleur te veranderen. Dit effect wordt opvallender naarmate de ster dichter bij de horizon staat, aangezien het licht dan een veel langere weg door de dampkring moet afleggen – en dus meer breking ondervindt – dan wanneer de ster in het zenit staat.

Scintillatie is het duidelijkst zichtbaar bij lichtbronnen die de omvang van een punt benaderen, zoals het geval is bij sterren. Planeten ondervinden ook scintillatie, maar die is nauwelijks zichtbaar omdat planeten veel dichter bij de aarde staan en daardoor een klein schijfje aan de hemel vormen in plaats van een punt. Dit verschil in scintillatie kan worden gebruikt om aan de hemel sterren en planeten van elkaar te onderscheiden.

Stralingsscintillatie[bewerken]

In de elementaire natuurkunde is scintillatie de kenmerkende lichtflits die voorkomt als fluorescente stoffen gebombardeerd worden met een of andere straling.

Wanneer fluorescente stoffen bestraald worden met een of andere straling, nemen deze stoffen de stralingsdeeltjes op. De energie waarin de straling zo omgezet wordt, na verloop van tijd, weer uitgestraald als licht -- ditmaal met de golflengte die kenmerkend is voor de fluorescente stof (een langere golflengte dan die van de straling, die afhangt van de Stokes-verschuiving van de fluorescente stof). Het resultaat (zeker bij straling van een hogere intensiteit, waarbij de kans op botsing van straling en stof op een gegeven moment dus zeer hoog wordt) is een "lichtflits".

Dit effect wordt gebruikt bij een vorm van stralingsmeter die een scintillatiemeter genoemd wordt.

Radarscintillatie[bewerken]

Scintillatie bij radarinstallaties is het verschijnsel dat een op radar getoond object "in de rondte lijkt te springen". Dit wordt veroorzaakt door de verplaatsing en rotatie van het reflectievlak van objecten waar de radiostralen vanaf reflecteren. Dit kan veroorzaakt worden door beweging of draaiing van het object.

Scintillatie van radiogolven[bewerken]

Soms gebeurt het dat plaatselijk sterker geïoniseerde gedeelten in de ionosfeer radiogolven tijdelijk focuseren of defocuseren; hieruit resulteert een fading van het signaal van enkele dB's in zowel negatieve als positieve zin. Uiteraard heeft dit uitsluitend betrekking op radiogolven welke vanuit de ruimte de aarde bereiken zoals de signalen van ruimtesondes of de moonbouncesignalen van radioamateurs.

Externe link[bewerken]