Colette (schrijfster)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Sidonie-Gabrielle Colette)
Ga naar: navigatie, zoeken
Sidonie-Gabrielle Colette
SidonieGabrielleColette.jpg
Algemene informatie
Pseudoniemen Colette
Geboren 28 januari 1873, Saint-Sauveur-en-Puisaye
Overleden 3 augustus 1954, Parijs
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Werk
Bekende werken Chéri, La chatte, Gigi
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Sidonie-Gabrielle Colette (Saint-Sauveur-en-Puisaye, 28 januari 1873 - Parijs, 3 augustus 1954) was een Frans schrijfster. Ze schreef onder haar achternaam Colette, zonder voornaam of voorletters.

Leven[bewerken]

Vroege leven[bewerken]

Colette werd geboren als jongste van vier dochters van de belastingontvanger (en voormalig officier) Jules-Joseph Colette en Adèle Eugénie Sidonie Landoy. Haar vroege jeugd werd sterk beheerst door haar wilskrachtige moeder, met wie ze altijd briefcontact bleef houden en die als "Sido" terugkeert in haar latere autobiografische romans.

In 1893 trad Colette in het huwelijk met de veel oudere romancier en literatuurcriticus Henry Gauthier-Villars (Willy) en vestigde zich in Parijs. Het betekende voor Colette het begin van een literaire carrière, maar ook van het verlies van de contacten met haar moeder en de natuur, welke ze haar leven lang in haar literaire werk zal terugzoeken.

Het bijzondere literaire talent van Colette werd al snel door haar man onderkend. Hij dwong haar vervolgens, soms zelfs door opsluiting, om een aantal autobiografische romans over haar schooljaren te schrijven en onder zijn eigen naam, „Willy“, te publiceren. Zo ontstonden tussen 1900 en 1903 haar vier min of meer autobiografische Claudine-romans. De serie had onmiddellijk een groot succes, mede door talrijke erotische taferelen, en werd en spoedig ook op toneel vertolkt. Kort na het schrijven van de laatste Claudine-roman liet Colette zich van haar man scheiden, niet alleen vanwege diens dwangmatige karakter, maar ook vanwege zijn ontrouw en onenigheid over de auteursrechten. De teleurstelling over haar gestrande huwelijk verwerkt ze later in La Retraite sentimentale (1907), waarin ze met weemoed terugblikt op haar verloren jeugd.

Variété[bewerken]

Colette in Rêve d’Egypte’, 1907, foto Léopold Reutlinger

Na haar scheiding leefde Colette een tijd lang samen met de schrijfster Natalie Clifford Barney en belandde ze in het variété-leven van Parijs. Toen ze in 1907 tijdens de opvoering van een pantomime (‘Rêve d'Égypte’) in de Moulin Rouge een vrouw kuste veroorzaakte dat een groot schandaal. Haar leven als variété-artiest beschrijft ze in haar romans L'Ingénue libertine (1909), La Vagabonde (1910), L'Entrave (1913).

Journalistieke- en literaire carrière[bewerken]

Vanaf 1910 neem Colette de literaire directie op zich van dagblad Le Matin en ontmoet haar tweede man, Henri de Jouvanel, vader van haar dochter (Bel Gazou). In de jaren 1913 tot 1920 ontpopt ze zich als volwaardig journaliste. Haar novelle Mitsou ou comment l’esprit vient aux filles (1917) vertolkt haar nieuwe optimisme. Ze gelooft in de mogelijkheid van de totale overgave van de liefhebbende mens. De man komt echter steeds meer naar voren als een zwakke figuur die de harmonische wereld van de vrouw verstoort, en daarom in haar leven slechts een marginale rol speelt. Zo heeft haar eerst in feuilleton verschenen roman Chéri (1920) als onderwerp de verzaking van de liefde van de al wat oudere Lea voor de jonge Chéri, omdat ze inziet dat elk verzet tegen de tijd nutteloos is. De jongeman, geobsedeerd door de aftakeling van Lea, ziet slechts een uitweg in zelfmoord (La fin de Chéri, 1926).

Colette scheidde in 1924 van Jouvanel na een spraakmakende affaire met haar stiefzoon.

Graf van Colette, Cimetière du Père-Lachaise, Parijs

Latere leven[bewerken]

In 1925 krijgt Colette een relatie met de jonge Belg Maurice Goudeket, met wie ze in 1935 zal trouwen. Met La Naissance du jour (1928) en Sido (1929) maakt ze zich definitief los van alle ijdelheid en illusies van de liefde, en probeert ze nog slechts de waarden uit haar jeugd terug te vinden. Ze verloor echter nooit haar levenslust en bleef steeds geboeid door de vele aspecten van de liede. Drie romans over jaloezie volgen elkaar op: Le Pur et l'Impur (1932), La Chatte (1933), Duo (1934). Zelf beschouwde ze deze als haar beste werk.

Om de mensen met wie ze haar angsten tijdens de Tweede Wereldoorlog deelde wat op te vrolijken schreef ze in die periode een aantal luchtigere romans, waarvan Gigi het meest bekend is. Gigi. werd tweemaal verfilmd, er is een toneelstuk van gemaakt en het verhaal is gebruikt voor een musical.

In 1945 trad Colette toe tot de Académie Goncourt. In 1953 werd zij grootofficier in het Légion d'honneur en werd ze lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique.

De tachtigste verjaardag van Colette werd in Frankrijk gevierd als een nationale gebeurtenis. Toen ze in 1954 stierf viel haar een staatsbegrafenis ten deel.

Bibliografie[bewerken]

  • Claudine à l'école (1900)
  • Claudine à Paris (1901)
  • Claudine en ménage (1902)
  • Claudine s'en va (1903)
  • Dialogues de bêtes (1904)
  • La Retraite sentimentale (1907)
  • Les vrilles de la vigne (1908)
  • L'Ingénue libertine (1909)
Eerste uitgave ‘Claudine à l’école’
  • La Vagabonde (1910)
  • L'Entrave (1913)
  • L'Envers du music-hall (1913)
  • Mitsou ou comment l’esprit vient aux filles (1917)
  • L'Enfant et les sortilèges (1918, libretto voor opera Maurice Ravel)
  • Chéri (1920) Chéri, vert. Greetje van den Bergh, 1975
  • La Chambre éclairée (1922)
  • La maison de Claudine (1922) Het huis van mijn moeder, vert. Kiki Coumans, 2005
  • Le Blé en herbe (1923) Als het jonge koren rijpt, vert. Evelien van Leeuwen, 1977
  • La Femme cachée (1924)
  • La fin de Chéri, (1926) Het einde van Chéri, vert. Greetje van den Bergh, 1975
  • La Naissance du jour (1928)
  • Sido (1929) Sido, vert. Kiki Coumans, 2005
  • Le Pur et l'Impur (1932)
  • La Chatte (1933) De kat, vert. J. Gethmann-Sterkenburg en Evelien van Leeuwen, 1977
  • Duo (1934)
  • Chambre d'hôtel (1940)
  • Journal à rebours (1941)
  • Le képi (1943)
  • Nudité (1943)
  • Gigi (1944)
  • Paris de ma fenêtre
  • Julie de Carneilhan (1941)
  • L'Étoile Vesper (1946)
  • Le Fanal bleu (1949)
  • Histoires pour Bel-Gazou (Nouvelles), Hachette, Illustrations Alain Millerand, 1992
  • Colette journaliste : Chroniques et reportages (1893-1945), inédit, 2010
  • J'aime être gourmande, présentation de G. Bonal et F. Maget - introduction de G. Martin, L’Herne, Paris 2011

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984. ISBN 90-228-4330-0

Externe links[bewerken]