Simavi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Simavi is een Nederlandse, van oorsprong protestantse, ontwikkelingsorganisatie die anno 2019 werkzaam is in negen landen, verdeeld over de continenten Afrika en Azië. Het hoofdkantoor is gevestigd in Amsterdam.

In aanwezigheid van haar echtgenoot, dr. G. Rooyer, voorzitter van Simavi, doopt mevr. Rooyer op een werf te Zaandam het naar haar man vernoemde polikliniekschip, waarna het schip te water glijdt.
Polikliniekboten voor Indonesië tgv 25-jarig jubileum Simavi.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Simavi is opgericht in 1925 door Joh. van der Spek en H. Bervoets die als zendingsartsen te werk waren gesteld op Midden-Java in Nederlands-Indië. De naam van de organisatie is een afkorting van Steun In Medische Aangelegenheden voor Inheemschen.[1] [2] [3] Het doel was om hervormde zendingsartsen in de Nederlandse kolonie te voorzien van medicijnen, instrumenten en apparatuur. Na verloop van tijd werd de hulp uitgebreid naar gereformeerde en doopsgezinde artsen.

In 1934 verklaarde Prinses Juliana zich bereid om als beschermvrouwe op te treden en haar naam te verbinden aan een door Simavi opgericht noodfonds.[4] Nog voor 1940 werd het punt bereikt dat de hulp van Simavi voor iedereen beschikbaar was, ongeacht de levensovertuiging.

In de jaren 1980 richtte de organisatie zich niet langer alleen op het platteland maar werd ook actief in de sloppenwijken van grote steden.[5]

In 1990 startte een samenwerkingsverband met de ANWB om mensen in Tanzania op te leiden tot wegenwacht of extra instructies te geven aan chauffeurs of onderhoudstechnici. Hiertoe werden twee Nederlandse wegenwachters voor een jaar uitgezonden naar Tanzania. De wegenwachters werden breed ingezet, ze hielpen ook bij het verrichtten van reparaties aan voertuigen, wasmachines en operatiekamers. [6] [7]

Doelstellingen en werkwijze[bewerken | brontekst bewerken]

  • Een gezonder leven voor kwetsbare mensen in arme en minder welvarende landen.
  • Bevorderen van duurzame en kwalitatief goede voorzieningen voor het verbeteren en behouden van hun gezondheid.
  • Uitbreiding van kennis bij deze mensen, zodat zij geïnformeerd beslissingen kunnen nemen over hun gezondheid en hun lichaam.
  • Uitbreiding van sociaal draagvlak in de gemeenschap, zodat ze ook in staat zijn om beslissingen uit te voeren.
  • Lobbywerk bij lokale overheden, om te bevorderen dat zij de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, zoals die in 2015 zijn vastgesteld door de Verenigde Naties, nastreven.
  • Sociale en economische kansen voor vrouwen en meisjes, specifiek met aandacht voor gezondheid en welzijn.[8]
  • Vergroting van autonomie door kans op onderwijs en lonend werk, zodat meer controle ontstaat over eigen leven en omgeving.
  • Nauwe samenwerking met lokale partners die de plaatselijke situatie en de nationale context goed begrijpen. Door specifieke ondersteuning en technische assistentie kan de capaciteit en expertise van deze organisaties verbeteren en daarmee ook hun vermogen om te lobbyen en belangen te behartigen.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]