Naar inhoud springen

Simon Johnson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Simon Johnson
Johnson in 2024
Johnson in 2024
Persoonlijke gegevens
Titelatuur/graad Doctor of PhilosophyBewerken op Wikidata
Geboortedatum 16 januari 1963
Geboorteplaats Sheffield, Verenigd Koninkrijk
Nationaliteit Brits, Amerikaans
Beroep econoom, academisch docentBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Oxford, Massachusetts Institute of Technology, Universiteit van ManchesterBewerken op Wikidata
Promotor(s) Rudi DornbuschBewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) Economie
Prijzen en erkenningen Nobelprijs voor Economie (2024)

Simon H. Johnson (Sheffield, 16 januari 1963)[1] is een Brits-Amerikaans econoom die sinds 2004 werkzaam is als de Ronald A. Kurtz Professor of Entrepreneurship aan de MIT Sloan School of Management.[2][3] Hij diende ook als senior fellow bij het Peterson Institute for International Economics van 2008 tot 2019.[2][4] Voordat hij naar MIT verhuisde, gaf hij van 1991 tot 1997 les aan de Fuqua School of Business van Duke University.[2][5][6] Van maart 2007 tot het einde van augustus 2008 diende hij als hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds.[7]

In 2024 werden Johnson, Daron Acemoğlu en James Robinson onderscheiden met de Nobelprijs voor Economie voor hun vergelijkende studies naar welvaart tussen naties.[8]

Geboren in 1963 in Sheffield, werd Johnson particulier onderwezen aan de Abbotsholme School in Rocester en ging daarna Filosofie, Politiek en Economie (PPE) studeren aan de Universiteit van Oxford, waar hij een undergraduate student was aan het Corpus Christi College, Oxford en afstudeerde in 1984.[2][9][10] Daarna behaalde hij een MA in economie (met onderscheiding) aan de Universiteit van Manchester in 1986.[2][11] Hij vervolgde zijn promotieonderzoek aan het Massachusetts Institute of Technology, waar hij werd begeleid door Rudiger Dornbusch en in 1989 een PhD in de economie ontving met een proefschrift getiteld Inflation, intermediation, and economic activity.[12]

Carrière en onderzoek

[bewerken | brontekst bewerken]

Van 1989 tot 1991 was Johnson een junior scholar aan de Harvard-universiteit, waar hij lid was van de Harvard Academy for International and Area Studies en een fellow van het Russian Research Center.[2] Van 1991 tot 1997 doceerde hij aan de Fuqua School of Business van Duke University, waar hij assistent-professor was tot 1995 en associate professor tot 1997; hij leidde daar ook het Center for Manager Development in Sint-Petersburg, Rusland, van 1993 tot 1995.[2] Hij trad in 1997 toe tot de faculteit van MIT en kreeg in 2002 een vaste aanstelling (tenure).[2] Bij MIT is hij een research affiliate bij Blueprint Labs, geeft hij mede leiding aan MIT's Shaping the Future of Work Initiative en staat hij aan het hoofd van de Global Economics and Management Group.[2]

Johnson is sinds 2004 research associate bij het National Bureau of Economic Research (NBER) en is verbonden aan BREAD.[2] Hij is een fellow van het CEPR en zit sinds 2021 in de raad van bestuur van Fannie Mae.[2] Hij was mede-oprichter van de Systemic Risk Council van het CFA Institute en is sinds 2010 een maandelijkse columnist bij Project Syndicate.[2] In november 2020 werd Johnson benoemd tot vrijwillig lid van het Agency Review Team van de presidentiële transitie van Joe Biden om de transitie-inspanningen met betrekking tot het Amerikaanse Ministerie van Financiën en de Federal Reserve te ondersteunen.[13]

Johnson is lid van de International Advisory Council van het Center for Social and Economic Research (CASE). Hij is ook lid van het Panel of Economic Advisers van het Congressional Budget Office.[7] Van 2006 tot 2007 was hij een visiting fellow bij het Peterson Institute for International Economics, waar hij van 2008 tot 2019 senior fellow was.[2][7] Hij zit in de redactieraad van vier academische economische tijdschriften.[7] Hij draagt sinds 2007 bij aan Project Syndicate.

Johnson is de auteur van papers zoals Learning from Ricardo and Thompson: Machinery and Labor in the Early Industrial Revolution, and in the Age of AI en A Theory of Price Caps on Non-Renewable Resources.[14] Hij schreef in 2010 het boek 13 Bankers: The Wall Street Takeover and the Next Financial Meltdown ISBN 978-0307379054, samen met James Kwak, met wie hij ook de economieblog The Baseline Scenario mede heeft opgericht en waar hij regelmatig aan bijdraagt.[15] Hij is ook de auteur van White House Burning: Our National Debt and Why It Matters to You (2013); Jump-Starting America: How Breakthrough Science Can Revive Economic Growth and the American Dream (2019), met Jonathan Gruber; en Power and Progress: Our Thousand-Year Struggle Over Technology and Prosperity (2023), met Daron Acemoğlu.

Power and Progress

[bewerken | brontekst bewerken]

Power and Progress is een boek (gepubliceerd in 2023) over de historische ontwikkeling van technologie en de sociale en politieke gevolgen van technologie.[16] Het boek behandelt drie vragen: over de relatie tussen nieuwe machines en productietechnieken en lonen, over de manier waarop technologie kan worden ingezet voor publieke goederen, en over de reden voor het enthousiasme rond kunstmatige intelligentie (AI).

Power and Progress betoogt dat technologieën niet automatisch publieke goederen opleveren, aangezien de voordelen ervan naar een kleine elite gaan. Het biedt een nogal kritische kijk op kunstmatige intelligentie en benadrukt de grotendeels negatieve impact ervan op banen, lonen en op de democratie.

Acemoğlu en Johnson bieden ook een visie op hoe nieuwe technologieën kunnen worden ingezet voor het maatschappelijk belang. Ze zien de Progressive Era als een model. En ze bespreken een lijst van beleidsvoorstellen voor de heroriëntatie van technologie, waaronder marktstimulansen, het opbreken van big tech, belastinghervorming, investeren in werknemers, privacybescherming en data-eigendom, en een belasting op digitale reclame.[17]

Johnson ontving in 2025 een Great Immigrant Award van de Carnegie Corporation of New York.[18]

[bewerken | brontekst bewerken]