Seniorenkonvent Leuven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Seniorenkonvent Leuven (SK) is de historische koepel van Vlaamse regionale jongensstudentenclubs verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven. Tegenwoordig staan de clubs ook open voor hogeschoolstudenten. Het SK werd op 19 november 1929 opgericht door dr. Edmond de Goeyse en het heeft als doelstelling de contacten tussen de clubs onderling en de contacten met andere studentenverenigingen te bevorderen en activiteiten voor de aangesloten clubs te organiseren.

Het SK wordt voorgezeten door een senior seniorum (SS) en het heeft een dagelijks bestuur, samengesteld uit (oud-)presides van de verschillende clubs. De iure vormt het SK samen met het Meisjesseniorenkonvent, die de meisjesstudentenclubs overkoepelt, de studentikoze pijler van het KVHV Leuven, waarvan de senior seniorum van het SK van rechtswege ook vicepreses is. De kleuren van het SK zijn zwart-geel-cyaan en het schild verenigt de vijf oude Vlaamse provincieschilden.

Aangesloten clubs[bewerken]

Antwerpse Gilde[bewerken]

  • Geelse Club (gesticht in 1898)
  • Lange Wapper (gesticht in 1974)
  • Reuzegom (gesticht in 1946, erkend in 1964, erkenning afgenomen in 2018)
  • Semini (gesticht in 1959, erkend in 1967)
  • KVHC Sinjoria (gesticht in 1919)
  • Dolfijnen (gesticht in 1910, ook bekend als Lyrana en Pallieter)
  • Mastentop (gesticht in 1887, ook bekend als de Kempische Gilde)
  • Hewes (gesticht in 1988, erkend in 1993, geen werking meer sinds 2005)
  • Omnia (gesticht in 1975, erkend in 1999)
  • Rupelgalm (gesticht in 1889, geen werking meer sinds 1978)
  • Turnhoutse Club (gesticht in 1926, geen werking meer sinds 1949)

Brabantse Gilde[bewerken]

  • KSC Bezem Brussel (gesticht in 1925)
  • KVHC Lovania (gesticht in 1922)
  • KVHC Ons Hageland (gesticht in 1874)
  • Payottenland (gesticht in 1911)
  • Aarschotse Club (gesticht in 1931, geen werking meer sinds 1959, geannexeerd door Ons Hageland)
  • Diesterse Club (gesticht in 1931, geen werking meer sinds 195?, geannexeerd door Ons Hageland)
  • Mechlinia-Reynaert (gesticht in 1919, geen werking meer sinds 2006)
  • KVHC Noord-Brabant (gesticht in 1920, geen werking meer sinds 2003)

Limburgse Gilde[bewerken]

  • Carpe Diem (Leuven) (gesticht in 1981, erkend in 2010)
  • Hasseleta (gesticht in 1939, erkend in 1952)
  • Hesbania (gesticht in 1899)
  • Klamme Hand (gesticht in 1978, erkend in 1993)
  • Mijnlamp (gesticht in 1948, erkend in 1955)
  • Heidebloem (gesticht in 1898, geen werking meer sinds 2003, heropgericht in 2011)
  • Maaslandia (gesticht in 1942, geen werking meer sinds 2003, heropgericht in 2014)
  • Boves Luci (gesticht in 1976, geen werking meer sinds 1999)

Oost-Vlaamse Gilde[bewerken]

  • KVHC Meetjesland (gesticht in 1901)
  • Moeder Oilsjterse (gesticht in 1993, erkend in 1997)
  • Zuid-Oost-Vlaamse Club (gesticht in 1978)
  • Waasse Club (gesticht in 1898)
  • Domper (gesticht in 1892, geen werking meer sinds 1997)
  • Oudenaardse Club (gesticht in 1900, geen werking meer sinds 1970)
  • Ros Beyaert (gesticht in 1895, geen werking meer sinds 2003)

West-Vlaamse Gilde[bewerken]

  • Moeder Brugse (gesticht in 1886)
  • Izegemse Club (gesticht in 1941)
  • Kortrijkse Club (gesticht in 1884)
  • Moeder Meense (gesticht in 1902)
  • Waregemse Club (gesticht in 1947)
  • Moeder Oostendse (gesticht in 1912, heropgericht in 2012)
  • Mandel Club (gesticht in 1922, geen werking meer sinds 1999)
  • Tieltse Club (gesticht in 1902, geen werking meer sinds 2001)
  • Veurnse Club (gesticht in 1903, geen werking meer sinds 1940)
  • Westland (gesticht in 1890, geen werking meer sinds 2003)

Andere[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

Sinds 1875 waren er te Leuven een groot aantal clubs ontstaan, op basis van regionale herkomst. Elke club had zijn eigen tradities en gebruiken en ook qua attributen waren er grote verschillen tussen de verschillende verenigingen. Aan het einde van de jaren twintig ontstond er hier en daar enige malaise door een gebrek aan orde en tucht. De voorstelling dat “de clubs niet meer waren dan een hoop wezens die ordeloos zaten te zuipen, balken, roepen en tieren” is evenwel een stevige overdrijving. De meeste leiders en zelfs de meerderheid van de studenten waren het er echter over eens dat er iets moest veranderen in de studentenwereld.

Als heelmiddel zochten o.a. Willem Melis en Paul Lebeau inspiratie in het Duitse studentenleven. Zij vonden dit enerzijds in het historische voorbeeld van K.A.V. Lovania, een vereniging die reeds rond de eeuwwisseling in Leuven bestaan had, en anderzijds in de Allgemeine Deutsche Bier-Comment, een geheel van voorschriften betreffende orde en tucht binnen de club.

Een aantal van deze regels werd al min of meer op dezelfde manier toegepast in verschillende clubs. De algemene verspreiding kwam er echter pas nadat Edmond de Goeyse zijn schouders zette onder de schepping en verspreiding van een eigen Vlaamse Bier-Comment. Hij bundelde de verschillende voorstellen en ideeën en maakte gebruik van Ons Leven om ze te verspreiden binnen de Leuvense studentenwereld zodat ze geen droge theorie bleven maar een breder draagvlak kregen. Als stichter van Bezem Lovania Brussel greep hij bovendien de kans om de praktische haalbaarheid na te gaan bij een club die (nog) niet geplaagd werd door vastgewortelde en vastgeroeste gewoonten en tradities.

De nieuwe modelclub was een succes en op dinsdag 19 november 1929 kwamen de presides van de kleurdragende verenigingen (het KVHV Leuven, de vijf gildepresides en de presides van de 26 regionale clubs) boven het studentencafé Chicago samen om het Seniorenkonvent op te richten. Het Seniorenkonvent werd de stimulator van studentikoze stijl en legde de clubtradities vast in standregelen.

Een eerste probleem waren de linten en de kleuren die de clubs droegen. Meerdere clubs deelden dezelfde kleuren zodat in onderling overleg enkele kleine aanpassingen doorgevoerd werden zodat minstens alle clubs binnen eenzelfde gilde verschillende kleuren kregen. Ook het dragen van de linten werd geregeld. De commilitones dragen een smal lint over de rechterschouder en de schachten dragen hetzelfde lint over de linkerschouder. De senior zou een breed lint dragen met de kleuren van de club of de gilde (normaal gesproken de donkerste kleur bovenaan) en daarop ook het clubschild en de praesesjaartallen.

Er werd eveneens beslist om het dragen van de bierpetjes voor alle clubs in te voeren. Die bierpetjes worden op de kruin van het hoofd gedragen, de rand bestaat uit de drie kleurstroken van de club en op een bodem in de hoofdkleur wordt het monogram in goud of zilver geborduurd. KVHC Lovania en KVHC Sinjoria zouden de eerste clubs geweest zijn die het bierpetje invoerden maar waarschijnlijk zijn er nog wel enkele andere clubs gelijktijdig met de nieuwe traditie begonnen. Het studentenjargon werd in die periode grondig vernieuwd. Daar waar men het vroeger had over voorzitters, hoofdmannen of dekens was er nu sprake van een senior of preses. De leden van club werden niet langer makkers of kameraden genoemd maar wel commitatores en vanaf 1935 werd dit lichtelijk vervormd tot het momenteel nog steeds gebruikelijke commilitones. Het gebruik van een monogram werd veralgemeend en dat is nog steeds op een of andere manier samengesteld uit de beginletters van Vivat Crescat Floreat en de benaming van de club.

De Besluiten van het Seniorenkonvent verschenen voor het eerst in Ons Leven in 1930, waarna ze een jaar later als appendix werden opgenomen in het studentenliederboek van het KVHV Leuven. Later werden alle regels samengevat in een clubcodex, die in 1935 voor het eerst verscheen en sinds 1956 werd de clubcodex als groene en later blauwe bladzijden opgenomen in de Studentencodex van het KVHV Leuven.

Na de Tweede Wereldoorlog werden er nog nieuwe regionale clubs toegelaten tot het Seniorenkonvent. In de jaren zestig werden Reuzegom en Semini ook aanvaard als nieuwe leden, alhoewel ze oorspronkelijk geen regionale clubs waren, maar clubs van mensen die op hetzelfde college gezeten hadden. Bij het begin van de jaren zestig echter bracht de democratisering van het onderwijs ware aardverschuivingen teweeg in het studentenleven: de grotere aantallen studenten leidden tot een nijpend tekort aan koten en bovendien zorgde de nieuwe studentenmassa ook voor een nieuwe mentaliteit waar individualisme en opportunisme hoogtij vieren. Er was ook de groeiende invloed van de faculteitskringen, plus een slechte reputatie van de "traditionalisten" met hun petten en linten en cantussen. Hierdoor vertegenwoordigden de clubs ook niet langer een substantieel deel van het studentenleven. Waar vroeger een groot deel van de studenten zowel lid waren van hun regionale club, hun provinciale gilde en het Verbond, dook dit aantal snel onder de 10% van het totale studentenaantal in Leuven. Bovendien kwamen er alsmaar meer vrouwen bij en een tiental SK-clubs was gedurende de jaren zestig en 70 gemengd. De verminderde aantrekkingskracht zorgde ervoor dat bijna een derde van de clubs er het bijltje bij neerlegde in deze periode. Eenmaal bemoeide het SK zich met politiek: het nam deel aan de betogingen in de jaren zestig tegen de Franstalige aanwezigheid in Leuven en in oktober 1967 zette het SK onder leiding van Jozef Dauwe met steun van de beheerraad van het KVHV de progressieve Verbondspraeses Paul Goossens af.

Vele clubs werden in de jaren 80, toen het traditionele studentenleven een heropleving kende, heropgericht. Rond 1990 waren er zo'n 1000 studenten lid van regionale clubs in Leuven. Sinds 1993 ressorteert de Leuvense Studentenfanfare, die tot dan een apart onderdeel van het KVHV Leuven was, onder het SK.

Van het begin van de twintigste eeuw tot de jaren zestig trokken de studenten net voor de examens naar de abdij van Vlierbeek in Kessel-Lo voor zomerfeesten. Ook organiseerde het Seniorenkonvent tussen 1951 en 1986 jaarlijks een carnavalstoet. De zomerfeesten werden in de jaren 80 vervangen door studentenfeesten in de binnenstad. Sinds 1975 organiseerde het KVHV Leuven in samenwerking met het Seniorenkonvent een studentenzangfeest in de grote aula van het Maria Theresiacollege. Deze traditie bleef tot het jaar 2000 bestaan. Er werden af en toe ook speciale activiteiten georganiseerd, zoals uitstappen naar de luchtmachtbasis van Bevekom, een vliegtuigcantus, ...

In 1997 kreeg het SK een vrouwelijke evenknie in het Meisjesseniorenkonvent, dat de meisjesstudentenclubs in Leuven overkoepelt. Bij de millenniumwisseling bleek dat de interesse in het clubleven weer serieus aan het afnemen was. Een substantieel aantal clubs verdween in de eerste jaren van de nieuwe eeuw; de Limburgse Gilde werd bijvoorbeeld gedecimeerd tot één club. Het aantal SK-studenten zakte onder de 200. Toch trok het SK vanaf 2003 terug naar Vlierbeek om de zomerfeesten opnieuw te organiseren. Van 2004 tot eind 2007 hadden het SK en het MSK ook een elektronisch krantje: Ons Leuven @ den Toog. In november 2006 verscheen er een lustrumboek over de geschiedenis van het Leuvense studentenleven en het Seniorenkonvent. Stilaan begon het studentenleven te herleven en een aantal regionale clubs werd dan ook heropgericht.

Galerij der Presides[bewerken]

  • 1929-1930: Edmond De Goeyse (Bezem Brussel)
  • 1930-1931: Edmond De Goeyse (Bezem Brussel)
  • 1931-1932: Karel De Vaster (Lovania)
  • 1932-1933: Karel De Vaster (Lovania)
  • 1933-1934: Germain Mulliez (Kortrijkse)
  • 1934-1935: Marcel Vandeburie (Kortrijkse Club) / Flor Voets (Meense Club)
  • 1935-1936: Jef Van de Wiele (Kempische Club)
  • 1936-1937: Antoon Staes (Mandel)
  • 1937-1938: Wim Aelvoet (Noord-Brabant)
  • 1938-1939: Urbain Reynaert (Westland)
  • 1939-1940: Jules Lemmerling (Lovania)
  • 1940-1941: Stan Stijnen (Sinjoria)
  • 1941-1942: Stan Stijnen (Sinjoria)
  • 1942-1944: †
  • 1944-1945: Daniël Noyez (Izegemse Club)
  • 1945-1946: Paul Herbosch (Payottenland)
  • 1946-1947: Edmond de Voecht (Rupelgalm)
  • 1947-1948: Jan Gruyters (Hasseleta)
  • 1948-1949: Frans Moelants (Kortrijkse Club)
  • 1949-1950: Mark Santens (Oudenaardse Club)
  • 1950-1951: Karel Annicq (Oudenaardse Club)
  • 1951-1952: Jacques Gruwez (Westland)
  • 1952-1953: Maurits Oversteyns (Heidebloem)
  • 1953-1954: Louis Verhaert (Waasse Club)
  • 1954-1955: Louis Verhaert (Waasse Club) / Hugo Van Bockstal (Kempische Club/Dolfijnen)
  • 1955-1956: Jos Mees (Rupelgalm)
  • 1956-1957: Jos Mees (Rupelgalm)
  • 1957-1958: Lou Verhaert (Waasse Club)
  • 1958-1959: Mark Blancquaert (Ros Beyaert)
  • 1959-1960: Yvan Warson (Maaslandia)
  • 1960-1961: André Vandessel (Noord-Brabant)
  • 1961-1962: Hans Van Biesen (Domper)
  • 1962-1963: Mark Dessein (Meense Club) / Luk de Schrijver (Waasse Club)
  • 1963-1964: Hugo Geeraerts (Lovania)
  • 1964-1965: Leo Weytjens (Hasseleta)
  • 1965-1966: Eddy Druyts (Mastentop)
  • 1966-1967: Valère Vautmans (Hesbania)
  • 1967-1968: Jozef Dauwe (Ros Beyaert) / Paul Degraeve (Mijnlamp)
  • 1968-1969: Arie Abbeloos (Ros Beyaert)
  • 1969-1970: Arie Abbeloos (Ros Beyaert)
  • 1970-1971: Luk Gheysens (Meense Club)
  • 1971-1972: Willy De Ceulaer (Geelse Club)
  • 1972-1973: Xavier Van de Poel (Reuzegom)
  • 1973-1974: Frank De Ketelaere (Westland)
  • 1974-1975: Rik De Doncker (Payottenland)
  • 1975-1976: Xavier Vanwijnsberghe (Kortrijkse Club)
  • 1976-1977: Marc Van Rompaey (Lange Wapper)
  • 1977-1978: Theo Boel (Reuzegom)
  • 1978-1979: Georges Lenssens (Maaslandia)
  • 1979-1980: Axel Willems (Oostendse)
  • 1980-1981: Yves Van Caille (Brugse Club) / Valère Oversteyns (Lovania)
  • 1981-1982: Wim Truyens v. Klein Berreke (Dolfijnen/Lange Wapper)
  • 1982-1983: Christophe de Landtsheer (Moeder Zuid-Oost-Vlaamse)
  • 1983-1984: Jos Goubert (Bezem Brussel)
  • 1984-1985: Johan Goemare (Westland)
  • 1985-1986: Johan Van Bragt (Semini)
  • 1986-1987: Kurt Moons (Ros Beyaert)
  • 1987-1988: Jo De Meester (Lange Wapper)
  • 1988-1989: Jan Van den Heyning (Mijnlamp)
  • 1989-1990: Bart De Prest (Brugse Club) / Jan Bode (Meense Club)
  • 1990-1991: Guy Geens (Mastentop)
  • 1991-1992: Jo Daris (Payottenland)
  • 1992-1993: Franky Baert (Brugse Club)
  • 1993-1994: Bruno Van Caelenbergh (Domper)
  • 1994-1995: Johan Grutman (Heidebloem)
  • 1995-1996: Sven Bols (Hesbania)
  • 1996-1997: Koen Keirse (Heidebloem) / Jürgen Vandervelden (Mastentop)
  • 1997-1998: Tim Buysse (Reuzegom) / Hans Beerlandt (Westland)
  • 1998-1999: Alexander Olivier (Westland)
  • 1999-2000: Benjamin Verpoort (Meense Club)
  • 2000-2001: Laurens Dumont (Lovania)
  • 2001-2002: Laurens Dumont (Lovania)
  • 2002-2003: Josip Viskovic (Fanfare)
  • 2003-2004: Stefan Van de Weyer (Bezem Brussel, Noord-Brabant)
  • 2004-2005: Jan Van den Brande (Sinjoria)
  • 2005-2006: Jelle Stassijns (Moeder Oilsjterse)
  • 2006-2007: Robrecht Coppens v. Brestig (Moeder Oilsjterse)
  • 2007-2008: Anthony Dochy (Moeder Kortrijkse)
  • 2008-2009: Floris Van den Broeck v. Biejst (Moeder Oilsjterse)
  • 2009-2010: Wouter De Stoop v. Dief (Moeder Waregemse)
  • 2010-2011: Maarten van der Stichele v. Dasn (Moeder Izegemse)
  • 2011-2012: Eric Peeters v. Brommer (Lange Wapper)
  • 2012-2013: Lars Hansen v. Larserik (Lange Wapper)
  • 2013-2014: Michiel Vandewalle v. Tootsie (Moeder Waregemse)/Pieter-Jan Franssen v. Poedel (Hesbania)
  • 2014-2015: Georges De Sutter v. Mowgli (Moeder Meetjesland)
  • 2015-2016: Laurent Walthoff v. John (Semini)
  • 2016-2017: Matthias Mehuys v. Danny DJ (Dolfijnen)
  • 2017-2018: Jan-Baptist Polfliet v. Ovam (Moeder Oostendse)
  • 2018-2019: Dennis Laveaux v. Doge (Moeder Maaslandia)
  • 2019-2020: Constantijn De Crem v. Gazet (Moeder Zuid-Oost-Vlaamse)

Literatuur[bewerken]

  • Arthur De Bruyne (ed.), Bijdragen tot de geschiedenis van een generatie - Een liber amicorum voor mr. Willem Melis, Kemzeke.
  • Mon de Goeyse, O Vrij Studentenheerlijkheid, Leuvense Universitaire Pers, Leuven, 1987, ISBN 9061862515.
  • Rik Uytterhoeven, Nostalgia Lovaniensis, Universitaire Pers Leuven, Leuven, 2000, ISBN 9058670651.
  • Louis Vos, Bart De Wever en Wilfried Weets (ed.), Vlaamse vaandels, rode petten, Uitgeverij Pelckmans, Kapellen, 2002, ISBN 9028932046.
  • Jan Huys en Stefan Van de Weyer, De studentikoze erfenis van Rodenbach, Leuven, 2006.
  • Frank Staeren, De Vlaamse Studententradities (1875–1960). Herkomst-Ontstaan-Ontwikkeling, Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling K.U.Leuven, 1994.

Externe link[bewerken]

Antwerpse Gilde: Geelse Club · Lange Wapper · Reuzegom · Semini · KVHC Sinjoria
Geen werking meer: Dolfijnen · Hewes · Mastentop · Omnia · Rupelgalm · Turnhoutse Club
Brabantse Gilde: Bezem Brussel · KVHC Lovania · Ons Hageland · Payottenland
Geen werking meer: Aarschotse Club · Diesterse Club · Mechlinia-Reynaert · KVHC Noord-Brabant
Limburgse Gilde: Hesbania
Geen werking meer: Boves Luci · Hasseleta · Heidebloem · Klamme Hand · Maaslandia · Mijnlamp
Oost-Vlaamse Gilde: KVHC Meetjesland · Moeder Oilsjterse · Zuid-Oost-Vlaamse Club
Geen werking meer: Domper · Oudenaardse Club · Ros Beyaert · Waasse Club
West-Vlaamse Gilde: Brugse Club · Kortrijkse Club · Meense Club · Waregemse Club
Geen werking meer: Izegemse Club · Mandel Club · Oostendse Club · Tieltse Club · Veurnse Club · Westland
Andere: Hollandia Lovaniensis (enkel de jongens) · Leuvense Studentenfanfare