Shenqiornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Shenqiornis mengi is een vogel, behorend tot de Enantiornithes, die tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige China.

Vondst en naamgeving[bewerken]

In 2009 meldde Jingmai Kathleen O'Connor in haar dissertatie de vondst van een nieuwe vogel. Het fossiel was in beslag genomen en kwam vermoedelijk uit de omgeving van Senjitu in de prefectuur Fengning in de provincie Hebei. Uit een diagram in een publicatie uit 2011 werd duidelijk dat ze oorspronkelijk overwoog er een soort "Dalianornis mengi" voor te benoemen.

De ruimtewandeling was in China reden tot grote nationale trots

In 2010 werd de typesoort Shenqiornis mengi benoemd en beschreven door Wang Xuri, O'Connor, Zhao Bo, Luis María Chiappe, Gao Chunling en Cheng Xiaodong. De geslachtsnaam combineert een verwijzing naar Shenzhou 7 ofwel de Shénzhōu Qī Hào, de derde bemande Chinese ruimtemissie en de eerste Chinese ruimtewandeling, met het Oudgriekse ὄρνις, ornis, "vogel". De missie vond plaats in 2008, het jaar dat het manuscript werd ingediend ter publicatie. De soortaanduiding eert Meng Qingjin, de vroegere directeur van het Dalian Natural History Museum, voor zijn studie en bescherming tegen de illegale fossielenhandel van de fossielen van Liaoxi.

Het holotype, DNHM D2950-2951, is gevonden in de Qiaotouafzetting van de Huajiyingformatie die dateert uit het vroege Aptien. Het bestaat uit een vrijwel compleet skelet, platgedrukt tussen een plaat en tegenplaat. De linkerachterpoot ontbreekt op de voet na en verder het pygostyle. Het skelet ligt gedeeltelijk in verband. Delen van het verenkleed zijn bewaardgebleven. Het betreft een jongvolwassen dier. De stukken werden geprepareerd door Aisling Farren.

Beschrijving[bewerken]

Het holotype is ongeveer vijftien à twintig centimeter lang.

De beschrijvers wisten enkele onderscheidende kenmerken vast te stellen. Het neusbeen is smal en mist een tak onder het neusgat. Het postorbitale heeft een langwerpige rechte neergaande tak. De tanden zijn robuust met een ronde dwarsdoorsnede en een licht naar achteren gebogen spits. De uiteinden van de takken van het vorkbeen zijn verbreed. Het onderste derde deel van het ravenbeksbeen is bol aan de buitenzijde. Bij het borstbeen zijn de achterste zijuitsteeksels aan het uiteinde verbreed en waaiervormig. De hand is niet gereduceerd of vergroeid en heeft klauwen op de eerste en tweede vinger. Het halvemaanvormige polsbeentje heeft een naar boven uitstekend bultje op de achterste bovenkant. Het schaambeen heeft een "voet". Het zitbeen is bandvormig en mist een processus obturatorius. Het eerste middenvoetsbeen is J-vormig en niet overdwars afgeplat, met een facet aan de buitenzijde van het lichaam voor het contact met het tweede middenvoetsbeen en een facet aan de achterzijde voor het eerste kootje van de eerste teen. Het ontbreken van een vergroeiing van de hand is wellicht het gevolg van de jeugdige leeftijd.

De schedel van het holotype heeft een lengte van 41,8 millimeter. De snuit is langwerpig, geleidelijk bol aflopend. De tanden zijn wat gezwollen. De tanden in de bovenkaak en de onderkaak zijn ongeveer even groot. Er staan minstens zeven tanden in het dentarium van de onderkaak. De laatste dentaire tand is wat kleiner.

Fylogenie[bewerken]

In 2010 was de positie van Shenqiornis nog onduidelijk buiten dat het een lid was van de Enantiornithes. In 2014 werd het per definitie een lid van de Bohaiornithidae.

Het volgende kladogram toont de positie van Shenqiornis in de evolutionaire stamboom volgens de kladistische analyse uit 2014:

Enantiornithes 

Protopteryx



Elsornis



Iberomesornis


 Euenantiornithes 
 Longipterygidae 


Boluochia



Longipteryx





Shanweiniao




Longirostravis



Rapaxavis








IVPP V 18631



Pengornis





Eocathayornis





Cathayornis




Neuquenornis



Gobipteryx



Vescornis



Eoalulavis




Concornis



Qiliania





 Eoenantiornithiformes 

Eoenantiornis


 Bohaiornithidae 


Shenqiornis



Sulcavis





Zhouornis




Longusunguis




Parabohaiornis



Bohaiornis












Levenswijze[bewerken]

In 2010 vielen de erg robuuste tanden op. Die werden toen verklaard als een aanpassing aan het kraken van het pantser van insecten, die nooit eerder bij Enantoronithes was waargenomen. Na de beschrijving van de verwanten in de Bohaiornithidae worden de tanden verklaard als een aanpassing aan het eten van vlees binnen een levenswijze als roofvogel.

Literatuur[bewerken]

  • O'Connor, J.K. 2009. A systematic review of Enantiornithes (Aves: Ornithothoraces). PhD Thesis, University of Southern California, 586 pp
  • X. Wang, J. O'Connor, B. Zhao, L.M. Chiappe, C. Gao and X. Cheng. 2010. "New species of Enantiornithes (Aves: Ornithothoraces) from the Qiaotou Formation in northern Hebei, China". Acta Geologica Sinica 84(2): 247-256