Senlis (Oise)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Senlis
Gemeente in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Flag of Senlis.svg Blason de Senlis.svg
Senlis (Oise) (Frankrijk (hoofdbetekenis))
Senlis (Oise)
Situering
Regio Hauts-de-France
Departement Oise (60)
Arrondissement Senlis
Kanton Senlis
Coördinaten 49° 12′ NB, 2° 35′ OL
Algemeen
Oppervlakte 24,1 km²
Inwoners (1 jan. 2011) 15.845
(657,5 inw./km²)
Hoogte 47 - 140 m
Overig
Postcode 60300
INSEE-code 60612
Detailkaart
Senlis (Oise) (Oise (departement))
Senlis (Oise)
Locatie in Oise
Foto's
Senlis - general view 003.jpg
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk

Senlis is een gemeente in het Franse departement Oise (regio Hauts-de-France) en telt 16.327 inwoners (1999). Deze kunst- en cultuurhistorisch voor heel Frankrijk belangrijke stad maakt deel uit van het arrondissement Senlis.

Geschiedenis[bewerken]

Senlis was in de Romeinse tijd als Augustomagus de -strategisch op een heuvel gelegen- hoofdstad van de Civitas Silvanectum, één van de civitates van de provincie Belgica Secunda, en bezat een amfitheater. Silvanectes is de Latijns verbasterde naam van een Keltische volksstam uit de regio. Deze naam heeft zich in de loop van vele eeuwen uiteindelijk tot het huidige toponiem Senlis ontwikkeld. Rond 260, of, volgens recent DNA-onderzoek aan het in de kathedraal van Senlis aanwezige gebeente, dat dat van deze heilige zou zijn, in de 4e eeuw, zou Saint-Rieul, de heilige Regulus, die overigens vaak wordt verward met een gelijknamige heilige uit Arles, het christendom in Augustomagus hebben geïntroduceerd. Hij zou ook de eerste bisschop van de stad zijn geweest.

Vanaf de IJzertijd tot de 19e eeuw maakten de bewoners van Senlis gebruik van het feit, dat de zandsteen in de heuvel, waarop het ligt, tamelijk gemakkelijk te bewerken is. Daarom zijn veel gebouwen uit dat (lichtgele) materiaal opgetrokken. Bovendien schiep dit de mogelijkheid, ondergrondse ruimtes onder de huizen en andere gebouwen uit te hakken en in te richten. Deze dienden als opslag- en noodwoonruimte, maar ook als schuilplaats tijdens de vele oorlogen en bezettingen, die de stad in bijna twee millennia teisterden. Het komt nog steeds voor, dat nieuwe gebruikers van een gebouw in Senlis bij verbouwingen stuiten op onontdekte kelders; deze kunnen evengoed van voor het begin van de jaartelling als uit de negentiende eeuw dateren.

Judith van West-Francië verbleef in een klooster te Senlis toen zij rond Kerstmis 861 werd geschaakt door Boudewijn I van Vlaanderen. Na de dood van Lodewijk V van West-Francië in 987, hield Adalbero van Reims in Senlis een rede waarin hij betoogde dat Hugo Capet, de eerste koning van de dynastie der Capetingen, en niet de Karolinger Karel van Neder-Lotharingen gekozen moest worden tot koning. Van toen af was Senlis in feite enkele eeuwen lang de koninklijke residentie van Frankrijk. De 12e en 13e eeuw vormen de grootste bloeiperiode van Senlis. De stad kende economische bloei door goedlopende handel in wol, leder en bont. De stad had veel jaarmarkten, en overal langs de Nonette werden watermolens gebouwd ten behoeve van allerlei ambachten. Rond het jaar 1300 is Senlis mogelijk zelfs ongeveer even groot geweest als Parijs. In 1173 bedong de burgerij een zgn. charte communale, een overeenkomst met de landsheer (de koning), die de burgerij bijzondere privileges toestond, o.a. op het gebied van belastingheffing en het sluiten van handelsovereenkomsten met andere geestelijke of wereldlijke heren. Symbool van deze burgermacht was de bouw van een belforttoren in 1170 (die in 1802 werd gesloopt). In het belfort (en dus niet in een kerkgebouw!) hing de luidklok, die het tijdstip van sluiting van de stadspoorten aankondigde en gebruikt werd, om de bevolking voor officiële mededelingen bijeen te roepen, en om te waarschuwen bij brand of andere calamiteiten. Rond 1300 trad een verschuiving van de macht en economisch zwaartepunt ten gunste van de geestelijkheid in met de stichting van verscheidene kloosters en met een handelscrisis. In 1310 werd in Senlis een concilie gehouden, waarbij besloten werd tot vervolging van de tempeliers; negen van hen werden meteen in de stad terchtgesteld.

In 1358 was Senlis één van de steden, die in opstand kwamen bij de Jacquerie. De stad wist een bestorming door koninklijke troepen af te slaan. De tegenaanval van de koninklijke troepen op 9 juni van dat jaar, waarbij het boerenleger verslagen werd, vond plaats bij het dorp Mello, 7 km ten westen van Creil. In 1418 werd Senlis door Jan II van Luxemburg-Ligny ontzet. In 1493 werd hier de Vrede van Senlis ondertekend.

In zowel de 16e als de 17e eeuw werd de stad meermalen geteisterd door pestepidemieën. Mede door druk, uitgeoefend door koning Hendrik IV van Frankrijk (met zijn voorganger Hendrik III van Frankrijk was het Huis Valois uitgestorven) bleef Senlis tijdens de Hugenotenoorlogen in katholieke handen. De protestantse minderheid in de stad (deze zou in 1560 ongeveer 500 mensen hebben omvat) ondervond overigens minder vervolging dan elders, Senlis had een reputatie van een betrekkelijk tolerant godsdienstbeleid. De 17e en 18e eeuw waren een periode van achteruitgang. Het inwonertal liep in die eeuwen voortdurend terug. Blijkens een volkstelling uit 1765 bedroeg het aantal inwoners van Senlis toen 4.672.

De Franse Revolutie bracht voor Senlis met zich mede, dat veel geestelijken uit de stad werden verdreven en dat alle kloosters en andere kerkelijke instellingen werden opgeheven. Aan het begin van deze periode, op 13 december 1789, was Senlis het toneel van een gruwelijk incident: een uurwerkmaker, Louis Michel Rieul Billon, die na een conflict over de aflossing van een door hem verstrekte geldlening wegens woeker was veroordeeld en uit de Garde (schutterij) was gezet, opende vanuit zijn huis met een haakbus het vuur op voorbij marcherende gardisten, en doodde twee van hen. De militairen bestormden Billons woning. Deze liet echter een voorraad buskruit ontploffen. Die explosie kostte 26 mensen, onder wie Billon zelf, het leven, en er vielen meer dan 40 gewonden. Historici discussiëren tot op de huidige dag over de vraag, of deze zelfmoordaanslag politiek gemotiveerd was, dan wel een wraakactie was.

In 1832 werd Senlis een garnizoensstad: er werd een regiment cavalerie gelegerd. In datzelfde jaar kostte een cholera-epidemie in Senlis 400 mensenlevens.

De stad had veel te lijden in de Eerste Wereldoorlog. Op 2 september 1914 werd, na een dag van zware gevechten met steeds wisselende krijgskans, de stad door Duitse troepen ingenomen, waarna een groot deel van Senlis door hen in brand werd gestoken.

Van 1954 tot 1962 was een regiment spahi's in Senlis gelegerd. Spahi's waren cavaleristen, die uit Algerije, Marokko en andere Noordafrikaanse landen waren gerecruteerd in de tijd dat deze landen geheel of gedeeltelijk Franse koloniën waren. De spahi's namen ook vaak deel aan militaire parades bij bijzondere herdenkingen.

In 1974 stortte in het bos tussen Senlis en het ten zuiden daarvan gelegen Ermenonville de Turkish Airlines-vlucht 981 neer, waarbij 346 doden vielen. Tot de vliegramp op Tenerife was dit de grootste luchtramp aller tijden. Na de ramp werden de bezittingen van de omgekomen passagiers uitgestald in de kerk van Senlis.

In de tweede helft van de 20e eeuw werden in het historische centrum van Senlis enkele tientallen bioscoopfilms opgenomen. Hiertoe behoren o.a. La Voie lactée (1969) van Luis Buñuel , en Danton (1983) van Andrzej Wajda. Ook de film Séraphine (2008) van Martin Provost werd er opgenomen.

In 2009 werd de kazerne van het Franse leger in de stad opgeheven, hetgeen een forse stijging van de werkloosheid in Senlis tot gevolg had. De uitgestrekte gebouwen maken plaats voor een nieuwe woonwijk.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Belangrijke historische gebouwen in de stad[bewerken]

  • De gotische Kathedraal Notre-Dame de Senlis is gebouwd in de 12e en 13e eeuw.
  • Verder zijn er de kerkgebouwen van Saint-Frambourg (12e-13e eeuw) en Saint-Pierre (ruïne, 13e-14e eeuw).
  • Voormalig bisschoppelijk paleis (12e eeuw), waarin het stedelijke Museum voor Kunst en Archeologie is gevestigd.
  • Het stadhuis dateert van het einde van de 15e eeuw.[1]
  • Voormalige priorij Saint-Maurice, gesticht in de 13e eeuw; deze herbergt het Musée de la vénerie, het enige Franse aan de parforcejacht met behulp van een meute jachthonden gewijde museum.
  • Naast deze priorij gelegen restanten van het klooster van St.-Maurice en van het koninklijke kasteel, aan de noordkant omzoomd door een deel van de oude stadsmuur met 6 torens; dit van oorsprong 12e-eeuwse kasteel was de plaats, waar in 987 Hugo Capet tot koning van Frankrijk werd gekozen. Het grootste deel van dit gebouwencomplex is na de verwoesting tijdens de Franse revolutie tot ruïnes vervallen; een poortgebouw dient thans als Office du Tourisme VVV) en een ander gedeelte als museum ter herinnering aan de Spahi's (Frans-Noordafrikaanse cavalerie).
  • Kerk en kloostergang van de voormalige Abdij van Sint Vincentius (in 1065 gesticht door koningin Anna van Kiev en tijdens de Franse Revolutie opgeheven): in gebruik als middelbare school, in de weekends en schoolvakanties te bezichtigen
  • Voormalige bibliotheek van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel, vakwerkhuis uit de 16e eeuw
  • Restanten van een Gallo-Romeinse arena uit de 1e eeuw ,ten westen van de binnenstad; deze arena was vermoedelijk tot ca. 500 na Chr. nog in gebruik en had een capaciteit van maximaal 9.000 plaatsen; deze (kwetsbare) archeologische site kan slechts 1 x per maand, op zondag, d.m.v. een rondleiding bezichtigd worden.
  • Talrijke oude herenhuizen (hôtels, manoirs) uit de 15e-19e eeuw
  • De stadsomwallingen:
    • de oude , de best bewaard gebleven Gallo-Romeinse stadsommuring van Frankrijk, grotendeels gebouwd van natuursteen, daterend mogelijk uit de jaren 278-280 maar in ieder geval uit het einde van de 3e eeuw, gerestaureerd in de 6e eeuw, ontmanteld in de vroege 13e eeuw
    • de nieuwe stadsmuren (begonnen rond het jaar 1200; aan het eind van de 16e eeuw uitgebreid met nieuwe bolwerken; in de 19e eeuw weliswaar deels gesloopt, maar van deze omwalling zijn nog veel muren en poorten bewaard gebleven.

In de omgeving[bewerken]

De stad ligt midden tussen drie (tezamen als Massif des Trois Forêts aangeduide) fraaie en historisch belangrijke bosgebieden, waarin zich ook enige oude ruïnes en archeologische monumenten bevinden:

  • Aan de noordkant ligt het Forêt d'Halattes, waarin enige dolmens uit de Jonge Steentijd staan en bij het dorp Ognon, 5 km ten noordoosten van Senlis, de fundamenten van een Gallo-Romeinse tempel. De noordkant van dit bos ligt aan de zuidoever van de Oise op 32 m boven zeeniveau, maar de heuvels in het bos zijn tot 220 m hoog. Enige sterk hellende weggetjes hier lenen zich dan ook voor sporten als wielrennen, mountainbiken etc.
  • Het Forêt de Chantilly ligt ten westen (tot aan de stad Chantilly) en ten zuidwesten (tot aan Luzarches) van Senlis. Aan de westrand van dit bos staat het Kasteel van Chantilly. Door het bos stroomt het riviertje de Thève. In het bos ligt een fraai meer, tevens natuurreservaat: de Étangs de Commelles. Helaas wordt de natuurwaarde van het -overigens voor een belangrijk deel als productiebos geëploiteerde- Forêt de Chantilly aangetast, doordat de spoorlijn van Creil naar Parijs er dwars doorheen loopt.
  • Het Forêt d'Ermenonville, ten zuidoosten van Senlis, strekt zich uit tot aan Fontaine-Chaalis, 8 km naar het oosten; de voormalige abdij van Chaalis, 14 km naar het zuidoosten; het dorp Ermenonville, nog 2 km verderop, met het kasteel, waar Jean-Jacques Rousseau zijn laatste levensdagen doorbracht en het daar tegenover gelegen pretpark La Mer de Sable; de schilderachtige dorpjes Mortefontaine, Plailly en Saint-Witz, alle 15-17 km ten zuiden van Senlis; het pretpark Parc Astérix, aan de autosnelweg A1, 10 km ten zuiden van Senlis. Midden in het bos staat een grote gedenksteen ter herinnering aan de slachtoffers van de vliegramp met Turkish Airlines-vlucht 981.

Geografie en economie[bewerken]

De oppervlakte van Senlis bedraagt 24,1 km², de bevolkingsdichtheid is 677,5 inwoners per km². De bovenstad ligt op een zgn. getuigenheuvel van kalksteen, en de zuidrand van het centrum daalt steil af naar het riviertje de Nonette. De stad bezit enige onderaardse drinkwaterbronnen. De kalksteen -deels bedekt met leem- dateert uit de geologische periode Lutetien ( ca. 42-48 miljoen jaar oud).

Door de gunstige ligging langs de A1 naar Parijs zijn er op het industrieterrein verschillende budgethotels te vinden. Opvallend is het bovengemiddeld groot aantal autohandelaren, garages en autoreparatiewerkplaatsen in de stad. Het internationale concern Electrolux heeft in Senlis een distributiecentrum.

Sinds 2015 is in de stad een wetenschappelijke instelling gevestigd met de naam CEEBIOS. Deze houdt zich bezig met research op het gebied van de biomimetica.

Verkeer en vervoer[bewerken]

In de gemeente ligt het gesloten spoorwegstation Senlis. Het is thans in gebruik als een soort semi-gemeentelijk arbeidsbureau. BIj dit voormalige treinstation is het streekbusstation van Senlis te vinden. Om per openbaar vervoer in Senlis te komen, dient men via station Parijs-Gare du Nord per trein naar Creil te reizen en daar op de lijnbus over te stappen.

Er bevindt zich een op- en afrit (afrit nr. 8) van de tolweg A1.

Demografie[bewerken]

Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Grafiek inwonertal gemeente

Bekende inwoners van Senlis[bewerken]

Geboren[bewerken]

Overleden[bewerken]

Overig[bewerken]

Hella Haasse heeft van 1981-1990 in het nabijgelegen Saint-Witz gewoond. In haar essaybundel Ogenblikken in Valois (1982) gaat zij uitgebreid op de geschiedenis van Senlis en omgeving in.


Partnersteden[bewerken]

Externe links[bewerken]