Seinstelsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Foto van een Amerikaans dwergsein
Een vormsein, uitgevoerd als dwergsein. Deze is van de Amerikaanse spoorwegmaatschappij CSX en staat bij Baltimore in Maryland. Er zijn ook enkele vormseinen bevestigd aan de seinbrug die verderop staat. Daarvan is alleen de achterzijde zichtbaar.

Een seinstelsel beschrijft de algemene principes, kenmerken en samenhang van spoorwegseinen en hun betekenissen. Een seinstelsel dient ook als standaard voor een consequent gebruik van seinen en seinbeelden. Binnen een land of spoorwegmaatschappij wordt één of een beperkt aantal seinstelsels gehanteerd.

Vrijwel alles wat informatie of aanwijzingen aan de machinist doorgeeft wordt sein genoemd. Geluidssignalen, borden, gebaren en gekleurde lichtbronnen zijn allemaal seinen. Gesproken of schriftelijke opdrachten zijn geen seinen maar aanwijzingen. Een spoorwegbedrijf kent vaak meer dan honderd soorten seinen, maar bij de beschrijving van seinstelsels beperkt men zich tot de seinen die moeten voorkomen dat treinen te snel rijden of met elkaar in botsing kunnen komen. Seinbeelden kunnen veel beter begrepen worden als men kennis heeft van het onderliggende seinstelsel.

Kenmerken van seinstelsels[bewerken]

Wereldwijd bestaan er talloze seinstelsels, die onderling soms sterk verschillen. Een voorbeeld van een belangrijk verschil is de betekenis van een groen licht. In de seinstelsels in Noord-Amerika zegt een groen licht alleen iets over de toestand van het spoor, bijvoorbeeld dat er op dat moment geen andere trein rijdt en dat het met een bepaalde maximumsnelheid bereden mag worden. Daarom mag machinist in Noord-Amerika niet zonder meer rijden als hij een groen licht naast of boven het spoor voor zich ziet. Een sein met een groen licht geeft in Noord-Amerika geen rijtoestemming door! Die rijtoestemming moet een machinist in Noord-Amerika expliciet krijgen van de seinhuiswachter of verkeersleider. Bij de meeste Europese seinstelsels heeft een machinist of treinbestuurder geen aparte rijtoestemming nodig en mag hij rijden als een sein dat aangeeft. Met andere woorden: een sein met een groen licht geeft in Europa meestal ook een rijtoestemming door.

Onderscheidende kenmerken[bewerken]

Er zijn meer kenmerken van seinstelsels die van belang zijn.

  • Een seinstelsel kan bestaan uit cabineseinen of uit baanseinen.
    • Oudere baanseinen die meerdere seinbeelden konden tonen maakten gebruik van beweegbare onderdelen, zoals seinarmen. Ze worden vaak gecombineerd met lichten.
    • Moderne baanseinen kennen seinen met alleen lichten. Soms worden deze aangeduid als lichtseinstelsels.
  • Een seinstelsel kan heel eenvoudig zijn en relatief weinig informatie geven, of juist veel informatie geven en relatief ingewikkeld zijn.
  • Een richtingsseinstelsel geeft bij wissels aan in welke stand die liggen, zodat de machinist de snelheid daarop kan aanpassen. Een snelheidsseinstelsel geeft zo precies mogelijk aan wat de maximumsnelheid van een trein op een bepaald moment is.
  • Een seinstelsel kan in meerdere of mindere mate gericht zijn op het geven van informatie, of op het geven toestemmingen en/of opdrachten. Zo is een richtingsseinstelsel meer gericht op het geven van informatie en een snelheidsseinstelsel meer gericht op opdrachten om de snelheid te beperken tot de grenzen die de seinen aangeven.

Kwaliteitskenmerken[bewerken]

Kwaliteitskenmerken zijn belangrijk bij de keuze en ontwikkeling van een seinstelsel.

  1. Leesbaarheid van de seinbeelden. De betekenis van een seinbeeld moet gemakkelijk te begrijpen zijn. Als er meer lichten tegelijk zichtbaar zijn vormen de lichten bij voorkeur een duidelijke figuur, bijvoorbeeld een rechte lijn.
  2. Duidelijkheid van begrippen. Zoals een duidelijk onderscheid tussen opdrachten, toestemmingen en informatie.
  3. Onderscheid van de seinbeelden. Kleurverschillen moeten zo duidelijk mogelijk zijn. Als er meer lichten tegelijk zichtbaar zijn en de figuur die zij vormen een betekenis heeft (vormsein), dan moeten de figuren makkelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Bijvoorbeeld lichten in een horizontale lijn of in een duidelijk hellende lijn.
  4. Faalveiligheid. Een storing, bijvoorbeeld een licht dat het niet meer doet, mag niet leiden tot een minder beperkend seinbeeld.
  5. Eenvoud. Voor elk begrip niet meer dan één seinbeeld en geen overvloed aan begrippen. De betekenis van een seinbeeld is bij voorkeur niet afhankelijk van eerder gepasseerde seinen.
  6. Ondubbelzinnigheid. Een seinbeeld mag maar één betekenis hebben.
  7. Volledigheid. Voor elk begrip moet een er seinbeeld zijn.
  8. Uitbreidbaarheid. Als aan een seinstelsel een nieuw seinbeeld moet worden toegevoegd mag dat bovenstaande kemerken geen geweld doen.

Voorbeelden[bewerken]

Nederlands seinstelsel 1955[bewerken]

Foto van Nederlands dwergsein
Een Nederlands dwergsein dat onderdeel is van het seinstelsel 1955. Dit sein staat bij station Amsterdam CS.

Het seinstelsel dat in Nederland wordt gebruikt is ingevoerd als lichtseinstelsel 1955.[noot 1] Dit Nederlandse seinstelsel is in vergelijking met de seinstelsels in het buitenland heel eenvoudig. De betekenissen van seinen zijn daardoor gemakkelijk af te lezen. Het is een snelheidsseinstelsel. Nederlandse seinen laten gewoonlijk slechts één licht zien, namelijk groen, geel of rood. Een groen of geel licht wordt soms gecombineerd met een getal. De getallen geven snelheden aan in tientallen km/h. Een getal bij een groen licht betekent dat het sein met die snelheid voorbij gereden mag worden; een cijfer bij een geel licht betekent dat de snelheid tot die waarde begrensd moet worden en uiterlijk bij het volgende sein bereikt moet zijn. De borden langs de baan die aangeven wat de maximumsnelheid op het betreffende baanvak is horen ook bij dit seinstelsel.

1rightarrow blue.svg Zie ook: Het Nederlandse seinstelsel in het artikel Spoorwegsein

Nederlands seinstelsel 1949[bewerken]

In Nederland heeft enige tijd nog een ander lichtseinstelsel in Nederland bestaan, namelijk het 'seinstelsel 1949'. In dit seinstelsel kwamen driehoogteseinen voor. Deze heetten zo omdat in deze seinen met drie lichten boven elkaar werden gebruikt. Vaak toonden seinen van dit seinstelsel één groen licht en twee witte tel- of markeerlichten. De plaats van het groene licht gaf aan hoe snel het sein voorbij gereden mocht worden:

  • met hoge snelheid (maximaal de met borden aangegeven baanvaksnelheid) als het bovenste licht groen was.
  • met middensnelheid (maximaal 90 km km/h) als het middelste licht groen was.
  • met lage snelheid (maximaal 45 km km/h) als het onderste licht groen was.

Eén groen licht met daaronder twee witte lichten betekende bijvoorbeeld dat de trein mocht passeren met de op het betreffende baanvak geldende maximumsnelheid, en dat ook het volgende sein met die snelheid gepasseerd mocht worden. Twee groene lichten met daartussen een wit licht betekende dat de trein het sein met hoge snelheid mocht passeren, en dat de snelheid van de trein bij het volgende sein tot 45 km/h begrensd moest zijn.

Dit seinstelsel is afgeleid van seinstelsels uit Noord-Amerika.

De seinbeelden van de driehoogteseinen bleken in de praktijk twee belangrijke problemen op te leveren. Het eerste was een waarnemingsprobleem, het bleek namelijk dat de groene en witte lichten niet altijd correct afgelezen werden. Het verschil tussen bijvoorbeeld twee groene lichten met een wit licht ertussen was in de praktijk niet voldoende goed te onderscheiden van groen licht met twee witte lichten daaronder. De interpretatie van de seinbeelden vormde een tweede probleem. Het werd door machinisten als onlogisch ervaren dat groene lichten opdracht gaven tot het verminderen van de snelheid. In vrijwel alle andere seinstelsels worden daarvoor oranje lichten gebruikt. De laatste driehoogteseinen stonden bij Zwolle. Deze zijn verwijderd op 14 december 1980 bij de indienststelling van een nieuwe beveiliging.

Een Nederlands richtingsseinstelsel[bewerken]

De armseinen die in Nederland gebruikt werden vormden in essentie een richtingsseinstelsel. Waar bij een snelheidsstelsel prioriteit geven wordt aan het doorgeven van snelheden, wordt bij een richtingsseinstelsel de prioriteit gegeven aan het aangeven van de ligging van wissels die de trein nadert.

1rightarrow blue.svg Zie Armsein voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Belgische seinstelsel[bewerken]

Foto van Belgisch lichtsein
Belgisch lichtsein

Ook het Belgische seinstelsel is een snelheidsseinstelsel, maar meer dan in het Nederlandse seinstelsel 1955 geeft het Belgische seinstelsel de mogelijkheid om de ligging van wissels aan te geven, wat een kenmerk van een richtingsseinstelsel. Een ander kenmerk van het Belgische seintstelsel is dat het een duidelijk onderscheid maakt tussen links en rechts rijden. Links rijden wordt regime normaalspoor genoemd, rechts rijden het regime tegenspoor. Daarmee wordt duidelijker bij welk spoor een bepaald sein hoort.

Het Belgische lichtsein (zie hiernaast) is ook een vormsein, wat betekent dat niet alleen de kleur van de lichten van belang is voor de betekenis, maar ook de vorm die de lichten aangeven. Zo lijkt de betekenis geel-groen verticaal op het Noord-Amerikaanse 'Advance approach' (zie onder) en het Nederlandse geel met een knipperend getal. De betekenis van geel-groen horizontaal is een andere. Hiermee wordt een snelheidsbeperking aangekondigd. Dit seinbeeld lijkt daarom bijvoorbeeld op het Noord-Amerikaanse 'Approach medium'.

Een bijzonderheid is dat het Belgische seinstelsel een onderscheid maakt tussen 'grote beweging' en 'kleine beweging'. Een kleine (trein)beweging heeft overeenkomsten met een rangeerbeweging, maar kan ook buiten een rangeer- of stationsemplacement plaatsvinden. Er zijn geen andere seinstelsels waarin dit onderscheid wordt gemaakt.

1rightarrow blue.svg Zie ook: Het Belgische seinstelsel in het artikel Spoorwegsein

Het ERTMS/ETCS cabinesein[bewerken]

Grijze snelheidswijzer
De snelheidswijzer in het bedienscherm van het ERTMS/ETCS. De snelheidswijzer heeft een kloeke as waarin de snelheid van de trein wordt getoond. De kleur van de snelheidswijzer is belangrijk, want dit is eigenlijk een spoorwegsein! Grijs betekent ongeveer hetzelfde als een groen sein. Het betekent dat de trein mag doorrijden.

Als een trein gebruik maakt van het ERTMS dan ontvangt de machinist alle informatie, ook de seinbeelden, via de driver machine interface (DMI). Dit is het bedienscherm van het ERTMS/ETCS. De DMI is op te vatten als een seinstelsel.

De DMI toont veel informatie en bevat ook de snelheidsmeter. Hij toont het eigenlijke sein in het midden van de snelheidsmeter én in de naald van de snelheidswijzer. De kleur groen wordt niet gebruikt. Grijs betekent dat de trein mag rijden, geel betekent dat de trein moet remmen. Een band om de snelheidswijzer geeft aan wat de maximumsnelheid is. Bij geel sein, dus bij een remopdracht, geeft de band ook aan tot welke snelheid afgeremd moet worden.

ERTMS is een geïntegreerde combinatie van seinen en treinbeïnvloeding. Daarom laat de DMI de signalering van de treinbeïnvloeding op dezelfde plaats zien. Oranje betekent dat de trein te snel rijdt en rood betekent dat de treinbeïnvloeding ingreep en de trein automatisch afremt.

1rightarrow blue.svg Zie ook: ERTMS/ETCS-cabineseingeving in het artikel Spoorwegsein

Seinstelsels in Noord-Amerika[bewerken]

In Noord-Amerika worden rijtoestemmingen niet door seinen gegeven, maar door dispatchers. De functie van dispatcher is vergelijkbaar met die van treindienstleider. Een veilig sein geeft alleen aan dat een spoor niet bezet is. Het is daarom bijvoorbeeld mogelijk dat op twee opeenvolgende stations een trein staat, met de 'neuzen' naar elkaar toe, en beide een groen sein krijgen. Ook als slechts enkel spoor tussen deze twee stations ligt. Alleen de trein die van de dispatcher een rijtoestemming krijgt mag gaan rijden. Als beide treinen zouden gaan rijden, dan is de kans op een botsing natuurlijk groot.

Betekenissen van Amerikaanse seinen worden met korte aanduidingen omschreven. Dat geldt ook voor snelheden. Het seinbeeld clear is bijvoorbeeld vergelijkbaar met een groen sein dat aangeeft dat verder gereden mag worden met de ter plaatse geldende maximum snelheid (de baanvaksnelheid). In de vroege geschiedenis van de spoorwegen in Noord-Amerika en in Engeland werd dit seinbeeld aangegeven met een wit licht. In het Engels is dat een clear light, en het gaf aan dat de spoorbaan voor de trein vrij was. Het Engelse woord voor 'vrij' is ook 'clear'. Deze woordkeuze maakte dit seinbeeld erg begrijpelijk.

Opvallend is dat de betekenissen van de seinbeelden uit de verschillende seinstelsels in Noord-Amerika sterke overeenkomsten tonen, maar dat de Noord-Amerikaanse seinstelsels sterk verschillen door de seinbeelden die deze betekenissen aan de machinist tonen. Het seinbeeld clear wordt in Noord-Amerika al lang niet meer aangegeven met een wit licht, maar wel mogelijk zijn drie boven elkaar geplaatste oranje lichten, één groen licht, twee groene lichten boven elkaar, en een groen licht boven één of twee rode lichten.

Seinen die op één lijn boven elkaar geplaatste lichten tonen worden in de Verenigde Staten color light signals genoemd. Het Nederlandse 'seinstelsel 1949', dat hierboven is besproken, zijn afgeleid van deze color light signals.

Voorbeelden van snelheidsaanduidingen in Noord-Amerika en hun betekenis
Snelheidsaanduiding Snelheid
Normal Speed De maximumsnelheid die op een baankvak geldt. Vaak is dat 60 mph (97 km/h) voor goederentreinen en 70 mph (113 km/h) of 79 mph (127 km/h) voor personentreinen.
Limited speed Maximaal 40 mph (64 km/h) voor goederentreinen en 45 mph (72 km/h) voor personentreinen.
Medium speed Maximaal 30 mph (48 km/h).
Slow speed Maximaal 15 mph (24 km/h).
Restricted speed Maximaal 15 mph (24 km/h) en rekening houden met de noodzaak tot stoppen binnen de helft van de afstand die de machinist kan overzien, en voor wissels die in een verkeerde stand liggen of andere obstakels op het spoor.
Voorbeelden van aanduidingen van seinbeelden in Noord-Amerika en hun betekenis.
Speed Clear seinbeelden
(aankondigingen vrij baan)
Speed Approach seinbeelden
(aankondigingen stopopdracht)
Approach Speed seinbeelden
(aankondigingen snelheidsbeperking)
Most restrictive seinbeelden
(de meest beperkende seinbeelden)
CLEAR ADVANCE APPROACH APPROACH LIMITED RESTRICTING
Verder rijden met normal speed. Het spoor voor de trein is vrij. Verder rijden en rekening houden met een stopopdracht bij het tweede volgende sein. Treinen die sneller rijden dan limited speed moeten de snelheid verminderen vanaf het sein dat ADVANCE APROACH toont. Verder rijden en benader het volgende sein met ten hoogste limited speed. Verder rijden met restricted speed. Deze snelheid niet overschrijden tot de eerste as van de trein een sein met een minder beperkend seinbeeld heeft gepasseerd én de trein het (stations)emplacement volledig heeft verlaten.
LIMITED CLEAR APPROACH APPROACH MEDIUM STOP AND PROCEED
Verder rijden met maximaal limited speed totdat de trein het (stations)emplacement volledig heeft verlaten. Dan is normal speed toegestaan. Het spoor voor de trein is vrij. Verder rijden en rekening houden met een stopopdracht bij het volgende sein. Treinen die sneller rijden dan medium speed moeten de snelheid verminderen vanaf het sein dat APROACH toont. Verder rijden en benader het volgende sein met ten hoogste medium speed. Stop voor het sein. Dan verder rijden met maximaal restricted speed en deze snelheid niet overschrijden tot de eerste as van de trein een sein met een minder beperkend seinbeeld heeft gepasseerd én de trein het (stations)emplacement volledig heeft verlaten.
MEDIUM CLEAR MEDIUM APPROACH MEDIUM APPROACH MEDIUM STOP
Verder rijden met maximaal medium speed totdat de trein het (stations)emplacement volledig heeft verlaten. Dan is normal speed toegestaan. Het spoor voor de trein is vrij. Verder rijden en rekening houden met een stopopdracht bij het volgende sein. Treinen die sneller rijden dan medium speed moeten de snelheid verminderen zodra het sein dat MEDIUM APROACH toont goed zichtbaar is. Verder rijden met maximaal medium speed totdat de trein het (stations)emplacement volledig heeft verlaten. Benader het volgende sein met maximaal medium speed.

Treinen die sneller rijden dan medium speed moeten de snelheid verminderen zodra het sein dat MEDIUM APROACH MEDIUM toont goed zichtbaar is.

Stop voor het sein.
SLOW CLEAR SLOW APPROACH APPROACH SLOW
Verder rijden met maximaal slow speed totdat de trein het (stations)emplacement volledig heeft verlaten. Dan is normal speed toegestaan. Het spoor voor de trein is vrij. Verder rijden met maximaal slow speed totdat de trein het (stations)emplacement volledig heeft verlaten. Daarna mag de snelheid verhoogd worden tot medium speed. Rekening houden met een stopopdracht bij het volgende sein. Verder rijden en benader het volgende sein met ten hoogste slow speed. Treinen die sneller rijden dan medium speed moeten de snelheid verminderen vanaf het sein dat APROACH SLOW toont.

Zie ook[bewerken]

Externe links en bronnen[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Vaak wordt abusievelijk het jaartal 1954 genoemd, waarschijnlijk omdat dit seinstelsel uiteindelijk is opgenomen in het Seinreglement 1954, overigens in de herdruk van 1956. Dit seinstelsel is formeel ingevoerd met 'Dienstorder nr 1545' van 14 oktober 1955. De eerste beveiligingen bij de toenmalige NS die zijn gebaseerd op dit seinstelsel zijn op 7 november 1955 in dienst gesteld op de baanvakken Leiden – Lisse en Rotterdam – Barendrecht en op de stations Leiden, Lisse en Barendrecht.