Sint-Baafsabdij



De Sint-Baafsabdij was een benedictijner abdij in de Belgische stad Gent. De abdij werd in de 7e eeuw gesticht door Amandus van Maastricht, een zendeling uit Aquitanië. Ze is vlak bij de samenvloeiing van de Leie en de Schelde gelegen en werd daarom ook oorspronkelijk Ganda genoemd, naar het Keltische woord dat samenvloeiing of monding betekent.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Amandus en Bavo
[bewerken | brontekst bewerken]In de periode 629-639 probeerde Amandus de inwoners van de Gentgouw (pagus Gandao) te bekeren, maar dat liep aanvankelijk niet vlot. Amandus stuitte op verzet en zou meermaals door de Gentenaars in het water gegooid zijn. Hij zette echter door en met de hulp van vrijgekochte gevangenen en slaven die hij gedoopt had, kreeg hij langzaamaan succes. Een mirakel waarbij een veroordeelde gehangene weer tot leven werd gewekt, zou erg geholpen hebben.
Amandus stichtte er twee abdijen :
- Op een domein Blandinium (Blandijnberg) dat in de Gallo-Romeinse tijd toebehoorde aan iemand met de naam Blandi(n)us. Hij stichtte er een klooster met de hulp van de Merovingische koning Dagobert I. Later groeide het klooster uit tot de abdij die we nu kennen als Sint-Pietersabdij.
- Ook bij de Portus Ganda stichtte hij een klooster. Enkele jaren later trad Allowin van Haspengouw er in en nam de naam Bavo aan. In de 9e eeuw werd het klooster, dat later uitgroeide tot abdij, reeds naar hem genoemd. Lodewijk de Vrome koos Einhard als eerste abt van Ganda. Einhard was de biograaf van zijn vader en hij gaf vermoedelijk opdracht tot het bouwen van de eerste stenen kerk. Ganda was toen een koninklijk klooster en stond dus onder leiding van een lekenabt. De bewoners ervan waren toen geen monniken maar kanunniken.
Einhard en Bavo zorgden voor een eerste periode van voorspoed.
Vroege middeleeuwen
[bewerken | brontekst bewerken]Twee invasies van de Vikingen in de tweede helft van de 9e eeuw waren nefast voor de abdij. In de winter van 879-880 sloegen ze hier hun winterkamp op. De religieuzen zochten hun heil in Laon omdat de lekenabt op dat ogenblik ook heer van Laon was. Na een afwezigheid van bijna vijftig jaar keerden de religieuzen terug. De gebouwen verkeerden in slechte staat en het domein was in beslag genomen door Arnulf I de Grote, graaf van Vlaanderen die een sterke band had met de Sint-Pietersabdij. Onder impuls van de bisschop van Doornik richtte Arnulf de abdij opnieuw op en gelaste Gerardus van Brogne in 946 ze te hervormen tot een Benedictijnerabdij: ze werden dus voortaan bestuurd door een religieuze abt.
De Roomse keizer Otto II zag in de abdij een strategisch verdedigingspunt in zijn strijd tegen de Franse koning Lodewijk V van West-Francië. De Schelde vormde toen de grens tussen het Heilige Roomse Rijk en Frankrijk en hij was de abdij daarom gunstig gezind.[2]
Onder abt Odwinus werd de abdijkerk gebouwd waarvan de oudste muur van Gent nog overeind staat. De kerk naderde haar voltooiing bij het begin van de 11e eeuw. Onder leiding van Odwinus kon de abdij de concurrentie met de Sint-Pietersabdij aan.
Een van de pelgrims die toen naar de abdij kwam was Macharius. Hij overleed er aan de pest en er ontstond een verering rond zijn persoon. Hij werd pest- en parochieheilige en gaf zijn naam aan de parochie en de wijk.
Beide Gentse abdijen groeien vanaf het midden van de 10e tot aan het einde van de 12e eeuw uit tot machtige politieke, economische en cultrurele centra met een grote uitstraling. Ten oosten van de Sint-Baafsabdij ontstond het Sint-Baafsdorp met een eigen parochiekerk, de Heilige Kerstkerk [3] en een hospitaal. De spanningen tussen beide kloosergemeenschappen lopen herhaaldelijk op.[4]
Late middeleeuwen
[bewerken | brontekst bewerken]In de Late middeleeuwen echter verliezen beide Gentse abdijen hun dominante positie aan de vorsten die door manipulaties er steeds meer in slagen om familieleden als abt te laten benoemen. Steeds vaker vormen ze het decor van diplomatieke bijeenkomsten, geboortes, huwelijken en begrafenissen:
- Zo werd Jan van Gent, vierde zoon van de Engelse koning Eduard III, hier in 1340 geboren.
- Op 19 juni 1369 trouwden Filips de Stoute en Margaretha van Male, de dochter van de graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Male in de abdijkerk. Filips werd hierdoor erfgenaam van het graafschap Vlaanderen, in die dagen het meest welvarende gebied in Europa.[5]
De abdij kende een nieuwe bloeiperiode onder abt Rafaël van Bourgondië, die een beroemde kloosterbibliotheek uitbouwde.[6]
Einde
[bewerken | brontekst bewerken]
Abt Lucas Munich stelde aan Karel V voor om de benedictijnenabdij (terug) om te vormen tot een seculier kapittel van kanunniken. Karel V besprak dit met paus Paulus III, die hierin toestemde. Door een pauselijke bul gaf hij de opdracht aan Lucas Munich om de transitie te realiseren.
Op 31 juli 1537 legden de monniken hun habijt af en aanvaardden de kapittelstatuten, waardoor ze niet langer gebonden waren door de gelofte van armoede en andere voordelen ontvingen. Ze waren wel verplicht de koorgebeden bij te wonen. Lucas Munich werd de eerste gemijterde proost en had dus het recht om roerende en onroerende goederen te beziten.[8]
Wanneer de stad Gent in 1539 weigert belastingen te betalen, ontstaat er een volksopstand die door Karel V neergeslagen wordt. In 1540 gaf keizer Karel V daarom het bevel aan het verwereldlijkt kapittel om hun conventsgebouwen te verlaten en hun intrek te nemen in de gebouwen van de (toenmalige) Sint-Janskerk, met meeneming van hun artistieke schatten, waaronder de dodenrol van 1406.[9][8]Grote delen van de conventsgebouwen (waaronder de indrukwekkende romaanse abdijkerk) en het Sint-Baafsdorp, werden gesloopt. Deze sloop was namelijk een van de voorwaarden van de Concessio Carolina, waardoor de Gentenaars ook hun bijnaam stroppendragers kregen.
In de plaats kwam een dwangburcht, het Spanjaardenkasteel.
Overblijfselen
[bewerken | brontekst bewerken]Anno 2024 is er enkel nog een gedeelte bewaard van de romaanse en gotische conventsgebouwen. De ruïnes zijn vrij toegankelijk, en worden beheerd door Historische Huizen Gent.[10] In de ruïne werd door de stad Gent (de eigenaar):
- een omvangrijk lapidarium ingericht, bekend als het Museum voor Stenen Voorwerpen.
- Het lavatorium is vrij goed bewaard,
- ook de ingang van de Kapittelzaal, met romaans beeldhouwwerk is intact.
- Het oostelijke gedeelte van de pandgang is vrij goed bewaard, inclusief de gotische gewelven.
- De bewaarde refter, wordt beschouwd als een meesterwerk van monastieke architectuur.
- De contouren en zuilen van de abdijkerk werden in haagbeuk nagebootst om een idee te krijgen van de grandeur van de verdwenen abdijkerk.
Het is de bedoeling om de Romaanse ruïnes te herstellen en te restaureren.[11]
Afbeeldingen
[bewerken | brontekst bewerken]- gotische kapitelen in de oostelijke vleugel van het klooster.
- Detail van het steenwerk, Lavatorium.
- de ingang van de kapittelzaal
- Oorkonde van Lodewijk de Vrome bewaard in het Stadsmuseum Gent, waarbij Lodewijk de Vrome de immuniteit (koninklijke bescherming) van de abdij bevestigt die ze reeds ontvangen had van Lodewijks vader, Karel de Grote
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Paul Pas en Johan Decavele, De Gentse Sint-Baafsabdij en haar dorp, 1999, ISBN 9080488119
- David Nicholas, Vlaanderen in de middeleeuwen. Horizon, Schoten, 2015, p. 20-22, ISBN 9789492159151
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ Graduale van de St.-Baafsabdij te Gent[manuscript]. lib.ugent.be. Geraadpleegd op 28 augustus 2020.
- ↑ http://www.regesta-imperii.de/id/0974-01-21_1_0_2_2_0_162_648
- ↑ Eric Bauwens en Marijke Mortier. Sint-Salvatorkerk - Erfgoedsprokkels. Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen.
- ↑ De Abdijen van Sint-Baafs en Sint-Pieters in Gent | Mmmonk. www.mmmonk.be. Geraadpleegd op 14 januari 2026.
- ↑ Op 31 augustus 2024 werd (op aangeven van Bart Van Loo) een herdenkingssteen onthuld voor het huwelijk. Dit huwelijk vormt het begin van de Bourgondische eenwording van de Lage Landen
- ↑ De handschriften van Raphaël de Mercatellis | Mmmonk. www.mmmonk.be. Geraadpleegd op 14 januari 2026.
- ↑ Zicht op de stad Gent, de toestand voor 1540 weergevend, gemaakt voor de Proost van Sint-Baafs Viglius ab Aytta in 1564.Gemaakt voor 60 fl. door Lucas d'Heere; hersteld in 1677 door J.B. Herqueau. Zicht genomen van een plaats tussen de Dendermondse en de Antwerpse Poort. lib.ugent.be. Geraadpleegd op 5 oktober 2020.
- 1 2 De dodenrol van de St.-Baafsabdij | OKV. www.okv.be. Geraadpleegd op 13 januari 2026.
- ↑ Gebaseerd op een tekst van Marc Hanson uitgegeven door de "Buren van de Abdij" (zie website hierboven)
- ↑ https://historischehuizen.stad.gent/nl/sint-baafsabdij
- ↑ Monumentenwacht inspecteert Sint-Baafsabdij in Gent met drones 18 juni 2024, avs.be