Serotonine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Serotonine
Structuurformule en molecuulmodel
Chemische structuur van serotonine
Chemische structuur van serotonine
Algemeen
Molecuulformule
     (uitleg)
C10H12N2O
IUPAC-naam 3-(2-aminoethyl)-1H-indool-5-ol
Andere namen 5-Hydroxytryptamine
Molmassa 176,2 g/mol
SMILES
NCCC1=CNC2=C1C=C(O)C=C2
CAS-nummer 50-67-9
EG-nummer 200-058-9
PubChem 5202
Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen
Omgang p
EG-Index-nummer 200-058-9
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestand vast
Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Serotonine is een neurotransmitter met een overwegend inhiberende werking. Het is een tryptamine die invloed heeft op stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust. Het speelt ook een rol bij de verwerking van pijnprikkels. Serotonine wordt afgegeven door serotonerge neuronen in de hersenen die naar verschillende onderdelen lopen, waaronder de prefrontale cortex (PFC). Dit gebied speelt een belangrijke rol bij onder andere verslaving en agressie. De cellichamen van de serotonerge neuronen liggen in en/of vlak bij de nuclei rhaphes en medulla oblongata. Serotonine werkt als regulator van het dopamine-systeem.

Biochemie[bewerken]

Serotonine, of 5-hydroxytryptamine (5-HT) is een monoamine die gesynthetiseerd wordt door het lichaam, door het aminozuur tryptofaan om te zetten met behulp van enzymen tot serotonine. Serotonine kan niet door de bloed-hersenbarrière en wordt in de hersenen gemaakt. Voor deze synthese van serotonine is het volledig afhankelijk van de aanvoer van tryptofaan en 5-HTP.[1] Tryptofaan komt onder andere voor in kikkererwten, melk, bananen en chocolade.

Neurotransmissie[bewerken]

Serotonine in zijn actieve vorm wordt opgeslagen in vesikels (blaasjes) in de presynaptische eindiging, en kan losgelaten worden in de synaptische spleet. Daar diffundeert het naar de postsynaptische eindiging en bindt aan receptoren. De activiteit van serotonine wordt beëindigd door het opnemen van de moleculen uit de synaps door de monoaminetransporter en door afbraak van serotonine door monoamino-oxidase (MAO).

Serotonine en depressie[bewerken]

Bij ziekten als depressie kan een geneesmiddel uit de groep van selectieve serotonineheropnameremmers worden voorgeschreven. Dit zorgt ervoor dat de heropname van serotonine uit de synaptische spleet geremd wordt, waardoor de activiteit van serotonine verlengd wordt. Voorbeelden van deze antidepressiva zijn paroxetine (Seroxat®), sertraline (Zoloft®), venlafaxine (Efexor®XR) en fluoxetine (Prozac®). De oudere anti-depressiva zijn óf heropnameremmers van zowel serotonine als noradrenaline (TCA's), óf ze remmen het enzym monoamino-oxidase (MAO-remmers). Hoewel de verwachtingen met betrekking tot de nieuwe middelen hooggespannen waren, blijken ze niet veel beter te werken dan de oudere, de bijwerkingen in het algemeen zijn minder ernstig.

Serotonine en voortijdig klaarkomen[bewerken]

Ongeveer 30% van de mannen heeft last van voortijdig klaarkomen (ejaculatio praecox).[2] Dit kan als oorzaak meerdere redenen hebben. Het kan "tussen de oren zitten", als gevolg van stress. Het kan ook het gevolg zijn van een overgevoelige eikel. Dit kan mogelijk komen door een tekort aan serotonine.

Het gen 5-HTTLPR blijkt verantwoordelijk voor de hoeveelheid en activiteit van serotonine en regelt daarmee de snelheid van de zaadlozing. Het gen komt in drie vormen voor: LL, SL en SS. De LL-vorm veroorzaakt een snellere zaadlozing. Mannen met LL ejaculeren gemiddeld twee keer zo snel als mannen met SS en ook bijna twee keer zo snel als mannen met SL.

Paroxetine (Seroxat®) is een geregistreerd geneesmiddel om het tekort aan serotonine aan te vullen. Paroxetine kan verslavend werken en is geregistreerd als een antidepressivum en niet als een middel om voortijdig klaarkomen te verhelpen. Er wordt gezocht naar een middel dat het tekort aan serotonine aanvult, maar niet schadelijk is. Bij zowel vrouwen als mannen die dit probleem niet hebben maar wel antidepressiva slikken komt het vaak voor dat ze meer moeite hebben met klaarkomen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties