Slacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Afbeelding van een middeleeuwse slachter.
Noodslachting door keurmeester in Tilburg

De slacht of het slachten van dieren is "het doden van dieren door verbloeding" volgens de definitie in de Europese Richtlijn 93/119/EG inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden. Slacht onderscheidt zich daardoor van de jacht.

Volgens de geldende wetgeving (de Europese Richtlijn en de daarvan afgeleide Belgische en Nederlandse wetgeving), moet in de meeste gevallen geslacht worden in een slachthuis. Ook is het verplicht om de dieren vooraf te bedwelmen, hoewel hiervoor een uitzondering bestaat voor het slachten volgens een godsdienstige ritus (ritueel slachten), waarmee vooral sjechieta (joden) en dabh (moslims) wordt bedoeld.

Redenen[bewerken]

Slachten voor voedselproductie[bewerken]

Verreweg de meeste slacht geschiedt voor de productie van voedsel. Dit voedsel dient voor de consumptie door mensen, of andere door mensen gehouden dieren. Het meest gebruikte onderdeel is vlees, dat wanneer het afkomstig is van slacht ook wel slachtvlees wordt genoemd.

Slachten van 'nutteloze' dieren[bewerken]

Een aanzienlijk deel van de slacht betreft dieren die geboren worden maar geen economisch nut (meer) hebben. Dit gebeurt vooral in de pluimveesector, waar de sterke voorkeur gegeven wordt aan hennen voor zowel kippenvlees- als eierproductie en hanen doorgaans onmiddellijk na hun geboorte worden gedood. Hanen leggen immers geen eieren en zijn ook moeilijker vet te mesten voor vlees. In Nederland worden daarom jaarlijks 45 miljoen mannelijke kuikens meteen na hun geboorte vergast, wereldwijd is dit aantal 3,2 miljard haantjes.[1] Nadat kippen minder eieren beginnen te leggen worden ze economisch onrendabel en eveneens geslacht, vaak als 'soepkip' of verwerkt in andere producten.

In de melkvee-industrie moeten koeien bijna ieder jaar zwanger gemaakt worden (doorgaans via kunstmatige inseminatie) zodat zij melk gaan produceren. De meeste kalveren worden kort na hun geboorte geslacht omdat het stieren zijn of omdat de boer al genoeg koeien heeft en alleen melk wil produceren. De meeste melkkoeien geven na 5 of 6 jaar minder of geen melk meer en worden dan eveneens geslacht; het vlees van geslachte melkkoeien kan ook worden geconsumeerd.

Slachten voor andere producten[bewerken]

Andere organen van dieren worden vaak als bijproduct van de vleesindustrie gebruikt voor andere doeleinden. Van de huid van koeien wordt bijvoorbeeld leer geproduceerd waaruit schoeisel kan worden gemaakt.

Slachten als natuurbeheersmaatregel[bewerken]

In het natuurbeheer kan het slachten worden toegepast als beheersmaatregel. Bij het natuurbeheer valt slachten vaak te verkiezen boven de jacht. In veel natuurparken in Noord-Amerika worden regelmatig de bizonkuddes bijeengedreven. Wanneer die kuddes te groot zijn, worden met name jonge dieren voor de slacht geselecteerd. De overige dieren worden dan na een veterinaire behandeling losgelaten. Door met name de jonge dieren voor slacht te selecteren, wordt de cohesie in de kudde niet aangetast.

Ook in Nederland wordt slacht ingezet als natuurbeheersmaatregel. Zonder beheer van een populatie zouden de dieren, zeker in kleine terreinen, op termijn een tekort aan voedsel krijgen en minder vitaal worden, waardoor de natuurterreinen tot een groot weiland zouden verworden.

Statistieken[bewerken]

Wereldwijde slacht van dieren (2011)[2]
Diersoort Aantal
Kippen &&&&058110000000.&&&&&058.110.000.000
Tamme eenden &&&&&02817000000.&&&&&02.817.000.000
Tamme varkens &&&&&01383000000.&&&&&01.383.000.000
Tamme kalkoenen &&&&&&0654000000.&&&&&0654.000.000
Ganzen & Parelhoenders &&&&&&0649000000.&&&&&0649.000.000
Schapen &&&&&&0517000000.&&&&&0517.000.000
Geiten &&&&&&0430000000.&&&&&0430.000.000
Runderen &&&&&&0296000000.&&&&&0296.000.000
Bizons &&&&&&&024000000.&&&&&024.000.000
Totaal[3] &&&&063635300000.&&&&&063.635.300.000

Dierenwelzijn[bewerken]

In de loop der geschiedenis zijn er verschillende groepen en individuele mensen geweest die hebben geijverd voor een meer diervriendelijke methode van slachten waardoor er minder dierenleed wordt veroorzaakt. Dit kan bijvoorbeeld door het dier voorafgaand aan de slacht te verdoven, ook wel "bedwelmen" genoemd. Hoewel het mogelijk is om een dier in een keer te doden (bijvoorbeeld door elektrocutie of verstikking), wordt tegenwoordig meestal een methode van twee stappen gehanteerd van eerst verdoven en daarna doden.

Redenen voor verdoving[bewerken]

Binnen de Europese Unie worden de meeste dieren die geslacht worden voor menselijke consumptie gedood door het doorsnijden van de grote bloedvaten in de keel (vandaar het werkwoord kelen) of de borstkas, zodat er in korte tijd veel bloedverlies optreedt. Nadat er een bepaalde hoeveelheid bloedverlies is geschied, verliest het dier zijn bewustzijn; na nog meer bloedverlies zal de dood volgen. Vanaf het moment van doorsnijden tot het verlies van bewustzijn kan het dier pijn, stress en angst ervaren. Zonder verdoving zal, afgaand op uiterlijk gedrag en hersenactiviteit, de tijd tussen het doorsnijden van de grote bloedvaten en ongevoeligheid maximaal 20 seconden duren bij schapen, maximaal 25 seconden bij varkens, maximaal 2 minuten bij runderen, maximaal 21 tot 22 minuten of meer bij pluimvee en soms 15 minuten of meer bij vissen. Als men dierenleed wil minimaliseren, is verdoving noodzakelijk. De beste verdovingsmethode is afhankelijk van de diersoort; de kwaliteit van het gereedschap en de bekwaamheid van het personeel hebben eveneens invloed op de effectiviteit.[4]

Verdovingsmethoden[bewerken]

Voor verdoving zijn verschillende methodes ontwikkeld, waaronder elekronarcose, een gas (zoals argon, stikstof of koolstofdioxide) of door een luchtdrukpistool met een slagpin. De methodes zijn niet altijd even betrouwbaar: soms wordt een dier onvoldoende verdoofd en lijdt daardoor nog steeds pijn tijdens het slachtproces.[5][6][7] Afhankelijk van onderzoeksrapporten van verschillende dierenwelzijnsorganisaties falen verdovingsmethodes tussen de 9%[8] en 31% van de gevallen om een dier effectief te verdoven.[9](4:13)

Elektrisch (elektronarcose)

Bij pluimvee wordt meestal gebruik gemaakt van een waterbad waar de vogels met hun kop of hele lichaam in worden gehouden en een elektrische schok (vaak meer dan 200 Hz) wordt gegeven om ze tot hartstilstand te brengen. Met elektro-encefalografie kan ongeveer worden gemeten hoeveel hersenactiviteit een dier nog vertoont na het toebrengen van een schok om te juiste sterkte te bepalen. Als er genoeg mA wordt gebruikt, zal het dier onmiddellijk (vaak binnen 1 seconde) het bewustzijn verliezen. Als vogels alleen met hun kop verdoofd worden, moet hun hals binnen 10 tot 15 seconden worden doorsneden om te voorkomen dat ze hun bewustzijn herwinnen. In de pluimvee-industrie wordt echter meer gebruik gemaakt van waterbaden die de gehele vogel verdoven door ze ondersteboven met hun poten aan voortbewegende ijzeren ketenen te hangen en hun koppen door het elektrische water te laten gaan (met hooguit 20 kippen tegelijk). Hierdoor is er een zeer hoge kans dat ze een hartstilstand krijgen en hun bewustzijn verliezen. Voorafgaand aan de verdoving wappert ongeveer 90% van de vogels nog met hun vleugels, meestal als ze net opgehangen worden, als ze de eerste schokken toegediend krijgen en vooral als de ketenen strak om hun poten zitten (hetgeen echter van belang is voor goede stroomgeleiding). Doordat de vogels veel met hun vleugels en lichaam bewegen, komen ze soms onvoldoende of geheel niet in aanraking met het geëlektrificeerde water en zijn daarom bij bewustzijn wanneer hun hals wordt doorgesneden. In sommige gevallen is 10% van de dieren niet (goed) verdoofd en kan daardoor pijn lijden tijdens de slacht. Het waterbad kan ook gebruikt worden om vogels meteen te elektrocuteren, maar daar wordt de vleeskwaliteit meestal wel slechter van.[10]

Ritueel slachten[bewerken]

Vanaf eind 19e eeuw hebben steeds meer landen verdoofde slacht verplicht ingevoerd. Sommige conservatieve moslims en joden zijn echter van mening dat dieren geslacht dienen te worden volgens een bepaald religieus ritueel, dat verdoving niet toestaat. Op grond van godsdienstvrijheid wordt hen soms voor ritueel slachten een uitzondering op de verdovingsplicht gegeven. Dierenwelzijnsorganisaties en -activisten uiten vaak kritiek op deze uitzondering en menen dat religie geen argument mag zijn om dieren niet te verdoven, waarop religieuze organisaties en individuen dan weer reageren dat hun godsdienstvrijheid belangrijker is dan dierenwelzijn.

Oppositie tegen slacht[bewerken]

Sommige voorstanders van dierenwelzijn gaan zo ver dat zij vinden dat dieren slachten zo gruwelijk en overbodig is dat men ermee zou moeten stoppen. In plaats daarvan zouden mensen zich meer of volledig dienen te voeden met plantaardig voedsel, eventueel in de vorm van plantaardige vleesvervangers. Afhankelijk van hoe ver men hierin gaat noemt men een dergelijke houding vegetarisme, veganisme of daaraan verwante termen. Naar schatting zijn 2 miljard mensen vegetariër,[11] oftewel 28,6% van de wereldbevolking; zij zijn daardoor niet direct afhankelijk van de slacht voor hun voedselvoorziening.

Een ander alternatief voor slachtvlees is kweekvlees, waarbij stamcellen van dieren worden gecultiveerd in een laboratorium en uiteindelijk kunnen worden gegeten zonder dat daarvoor een dier geslacht hoeft te worden.[11]