Sint-Janskerk (Waalwijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Janskerk
St Jan winterzon.jpg
Plaats Waalwijk
Coördinaten 51° 41′ NB, 5° 4′ OL
Gebouwd in 1923-1925
Gewijd aan Sint-Jan de Doper
Monumentale status Rijksmomument
Monumentnummer  444705
Architectuur
Architect(en) Hendrik Willem Valk
Bouwmateriaal baksteen, koper
Vrijstaande klokkentoren 65 meter hoog
Interieur
Orgel B. Pels & Zn 1932
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De rooms-katholieke kerk Sint Jan de Doper in het centrum van de Noord-Brabantse stad Waalwijk is tussen juni 1923 en november 1925 gebouwd. De kerk wordt in de volksmond St. Jan genoemd. Het expressionistische bouwwerk, dat een ontwerp is van architect Hendrik Willem Valk, is afgeleid van de Byzantijnse architectuur.

In 1993 werd het kerkgebouw uitgeroepen tot rijksmonument.

Parochie[bewerken]

De parochie, die tegenwoordig ‘St. Jan en St. Clemens' heet, omvat het gebied gelegen tussen de noordelijk gelegen rivier de Maas, oostelijk het afwateringskanaal, zuidelijk het Halve Zolenpark en westelijk Rijksweg N261. In dit gebied wonen ongeveer 4500 katholieken waarvan er 2300 als katholiek zijn ingeschreven in de parochiale administratie.

Waterstaatskerk[bewerken]

Interieur Waterstaatskerk met zicht op het priesterkoor ca. 1922. Fotograaf: A. Oudkerk, Waalwijk. Auteursrecht: G.C.M. Verheijen, Waalwijk. Fotocollectie SALHA, nr. WAA10136

Op de plaats waar nu de St. Janskerk staat, stond voorheen een Waterstaatskerk. Deze is in 1829 gebouwd en in 1922 gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw van de huidige St. Janskerk. Het exterieur van deze Waterstaatskerk was sober met uitzondering van de neoclassicistische noordelijke voorgevel. Het interieur was kleurrijk en gekenmerkt door neobarok.

De reden tot het bouwen van deze Waterstaatskerk vindt zijn oorsprong in de onderlinge strijd tussen katholieken en hervormden. De rooms-katholieken werden in 1648 gedwongen hun kerk aan de Oude Haven aan de Grotestraat in Waalwijk te verlaten. Sindsdien werden de heilige missen gehouden in houten schuurkerken. Om een einde te maken aan de strijd om de oude kerken tussen katholieken en protestanten werd door de regering financiële steun verleend voor nieuw te bouwen kerken. Voorwaarde was dat ingenieurs van het ministerie van Waterstaat goedkeuring gaven aan het bouwwerk en hierover tevens de controle hielden. Dit verklaart waarom ook deze kerk ‘Waterstaatskerk’ werd genoemd.

Begin 20e eeuw kampte de Waterstaatskerk in het centrum van Waalwijk met een aantal problemen. Ten eerste moest het dak van de kerk nodig gerepareerd worden en ten tweede was de kerk te klein voor het toegenomen aantal kerkbezoekers in het almaar groeiende Waalwijk.

In 1908 werd aan de Amsterdamse architect Jan Stuyt de opdracht gegeven een ontwerp te maken voor uitbreiding van de Waterstaatskerk. Kapelaan Suys van de parochie St. Jan en de Amsterdamse architect Jan Stuyt waren goede bekenden van elkaar. In 1903 en 1905 is Jan Stuyt op pelgrimstocht geweest naar Palestina, waaraan ook Suys deelnam. Suys zou overigens in een later stadium de Heilig Landstichting in Groesbeek stichten. Door geldtekort werd het uitbreidingsplan van 1908 echter terzijde geschoven. Ook de reparaties aan het dak werden om die reden niet uitgevoerd.

Plan tot nieuwbouw katholieke kerk[bewerken]

In 1920 werd door de Nederlandse regering het besluit genomen om het bijzonder onderwijs in Nederland gelijk te stellen met het openbaar onderwijs. Sinds 1920 werden de salarissen van onderwijzers voortaan betaald door de overheid. Tot 1920 was de parochie verantwoordelijk voor het uitbetalen van de in haar parochie docerende onderwijzers. Het wegvallen van deze salarisposten scheelde de parochie jaarlijks veel geld. Daarnaast ging de parochie van de Nederlandse staat jaarlijks een huur van 9.000 gulden ontvangen voor de schoolgebouwen zoals die van de St. Petrusschool (waar nu de winkel KIK aan De Els is gevestigd). De financiële situatie van de parochie werd nog gunstiger nadat de ongetrouwde Pieter Wijten een flink bedrag schonk aan de parochie.

De parochie beschikte in 1920 over voldoende financiële middelen dat niet meer werd gekozen voor uitbreiding van de Waterstaatskerk en uitvoering te geven aan de in verhouding erg hoge reparatiekosten maar besluit een geheel nieuwe kerk te bouwen.

Ontwerp voorgevel Sint-Janskerk, april 1923. Architect H.W. Valk, archief SALHA

Architect[bewerken]

In 1922 wordt besloten aan architect H.W. Valk uit 's-Hertogenbosch opdracht te geven voor het ontwerpen van een nieuwe kerk. Het vermoeden bestaat dat architect Stuyt over voldoende opdrachten beschikte en zodoende het kerkbestuur van St. Jan verzocht de opdracht te verschaffen aan zijn voormalige werknemer en jongere collega H.W. Valk.

De St. Janskerk is voor H.W. Valk de grootste opdracht in zijn carrière geweest. De St. Janskerk is een van zijn eerste Rooms-katholieke bouwwerken. Hierna zouden nog meer landelijke opdrachten volgen.

Bouwstijl[bewerken]

Het bouwwerk heeft verschillende kenmerken. Het is een neo-Byzantijnse centraalbouw met een achthoekig grondplan. Het ontwerp is een samensmelting van het ontwerp van de Hagia Sophia in Istanboel en van de San Vitalekerk in het Italiaanse Ravenna. Met name het grondplan van de St. Janskerk is gebaseerd op dat van de San Vitale.

Bouw[bewerken]

In 1922 geeft het Waalwijkse kerkbestuur, onder leiding van voorzitter pastoor N.H.J. van Riel opdracht voor het bouwen van een nieuwe kerk zoals we deze kennen op de huidige plaats. Pastoor Van Riel is degene geweest die in grote lijnen de ideeën uitstippelde die het beste overeenkwamen met de wensen van het bestuur en kerkgangers. Met de door het kerkbestuur geformuleerde wensen is architect H.W. Valk de opdracht inhoudelijk gaan uitwerken.

Keuze aannemer[bewerken]

Na goedkeuring van het ontwerp door het kerkbestuur en de gemeente Waalwijk werd een inschrijving uitgeschreven onder verschillende Nederlandse bouwaannemers. Op 2 juli 1923 werden alle 31 inschrijvingen van de aannemers bekend gemaakt. De hoogste inschrijving betrof Hfl. 399.950 (€ 181.512) van bouwbedrijf P. Jansen- Van Caem uit Bergen op Zoom. De laagste inschrijving met een bedrag van Hfl. 316.000 (€ 143.395) was afkomstig van bouwbedrijf M. Daamen uit Terheijden. Uiteindelijk werd de opdracht gegund aan bouwbedrijf Thunnissen en Van Sambeek uit het Noord-Hollandse Heemstede die had ingeschreven voor het een-na laagste bedrag van Hfl. 336.900 (€ 152.939)

Voorbereidingen bouw en funderingen[bewerken]

Eind juli 1923 werd een begin gemaakt met de eerste voorbereidingen voordat er met de bouw kon worden begonnen zoals hekwerken, hulpgebouwen voor opslag materialen en kantoren voor de directie en aannemer. Vervolgens werd het terrein uitgezet en werden de plaatsen van bijvoorbeeld de kolommen en begrenzende muren bepaald van het bouwwerk. Na het voltooien van deze voorbereidende werkzaamheden werd begin september begonnen met het grondwerk. Hier werden tuinaarde, puin en veen verwijderd hoofdzakelijk op de plaatsen waar de kolommen en kelder zouden komen. Bij het uitgraven werd zo’n 2 tot 2 ½ meter beneden het terrein gegraven om de vaste zandbodem te bereiken.

Tijdens deze grondwerkzaamheden werd reeds een begin gemaakt met het voorbereiden van de funderingen welke uit gewapend beton zouden bestaan. Op 10 oktober 1923 werd aangevangen met de eerste kolomvoet van een van de in totaal acht grote kolommen die mede de grote koepel zou gaan dragen. Geleidelijk aan werden de rest van de kolomvoeten en resterende muurfunderingen gemaakt. Op 13 november werd begonnen met het storten van de torenfundering waarin zo’n 100 m3 beton is verwerkt. Halverwege januari 1924 werd begonnen met de betonwerken van de kelders en betonbalken. Deze werkzaamheden liepen vertraging op door de langdurige winter.

Metselwerken en koepels[bewerken]

Begin april kon worden begonnen met het opmetselen van de muren. Ondertussen werd het terrein rondom het bouwwerk opgehoogd. Het zand dat werd aangevoerd was afkomstig uit Waalwijk zuid, ter hoogte van de huidige Kloosterweg. De familie Appels, die later bekendheid kreeg door hun ‘transportbedrijf Appels’, hebben vele honderden kubieke meters zand vervoerd naar het kerkterrein ten behoeve van de ophoging.

Bouwvakkers die aan de St. Jan werkten. De man rechts met hoed is uitvoerder G.H. Huiskes. Foto: SALHA, fotonr. 80272

Op 1 september werd de houten kapconstructie van de zuidelijk gelegen sacristie aangebracht en daarna volgden de overige lager gesitueerde platte daken en koepels. Daarna verplaatsten de bouwwerkzaamheden zich naar de grote koepel, de toren en tevens werd op 24 november aangevangen met het welven van de doopkapel en processiegangen.

Op 13 januari 1925 werd begonnen met het metselen van de koepelmuren en kon op de muren de gewapende betonring worden gebouwd. Deze betonring heeft tot doel de druk van de gewelven te ondervangen en om de ijzeren koepelspanten er op te plaatsen.

Constructie ijzeren spanten grote koepel

Op 7 februari werden de ijzeren koepelspanten geplaatst van de grote koepel. Op 10 maart werd aangevangen met het aanbrengen van het houtwerk op de grote koepel. Op 14 april werd aangevangen van het gewelfde metselwerk van de grote koepel dat in de 3 ½ week werd afgerond. Op 20 april werd het metselwerk aan de toren afgerond. De maximale hoogte van het metselwerk bedroeg 50 meter. Op 13 mei naderde de torenspits vrijwel zijn voltooiing welke een uiteindelijke hoogte had bereikt van 67 meter. Geleidelijk aan werd het koperwerk op alle koepels aangebracht door de firma Kwakernaat uit Nijmegen i.s.m. de firma Zeegers uit Waalwijk. Met het aanbrengen van het koperwerk is begonnen aan de westzijde. De verticale koperstroken hadden zowel in de kruin als aan de voet van de koepel (bij de goot) een vaste breedtemaat gekregen in het ontwerp. Duidelijkheidshalve ziet men rondom verticale koperstroken die onderaan breed beginnen en taps richting de kruin lopen om in een punt te eindigen.

Koperen koepel[bewerken]

Bij het bepalen van de breedte van deze horizontale koperstroken is een nauwkeurige berekening van belang om er voor te zorgen dat alle stroken rondom, dus van begin- tot eindpunt dezelfde breedte hebben op de koepel. Leuk om te weten is dat de stroken op de grote koepel niet allemaal dezelfde breedte hadden. Toen het koperwerk van de grote koepel zijn voltooiing kreeg aan de westzijde, de plaats waar men aangevangen was, diende de breedte van de laatste dertig stroken drastisch versmald te worden omdat men anders niet ‘uit’ kwam. In 1993 is het koperwerk van de grote koepel uit 1924 vervangen door de huidige koperbedekking. In 1993 is men niet in herhaling gevallen met de fout uit 1924.

Kerktoren in aanbouw oktober 1924

Voltooing bouwwerk[bewerken]

Op 23 juni 1925 was het werk aan de buitenkant voltooid en werd verder gewerkt aan het kerkgebouw en het interieur. De aanleg van bijvoorbeeld de electra werd verricht door de firma 'Electra' uit 's-Hertogenbosch. De centrale verwarmingsinstallatie werd gebouwd en geïnstalleerd door 'Huygen en Geveke' uit Amersfoort. De eikenhouten banken die de oude completeerden werden vervaardigd door de 'Stoomhoutraaierij en Meubelfabriek Wageningen'.

Inwijding en consecratie[bewerken]

Op donderdag 12 november 1925 werd de Sint-Jan ingewijd door pastoor Van Riel. De consecratie kon niet plaatsvinden omdat Mgr. Diepen van het Bisdom ’s-Hertogenbosch ziek was.

Bij betreding van de kerk werd pastoor Van Riel geflankeerd door de processie om vervolgens het Heilige sacrament door de kerk te leiden onder luid gezang van het kerkkoor onder leiding van dirigent Norbert van Bladel. Pastoor Van Riel werd o.a. vergezeld door de kapelaans van de parochie en door pastoor Van Erp van de St. Clemenskerk (Baardwijk). Vervolgens werd de mis opgevoerd vanaf het altaar dat rijkelijk getooid was in bloemen en palmbomen.

Voorst waren ook burgemeester en wethouders, het kerkbestuur en de leden van de processie aanwezig.

De plechtige kerkconsecratie van de Sint-Jan door Mgr. A.F. Diepen vond plaats op maandag 9 mei 1927. De Doorluchtige Hoogwaardigheid werd geassisteerd door pastoor Van Riel, pater Albertus, ceremoniarius Mutsaerts en 30 priesters. Mgr. Diepen uitte zich, tijdens de eerste heilige mis sinds zijn lange periode van ziek zijn, over de prachtige gestichte tempel.

Materialen en eenheden[bewerken]

Aan de St. Janskerk zijn bijna 2.000.000 stuks bakstenen verwerkt, voor de 19 koepels ongeveer 20.000 kilo koper en voor de ijzeren koepelconstructie werd 40.000 kilo ijzer verwerkt. Aan natuurstenen banden en dorpels in de gevels werd meer dan 100 m3 verwerkt. De grootste binnenwerkse lengte is 53 meter, de grootste breedte meet 47 meter. De hoogte van de torenspits is 67 meter. De grote koepel meet aan de buitenkant een hoogte van 40 meter boven straatniveau en de binnenkant van de koepel heeft een hoogte van 31,5 meter. Tussen de bovenkant van de binnenkoepel en buitenkant koepel is een open ruimte van zo’n 10 meter.

Kerkklokken[bewerken]

Met de nieuwbouw van de St. Janskerk werden door het Waalwijkse gemeentebestuur in 1924 het uurwerk en twee nieuwe kerkklokken geschonken die de namen St. Crispinianus en St. Crispinus droegen. De gemeenteraad van Waalwijk had hiervoor een krediet beschikbaar gesteld van Hfl. 6.500 (€ 2.955). De twee kerkklokken, die elektrisch werden aangedreven waren van massief koper en hadden een totaalgewicht van 1.250 kg. De kerkklokken waren gegoten bij Eijsbouts in Asten, tegenwoordig beter bekend als Koninklijke Eijsbouts. Er zou op termijn nog een derde en tevens zwaarste kerkklok worden toegevoegd maar daar is het uiteindelijk nooit van gekomen.

De klokken staan klaar om te worden afgevoerd, januari 1943. Fotograaf: J. de Bont, Waalwijk. Fotocollectie SALHA nr. WAA83733

Orgel[bewerken]

Het orgel stamt uit 1932 en werd gebouwd door de Alkmaarse firma B. Pels & Zonen.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Voor de Duitse oorlogsvoering waren grondstoffen als koper van essentieel belang. Omdat er in Duitsland onvoldoende koper voorhanden was, werd het bevel uitgevaardigd om onder andere uit Nederland deze grondstof te betrekken door kerkklokken te vorderen. Helaas ontkwam de St. Jan niet aan dit bevel. Op 22 januari 1943 zijn de twee kerkklokken reeds uit de torenspits verwijderd en naar de begane grond getakeld. De bekende Waalwijkse fotograaf Sjef de Bont wist de twee gereedstaande kerkklokken nog te filmen alvorens ze op 26 januari 1943 door de Duitse klokkenrovers werden afgevoerd om nooit meer terug te keren.

Bij het roven van de kerklokken werden in het geheim vanuit het naastgelegen pand filmbeelden gemaakt door Sjef de Bont. Door een gaatje in het glasgordijn te maken kon de roof worden vastgelegd. Op de film zijn een aantal jongeren te zien zoals Henk van den Hoven (bijnaam d’n ‘Rooien Henk’), Bertie Hoffmans en Norbert van Bladel.

Op 30 oktober 1944 werd Waalwijk bevrijd door de Schotse 51e Highland divisie. Ten noorden van de Maas was Nederland nog altijd door de Duitsers bezet gebied. In de winter 1944/1945 lag Waalwijk dus op slechts 2 km van het front. De 67 meter hoge toren van de St. Janskerk bood een goed uitzicht richting het noordelijk bezette gebied aan de Maas en het daarachter gelegen gebied Land van Heusden en Altena. De Duitsers vreesden dat de geallieerden de kerktoren zouden gebruiken om verkenningen uit te voeren. In november 1944 werden door de Duitsers vanaf de noordkant van de Maas granaten afgevuurd op de St. Janskerk. De toren van de St. Jan werd niet geraakt, maar projectielen sloegen in op de noordgevel van de linker, kleinere 20 meter hoge toren. Daarnaast kwamen er kleine granaten en scherven terecht op de grote koepel. Aan de binnenkant van de grote koepel zijn de sporen nog altijd te zien. Het metselwerk is ter plaatse van de granaatinslagen hersteld met nieuw metsel en voegwerk. Het is de enige noemenswaardige oorlogsschade geweest aan de St. Janskerk.

Nieuwe kerkklokken[bewerken]

Na de vordering van de kerkklokken werd van januari 1943 t/m 1949 een kleine door de gemeente uitgeleende luidklokje gebruikt. Bloemist Van Dongen schonk een klein klokje dat diende als slagwerk voor het uurwerk. In januari 1949 kondigde het kerkbestuur aan dat er drie nieuwe kerkklokken zouden worden aangeschaft voor een bedrag van Hfl. 15.000 (€ 6.818). Door het klokkenfonds en dat de St. Jan ook nog een restitutie ontving voor de gevorderde kerkklokken was er inmiddels totaal Hfl. 5.000 (€ 2.2.73) beschikbaar gekomen. Het overige bedrag van Hfl. 10.000 (€ 4.546) zou moeten worden verkregen door inkomsten uit de kerkcollecte die elke eerste zondag van de maand onder de kerkbezoekers werd gehouden.

Inzegening van de nieuwe kerkklokken, zondag 23 oktober 1949. Fotograaf: J. de Bont, Waalwijk. Fotocollectie SALHA nr. WAA83390

De drie nieuwe en dus huidige kerkklokken met een totaalgewicht van 3.030 kg. werden vervaardigd bij Van Bergen Heiligerlee Jongerius Amersfoort. De grootste kerkklok met de respectievelijke inscripties Johannes Baptista weegt 1.700 kg, Wilhelmus kent een gewicht van 750 kg. en Maria weegt 600 kg. Op zondag 23 oktober 1949 waren de kerkklokken opgesteld voor het altaar om door Deken Van de Brekel in een speciale heilige mis te worden gezalfd en gezegend. De dag erna zijn de drie kerkklokken naar hun huidige positie in de torenspits getakeld en opgehangen.

Verbouwing 1955[bewerken]

Verbouwing sacristie in 1955

In oktober 1955 wordt de bouwvergunning verleend om de op het zuiden gelegen vertrekken achter het hoogaltaar te verbouwen. In 1924 is de ruimte onder andere ingedeeld als een sacristie, een bij-sacristie, gangen en een koorknapenkamer. De Waalwijkse architect Antoon van Stokkum maakt in 1955 een nieuw ontwerp waarbij de sacristie intern wordt vergroot, de gangen en koorknapenkamer komen te vervallen. De bij-sacristie wordt de ruimte voor de misdienaars met kledingkasten.

Zuidgevel met op de voorgrond de sacristiegevel. Foto: M. van Bladel, okt. 2008

De trap en niet voor publiek bedoelde kleine zij ingang in de oostgevel werd verplaats naar de huidige positie. De zeven smalle en hoge vensters, tevens in dezelfde oostgevel werden vervangen door de huidige drie brede hoge vensters. De 2 x 2 smalle vensters in het linker- en rechterdeel van de zuidgevel werden eveneens vervangen door twee brede vensters. Tussen deze twee huidige vensters werd nog eenzelfde brede venster gerealiseerd.

De verbouwing werd gegund aan en opgeleverd in 1956 door bouwbedrijf W. en A. De Teuling uit Kaatsheuvel. De totale verbouwingskosten bedroegen bij de vergunningaanvraag Hfl. 25.000 (€ 11.364).

Modernisering en verbouwing 1967[bewerken]

Deken P. Maessen van de parochie St. Jan de Doper had al langer plannen om het interieur van de kerk te moderniseren. Aanpassingen werden mede ingegeven door het teruglopende kerkbezoek. Er was sprake van ontvolking van de binnenstad van Waalwijk, de oprichting van de Bernadetteparochie en kerk (aan de Dr. Schaepmanlaan) en de nieuw gebouwde St. Antoniuskerk in Waalwijk zuid. Doordat er minder zitplaatsen nodig waren werd het aantal van 1.200 teruggebracht naar 600 zitplaatsen.

In oktober 1967 wordt aangevangen met de interieurverbouwing zoals ontworpen door architect Edmond Nijsten uit Vught. Bouwbedrijf Couwenberg- Kleijngeld voert voor een bedrag van Hfl. 27.000 (€ 12.273) de verbouwing uit.

De verbouwing behelst onder andere een ander hoogaltaar. Tussen de zuidwest- en zuidoost pilaren werd het huidige halfronde hoogaltaar gerealiseerd waarbij het middelpunt de kerk in steekt in noordelijke richting uitkomend op het centrale gangpad. De aantreden zijn van zwart marmer, de stootborden zijn uitgevoerd in grijze leistenen. Het hoogaltaar, dat 1.20 m boven de grote kerkvloer ligt, is voor het overige deel betegeld met Solnhofener kalksteen vloertegels in combinatie met zwart marmeren banden langs muren en pilaren.

De eikenhouten knielbanken werden vervangen door in zwart gelakte houten kuipstoeltjes die op een stalen frame waren gemonteerd. Deze waren op hun beurt verankerd in de nieuw aangelegde grijze leistenen tegelvloer. Deze tegelvloer heeft de Solnhofener natuurstenen vloertegels grotendeels vervangen net als de zwarte marmeren in de vloer gelegde banden langs de muren, pilaren en voormalige eikenhouten kerkbanken. Sinds de plaatsing van deze zwarte kuipstoeltjes werd het pachten van een zitplaats in de St. Janskerk opgeheven.

De buitenwanden van de kerk werden met een 1.30 m. hoge houten lambrisering vanaf de vloer tot onderkant van de kruisweg afgewerkt. Vanaf dat moment maskeert deze houten borstwering de met caramel- en donkergroene geglazuurde tegeltjes bezette muren. Ditzelfde tegelwerk bevond zich eveneens aan weerszijde van de biechtstoelen aan de schuin gemetslede neggen. Ook deze tegels zijn toen met een manshoge houten lambrisering afgedekt.

Fotogalerij[bewerken]

Externe link[bewerken]