Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk
Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk
Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk
Plaats Brussel
Coördinaten 50° 51′ NB, 4° 21′ OL
Gebouwd in 1657-1676
Gewijd aan Johannes de Doper
Architectuur
Bouwmateriaal Natuursteen
Interieur
Preekstoel Lambert-Jozef Parant (1757)
Detailkaart
Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk
Lijst van kerken in Brussel
Portaal  Portaalicoon   Christendom
De opmerkelijke klokkentoren is een barokke interpretatie van de stadhuistoren
De barokke preekstoel uit 1757. Aan de aanwezigheid van Dominicus Guzman is te zien dat hij oorspronkelijk uit een predikherenkerk komt (zie Het Predikheren), die van Mechelen
Het interieur van de kerk

De Sint-Jan Baptist ten Begijnhofkerk is een kerk in Brussel, in het begijnhof.

Geschiedenis[bewerken]

De begijnengemeenschap van Sint-Jan Baptist wordt gesticht in 1250 en ressorteerde onder de Sint-Jan-de-Doperkerk (Molenbeek).[1] In de 13de eeuw, als het eerste begijnhuisje gebouwd wordt, bevindt deze omgeving zich buiten de eerste stadsomwalling van Brussel. Op de velden en boomgaarden eromheen stonden huisjes voor zo'n 1200 begijnen, leden van een lekengemeenschap van ongehuwde vrouwen, die zich wijdden aan een religieus leven en liefdadigheid beoefenden. Een kleine kapel, gewijd aan O.L.V. van de Wijngaard, bracht de begijnen samen voor de kerkdienst. Op het einde van de 13de eeuw vergde de uitbreiding van de communiteit (tot 1200 begijnen) de bouw van een grote gotische kerk op de plaats van het huidige gebouw.

De begijnhofstraat vormde vanaf het begin de hoofdas van dit groot driehoekig domein waarvan de Lakense straat de basis was. Het geheel, afgesloten door een ringmuur, bevatte buiten de kerk en de begijnhuisjes, een ziekenhuis, waar zorg verleend werd aan de tijdens hongersnood en epidemieën zeer talrijke behoeftigen, een bakkerij, een blekerij, een windmolen voor de mensen in de stad en werkplaatsen waar zij aan wolverwerking deden. De lakenindustrie was de hoofdbron voor de Brussels inkomsten tot de 15de eeuw.

Op het einde van de 16de eeuw plunderden en verwoestten calvinisten de kerk tot tweemaal toe. Derhalve stond de communiteit voor een totale ondergang. Zij ondernam echter een restauratie die zich over talrijke jaren spreidde en uitmondde in de oprichting van het huidige kerkgebouw waarvan de eerste steen in 1657 ingemetseld werd. De wijding van de natuurstenen kerk gebeurde in 1676 voor de grootste begijnengemeenschap van het land.

Interieur[bewerken]

De kerk uit de 17de eeuw heeft een gotisch plan op basis van de Latijnse kruisvorm bewaard maar haar decoratie draagt de kenmerken van de Vlaamse barokstijl. De kerk geeft zo volkomen de tendens van de tweede helft van de 17de eeuw weer waarin de beeldhouwkunst aan belang won in de conceptie van het gebouw zelf. De bouwkunst schijnt haar structuren en haar sierelementen te koppelen aan de effecten die de erin verwerkte beelden voortbrengen.

Schilderijen[bewerken]

Om de kerk te versieren deden de begijnen in hoge mate beroep op de toen zeer bekende Brusselse schilder Theodoor Van Loon. De aanwezigheid in de kerk van zes doeken van deze schilder toont de verscheidenheid aan van zijn talent. Hij blijft getrouw de voorbeelden navolgen die hij tijdens zijn meerdere verblijven in Italië ingestudeerd had, waaronder Correggio, Caravaggio en de Carracci's. Van Loon bewaart evenwel zijn persoonlijke kenmerken: monumentaliteit van zijn stijl, levendigheid van een schitterend coloriet, breedvoerige waardig gedrapeerde vormen, zorg om het detail in het weergeven van materialen, het zoeken naar de uitdrukkingen van de gelaatstrekken en de aanwezigheid van talrijke onderdelen.

Houten beelden[bewerken]

Steunend tegen de kolommen aan de ingang van het koor staan twee houten beelden, beschilderd door Walter Pompe rond 1767. Links: Melchisedek, koning van Salem en priester van de Allerhoogste, met broden en wijnkruik, als voorafbeelding van de Eucharistie (Genesis 14-18). Rechts: Aäron, broer van Mozes, eerste hogepriester uit de Oude Wet. Zijn voorstelling onderstreept zijn priesterlijke waardigheid (Exodus 28:1 en volgende).

Hoofdaltaar[bewerken]

Het hoofdaltaar is uitgevoerd op het einde van de 18de eeuw. Het werd afgekocht van de abdij van Kortenberg. de Franse revolutionairen hadden het barokke hoofdaltaar dat aldaar stond vernield. De versiering in de Lodewijk XVI-stijl is sober, verlevendigd door contrasterend wit en zwart. Het centrale medaillon stelt de Heilige Familie voor.

Biechtstoelen[bewerken]

Over de herkomst van de zes biechtstoelen in de zijbeuken is niets bekend. De aanwezigheid van een bedekte nis voor de biechtvader laat een datering van begin 18de eeuw toe. Het gebogen fronton, onderbroken door een beeld en versierd met engelenhoofdjes vindt men steeds terug tijdens deze eeuw. De toegang tot de biechtstoel is aan beide kanten voorzien van allegorische vrouwenfiguren die naar elkaar toekijken en draagsters zijn van symbolen in verband met het boetesacrament.

Preekstoel[bewerken]

De preekstoel is een voorbeeld van barok houtsnijwerk en is vervaardigd in 1757 uit eikenhout. Hij werd gebeeldhouwd door Lambert-Jozef Parant naar een schets van Andries Jozef Smeyers. De preekstoel is afkomstig uit de predikherenkerk te Mechelen. De verschillende taferelen stellen Sint Dominicus voor die een ketter onder de voet loopt.

Graflegging[bewerken]

De graflegging is werk van het einde van de 16de - begin 17de eeuw uitgevoerd in een Antwerpse werkplaats.

Verdere interieur[bewerken]

De brede gangpaden geven het interieur een licht, ruim karakter. De gewelven bestaan uit volle rondbogen net als de bogen tussen de verhoogde gotische zuilen. Boven de booggewelven bevindt zich een dekstuk versierd met uitgeholde cartouches onder een uitspringende kroonlijst. Het eveneens barokke schip is verfraaid met cherubijnen, engelen en krullen. In de apsis staat een opvallend beeld van Johannes de Doper, aan wie de kerk is gewijd. Het koor is hemisferisch en is verdeeld door grote Korinthische composietzuilen. Tussen de eerste en tweede verdieping loopt een dekstuk versierd met een fries met daarop lofwerkmotieven.

Exterieur[bewerken]

Net zoals het interieur heeft het exterieur voornamelijk kenmerken van de Vlaamse barokstijl. Dit komt vooral naar voren in de uivormige pinakels en de versierde muren.

De klokkentoren aan de achterzijde is een barokke interpretatie van de stadhuistoren.

Zie ook[bewerken]