Servië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Република Србија
Republika Srbija
Flag of Serbia.svg Coat of arms of Serbia.svg
(Details) (Details)
Servië
Basisgegevens
Officiële landstaal Servisch
Hoofdstad Belgrado
Regeringsvorm republiek
Staatshoofd President Tomislav Nikolić
Religie Servisch-orthodox
Oppervlakte 77.474 km² [1] (-% water)
Inwoners 7.186.862 (2011)[2]
7.243.007 (2013)[3] (93,5/km² (2013))
Overige
Volkslied Bože Pravde
Munteenheid Servische dinar (CSD)
UTC +1 (zomer +2)
Nationale feestdag 3 juni (Dag van de Republiek)
Web | Code | Tel. .rs | SRB | 381
Voorgaande staten
Servië en Montenegro Servië en Montenegro 2006 (Montenegrijnse onafhankelijkheidsverklaring)
Topografie
Servië
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Servië (Servisch: Србија, Srbija), officieel de Republiek Servië (Servisch: Република Србија, Republika Srbija), is een land in het zuidoosten van Europa. Het is sinds 5 juni 2006 een onafhankelijke staat, nadat het 85 jaar lang onderdeel was van Joegoslavië en tussen 2003 en 2006 van de confederatie Servië en Montenegro. De hoofdstad van Servië is Belgrado. Servië moet niet verward worden met de Servische Republiek, een deelgebied van Bosnië en Herzegovina.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Servië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Omvang van het Keizerrijk Servië omstreeks het jaar 1350

De wortels van de huidige Servische staat zijn terug te voeren naar de 7e eeuw en het hertogelijke huis van Vlastimirović. Het Servische koninkrijk werd gevestigd in het gebied dat bekendstond onder de naam Duklja (Latijn: Doclea of Dioclea) in de 11e eeuw. De Servische staat begon in aanzien te groeien onder de leiding van Stefan Nemanja in de 12e eeuw. Zijn zoon Stefan Nemanjić zou later bekend worden als Stefan de Eerstgekroonde vanaf 1220. Zijn nakomeling Stefan Dušan verhief Servië van prinsdom tot koninkrijk in 1346. Na de dood van Stefan Dušan volgden een aantal regeerders die steeds meer land kwijtraakten aan het Ottomaanse Rijk. In 1389 vond er een cruciale slag plaats op het Merelveld (Kosovo Polje). De slag eindigde onbeslist, waarbij Servië verzwakt achterbleef. In 1459 verloor Servië zijn onafhankelijkheid bij de slag om Smederevo. In 1463 volgde Bosnië. Servië viel onder Ottomaans bestuur van 1459 tot 1804, waarna het weer zijn onafhankelijkheid gedeeltelijk terug verwierf.

In 1815 ontstond uit de Tweede Servische Opstand het Vorstendom Servië, een semionafhankelijk vorstendom onder leiding van vorst Miloš Obrenović. Obrenović wist zijn positie erfelijk te maken, en zette de eerste stappen naar onafhankelijkheid. De Obrenovićdynastie verwierf het recht tot belastingheffing van de sultan in ruil voor een vaste jaarlijkse afdracht. Tegen 1830 was Miloš Obrenović hierdoor zo rijk geworden, dat hij bij de sultan in ruil voor leningen (de Turkse schatkist was voortdurend leeg) nieuwe rechten kon verwerven. De hierop volgende periode stond in het teken van strijd tussen de verscheidene machtige families (Obrenović en Karađorđević).

Aan het hoofd van de staat stond de vorst (vanaf 1878 koning), die slechts zeer langzaam een leger kon opbouwen. Na de Russisch-Turkse Oorlog van 1877 verwierf Servië de steden Niš en Pirot. In 1903 kwam het huis Karađorđević definitief aan de macht: koning Alexander Obrenović en koningin Draga werden door officieren vermoord en een raam uit gesmeten. De dynastie Obrenović stierf hiermee uit en Peter I Karađorđević kwam op de troon.

In de Balkanoorlogen kon het Servische leger voor een aanzienlijke gebiedsuitbreiding zorgen, mede ten koste van Bulgarije, Albanië, Bosnië en Turkije. In de loop van de tijd voerde het vorstendom ook steeds meer een buitenlands beleid. Hierbij leunde men sterk op Oostenrijk-Hongarije, tot ongenoegen van een groot deel van de bevolking en de panslavisten. Zij gaven de voorkeur aan een pro-Russisch beleid.

In de Eerste Wereldoorlog werd het land bezet door de Centralen, maar in 1919 ging het Koninkrijk Servië met de nieuw gevormde Staat van Slovenen, Kroaten en Serven op in het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen, vanaf 1929 Koninkrijk Joegoslavië geheten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Servië tussen 1941 en 1944 door nazi-Duitsland bezet (tot 1943 met hulp van Italië en Kroatië). Tijdens deze bezetting werd er in Belgrado een marionettenregering aangesteld onder leiding van generaal Milan Nedić (zie ook Servië in de Tweede Wereldoorlog).


Joegoslavië werd in 1945 een federale republiek, die in de jaren negentig langzaam en vaak gewelddadig uit elkaar viel, gedurende en na afloop van de Joegoslavische oorlogen.

Dit leidde tot de situatie dat Servië tussen 1992 en 2006 met Montenegro een federatie vormde (de Federale Republiek Joegoslavië), vanaf 2003 Servië en Montenegro geheten. Op 3 juni 2006 riep Montenegro zijn onafhankelijkheid uit, waardoor Servië als de opvolgingsstaat van de confederatie Servië en Montenegro eveneens een onafhankelijke staat is geworden. Zowel in de periode van het koninkrijk als ten tijde van Joegoslavië en de federatie met Montenegro was Servië het grootste en dominantste landsdeel; de opsplitsing in 2006 was daarom weinig gewenst. De officiële Servische onafhankelijkheidsverklaring kwam op 5 juni 2006.

Op 17 februari 2008 scheidde Kosovo zich af van Servië en riep zichzelf uit tot onafhankelijke staat. Tot op vandaag erkent Servië, samen met een meerderheid van de internationale gemeenschap, inclusief Rusland, de voornaamste bondgenoot van Servië, deze onafhankelijkheid niet — dit in tegenstelling tot 72 andere landen, waaronder de meeste leden van de Europese Unie, de Verenigde Staten en de meeste andere westerse mogendheden. Op 22 juli 2010 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring niet in strijd is met het volkenrecht.

Slobodan Milošević, oud-president van Servië, werd door het Joegoslaviëtribunaal beschuldigd van oorlogsmisdaden in Kroatië, Kosovo en Bosnië en Herzegovina. In een tussenvonnis uit 2004 oordeelde het Tribunaal dat Milošević schuldig is aan massamoord en oorlogsmisdaden in zeven gemeentes in Bosnië en Herzegovina, waaronder Srebrenica en Prijedor.

Op 21 juli 2008 werd Radovan Karadžić in Servië gearresteerd; hij werd gezocht door het Joegoslaviëtribunaal vanwege zijn rol tijdens de Bosnische Oorlog als leider van de Servische entiteit in de republiek Bosnië en Herzegovina (de zogenaamde Servische Republiek). Met deze arrestatie wordt de zoektocht naar de van oorlogshandelingen verdachte personen die geopereerd hebben tussen circa 1991 (begin burgeroorlog voormalig Joegoslavië) en 1999 (strijd in Kosovo) en die voornamelijk van Bosnische, Kroatische, Servische of Kosovaarse afkomst zijn, verder gecompleteerd. In mei 2011 werd ook Ratko Mladić in Servië gearresteerd. Door deze arrestatie verliep de toenadering tot de Europese Unie ook sneller, en in oktober 2011 kreeg Servië het kandidaat-lidmaatschap toegekend[4].

Geografie[bewerken]

Fysieke kenmerken[bewerken]

Servië bevindt zich op het Balkanschiereiland, op een kruispunt tussen Centraal-Europa, Zuid-Europa en Oost-Europa. Een deel van het land ligt op de Pannonische vlakte.

Servië heeft geen kustlijn en ligt ingeklemd tussen acht andere landen. Met de klok mee, te beginnen in het noorden, zijn dat Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Macedonië, Kosovo (voor zover de lezer dit land erkent, anders Albanië), Montenegro, Bosnië en Herzegovina en Kroatië.

De belangrijkste rivier van Servië is de Donau. Deze 2850 km lange rivier stroomt 588 km over Servisch grondgebied, vooral door het noordelijke deel van het land. Aan dit deel van de Donau liggen onder andere de steden Belgrado en Novi Sad, de berg Fruška Gora en het bekende kloofdal de IJzeren Poort. Ook monden er in Servië andere belangrijke rivieren uit in de Donau, zoals de Sava (in hartje Belgrado), de Timiş (nabij Pančevo), en de Tisa (bij het dorp Titel, waar tevens de Begarivier (254 km) zich met de Tisa vermengt). Deze rivieren zijn allemaal bevaarbaar en verbinden Servië met het noorden en westen van Europa (door middel van het Main-Donau-Kanal), met Oost-Europa (via de Tisa-, Timiş-, Bega- en Donau-Zwarte Zee-routes), en Zuid-Europa (via de Sava). Tevens heeft het land vele meren.

De grootste meren in Servië zijn veelal oude armen van Donau en Sava. 's Lands grootste natuurlijke meer is Belo jezero in Vojvodina, met een oppervlakte van circa 25 km². Onder de artificiële stuwmeren is dat in de IJzeren Poort-kloof, met een oppervlakte van 163 km² aan Servische zijde (samen 253 km²), het grootste van het land. Andere bekende stuwmeren zijn het Vlasinameer, in een hoogveengebied in het Zuidoost-Servische gebergte, het Perućacmeer aan de Drina en het stuwmeer in de canyon van de Uvacrivier.

Steden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie lijst van grote Servische steden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De tien grootste steden van Servië zijn: (exclusief Kosovo)

  1. Belgrado (1.120.090 inwoners), nationale hoofdstad
  2. Niš (236.722)
  3. Kragujevac (211.580)
  4. Novi Sad (186.312), hoofdstad van Vojvodina
  5. Subotica (99.980)
  6. Zrenjanin (79.770)
  7. Pančevo (77.090)
  8. Čačak (73.220)
  9. Leskovac (63.180)
  10. Smederevo (62.800)

Bevolking[bewerken]

Etnische groepen in 2002 (excl. Kosovo)

Na de afscheiding van Montenegro en Kosovo, met respectievelijk 653.474 (2013) en 1.800.000 inwoners, heeft Servië een bevolking van 7.334.935 inwoners.

Taal en schrift[bewerken]

In Servië worden diverse talen gesproken, waaronder Servisch, Albanees, Hongaars, Roemeens, Kroatisch, Slowaaks, Bulgaars en Roetheens. Het Servisch is de officiële taal van het land; in Kosovo samen met het Albanees en in Vojvodina samen met het Hongaars (zie Hongaarse minderheid in Servië), Roemeens, Kroatisch, Slowaaks en Roetheens.

Servisch is een van de standaardvarianten van het Servo-Kroatisch, behorend tot de zuidelijke groep van de Slavische talen. De taal die in Montenegro wordt gesproken, wordt door de meeste taalkundigen beschouwd als een dialect van het Servisch, officieel heet ze echter Montenegrijns. De Servische standaardtaal is gebaseerd op het Neoštokavisch dialect. In het zuidoosten van Servië wordt ook Torlakisch gesproken, dat als een Servisch-Bulgaars grensdialect gezien kan worden.

Tot ver in de twintigste eeuw werd op Joegoslavische scholen het Russisch als tweede taal onderwezen. Inmiddels is deze taal echter vervangen door het Engels, dat in Servië sterk is opgekomen. Vooral in de grote steden spreekt men tegenwoordig wel een woordje Engels. Op het platteland wordt door oudere generaties vaker Russisch of Duits gesproken als eerste buitenlandse taal.

In Servië worden het Latijnse en cyrillische alfabet naast elkaar gebruikt. Op de bewegwijzering zijn vaak beide schriften aanwezig. In het noordelijke Vojvodina overheerst echter het Latijnse alfabet, terwijl in het zuiden en oosten vaak het cyrillisch wordt gebruikt. Het Servisch wordt geheel fonetisch geschreven. Dit betekent dat de uitspraak van een woord niet verschilt van de schrijfwijze.

Religie[bewerken]

De belangrijkste religie in Servië is de Servisch-orthodoxe Kerk. Verspreid over het land zijn er vele orthodoxe kloosters. In Belgrado staat het grootste orthodoxe kerkgebouw ter wereld, de Savakathedraal.
In het zuidwesten van Servië hangt de meerderheid van de inwoners de islam aan. In het westen en noorden wonen minderheden katholieken en protestanten.

Overheid en politiek[bewerken]

Staatsinrichting[bewerken]

Het Servische parlementsgebouw in de hoofdstad Belgrado

De Republiek Servië is een parlementaire democratie. Aan het hoofd staat een president. De huidige president van Servië is Tomislav Nikolić van de Servische Progressieve Partij (SNS).

Boris Tadić van de sociaaldemocratische en pro-Europese Democratische Partij (DS), president van 2004 tot 2012, trad op 5 april 2012 terug om de weg vrij te maken voor nieuwe presidentsverkiezingen. Deze werden gehouden in mei 2012. Tot en met verkiezingen was Slavica Đukić Dejanović (waarnemend) president. De tweede ronde van de presidentsverkiezingen van 2012, die op 20 mei werd gehouden, ging tussen Tadić en Nikolić. Tot ieders verrassing en in strijd met eerdere opiniepeilingen won Nikolić nipt van Tadić met 49,4% tegen 47,4%.[5] Nikolić werd op 31 mei 2012 geïnaugureerd als president van Servië. Uit protest tegen zijn radicale opvattingen waren de leiders van de andere voormalig Joegoslavische landen niet bij de inauguratie aanwezig.

De huidige premier van Servië is Ivica Dačić van de Socialistische Partij van Servië. Hij nam op 23 juli 2012 het ambt over van de onafhankelijke Mirko Cvetković.

Kosovo is een protectoraat van de UNMIK-missie van de Verenigde Naties. Op 17 februari 2008 riep het parlement van Kosovo eenzijdig de onafhankelijk uit, maar deze wordt vooralsnog niet door een meerderheid van de internationale gemeenschap noch door Servië zelf erkend. Het gros van de lidstaten van de Europese Unie en veel andere westerse machten erkennen Kosovo's onafhankelijkheid wel en hebben, tot ongenoegen van Servië en zijn vaste bondgenoot Rusland, niet geaarzeld om diplomatieke relaties met het land aan te knopen.

Servië heeft de ambitie toe te treden tot de Europese Unie. Het land vroeg op 22 december 2009 officieel het lidmaatschap aan en heeft al verklaard dat de Kosovokwestie los van de interesse in toetreding tot de EU moet worden gezien. Op 12 oktober 2011 werd Servië als kandidaat-lid van de Europese Unie erkend[6].

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bestuurlijke indeling van Servië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Servië bestaat uit drie regio's:

  • de autonome provincie Vojvodina in het noorden;
  • de autonome provincie Kosovo in het zuiden, voor zover men die niet erkent als onafhankelijk;
  • Centraal-Servië, de rest van het land; dit is geen officiële bestuurlijke entiteit. De hoofdstad Belgrado bevindt zich in dit gedeelte.

De drie regio's zijn weer onderverdeeld in 31 districten en de stad Belgrado.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Een Servische trein nabij Priboj

De voornaamste internationale luchthaven van Servië is Nikola Tesla Airport en ligt in het dorp Surčin, ongeveer 12 kilometer ten westen van hoofdstad Belgrado. Ook vanuit tweede stad Niš vertrekken internationale lijnvluchten. De nationale luchtvaartmaatschappij van Servië is Air Serbia (voor 26 oktober 2013 Jat Airways).

Qua openbaar vervoer is de bus veruit het gemakkelijkste en comfortabelste vervoermiddel om mee te reizen. Steden en dorpen worden door meerdere bussen per dag met elkaar verbonden. Er zijn ook internationale connecties naar de omringende landen en verder — maatschappij Eurolines verbindt Belgrado zelfs met Zweden. Het busvervoer is in verhouding wel iets duurder dan de trein, maar de trein rijdt over het algemeen minder frequent en is bovendien een stuk langzamer. Het Servische spoor en de treinstellen zijn verouderd en in feite al jaren aan vervanging toe. Desalniettemin rijden er treinen naar alle uithoeken van het land. Er zijn ook internationale treinverbindingen, die Servië verbinden met de rest van Europa.

Enkele wegen in Servië zijn de E65, E70, E75, E80, E662, E761, E763, E771 en de E851.

Toerisme[bewerken]

Het toerisme in Servië blijft wat achter in vergelijking met de andere Balkanlanden. Vermoedelijk mijden veel potentiële toeristen het land nog altijd door de slechte reputatie die het kreeg door de Joegoslaviëoorlog en de Kosovokwestie. De bezoekersaantallen blijven echter stijgen; in 2009 bezochten al 8% meer mensen het land dan een jaar daarvoor. Het meest bezochte gebied in Servië is de Donauregio, in het bijzonder de hoofdstad Belgrado, die naast haar turbulente en daardoor boeiende geschiedenis vooral door haar uitgaansleven kan boeien — reisgidsenautoriteit Lonely Planet noemde Belgrado de beste uitgaansstad ter wereld, vóór Canada's tweede stad Montreal en de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires.

Cultuur[bewerken]

Muziek[bewerken]

Enkele populaire artiesten in Servië zijn Ceca, Goran Bregović en Željko Joksimović. In 2007 won Marija Šerifović voor Servië het Eurovisiesongfestival met het lied Molitva, wat 'smeekbede' betekent. Op 20, 22 en 24 mei 2008 werd daarom het muziekfestival in de Belgrado Arena in Belgrado georganiseerd.

In Novi Sad vindt ieder jaar in juli het popfestival EXIT plaats. Dit festival geniet ook buiten Servië een groeiende bekendheid. Internationaal bekende artiesten treden er op. In Guča wordt jaarlijks een folkloristisch trompetfestival gehouden. De grootste Servische artiesten hebben hier reeds opgetreden. De Servische televisie zendt de festiviteiten rechtstreeks uit. In 2010 vierde het festival zijn 50-jarig bestaan.

Sport[bewerken]

Voetbal is een van de populairste sporten van het land. De grootste voetbalclubs zijn Partizan Belgrado en Rode Ster Belgrado. Op het wereldkampioenschap voetbal 2006 kwamen de Servische voetballers uit voor het voetbalelftal van Servië en Montenegro, aangezien afgesproken werd om pas na dit WK voor beide landen een apart nationaal voetbalteam te vormen.

Ook tennis is erg populair in Servië. De beroemdste tennisser van het land is Novak Đoković, die geruime tijd op nummer 1 op de wereldranglijst stond. In het vrouwentennis was er de laatste jaren de doorbraak van talenten als Jelena Janković en Ana Ivanović. Laatstgenoemde wist in 2008 de overwinning van het prestigieuze toernooi Roland Garros op haar naam te schrijven.

Andere populaire sporten in Servië zijn basketbal, volleybal, handbal en waterpolo. Het voormalige team van Joegoslavië, dat van Servië en Montenegro en dat van het huidige Servië hebben herhaaldelijk successen behaald in deze sporten.

Bekende Serviërs[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie lijst van bekende Serviërs.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties