Slag bij Falkirk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Slag bij Falkirk
Onderdeel van Eerste Schotse Onafhankelijkheidsoorlog
De aanval van de bisschop van Durham bij Falkirk, negentiende eeuwse afbeelding.
De aanval van de bisschop van Durham bij Falkirk, negentiende eeuwse afbeelding.
Datum 22 juli 1298
Locatie Falkirk, Schotland
Resultaat Engelse overwinning
Strijdende partijen
Koninkrijk Schotland Schotland Koninkrijk Engeland Engeland
Leiders en commandanten
William Wallace
John van Bonkyll
John de Graham
Eduard I van Engeland
Troepensterkte
1.000 cavaleristen
5.000 infanteristen
2.500 cavaleristen
12.500 infanteristen[1]
Verliezen
ca. 2.000 doden 2.000 doden.
Eerste Schotse Onafhanklijkheidsoorlog

Dunbar · Stirling Bridge · Falkirk · Roslin · Happrew · Stirling Castle · Methven · Dalrigh · Glen Trool · Loudoun Hill · Slioch · Inverurie · Pass Brander · Bannockburn · Connor · Skaitmuir · Skerries · Faughart · Berwick · Myton · Arbroath · Boroughbridge · Old Byland · Corbeil · Stanhope Park · Verdrag van Edinburgh-Northampton

De slag bij Falkirk (Gaelisch: Blàr na h-Eaglaise Brice) was een veldslag tussen het koninkrijk Engeland en de Schotse opstandelingen onder leiding van William Wallace die plaatsvond op 22 juli 1298 bij de plaats Falkirk gedurende de Eerste Schotse Onafhankelijkheidsoorlog.

Aanloop[bewerken]

In 1297 was koning Eduard I van Engeland met zijn leger naar het continentale Europa afgereisd voor zijn oorlogen met Filips IV van Frankrijk. Zijn militaire aspiraties in Frankrijk liepen niet zoals verwacht en in januari 1298 sloot hij een tweejarige vrede met de Franse koning zodat hij kon terugkeren naar Engeland om de situatie in Schotland te herstellen.[2] Om zijn invasie in Schotland beter te kunnen leiden verplaatste Eduard I zijn parlement en hofhouding naar York. Het Engelse leger verzamelde zich bij Roxburgh en aan het einde van juni trok zijn leger de Schotse grens over. Door het vernietigen van de oogsten slaagde William Wallace erin om het Engelse leger hongerig te krijgen en koning Eduard stond op het punt om terug te keren naar Edinburgh toen hij nieuws ontving over de verblijfplaats van Wallace nabij Falkirk.[3]

Slag[bewerken]

De Schotse speermannen stelden zich in vier verschillende Schiltrons op. In de ruimtes tussen de schiltrons stonden de boogschutters opgesteld met langbogen die niet onder deden voor hun Engelse tegenhangers. De Schotse cavalerie werd in een blok reserve gehouden, waarschijnlijk stonden deze onder de leiding van James Stewart. De Schotten hadden zich opgesteld op een hoge, droge heuvel. Eduard I had zijn leger in vier brigades opgesplitst. De voorhoede werd geleid door de graaf van Lincoln, Henry Lacey en de tweede brigade door Anthony Bek, de bisschop van Durham. Eduard zelf leidde de derde brigade, terwijl John de Warenne de vierde brigade aanvoerde.[4]

De voorhoede ging direct in de aanval over, maar hun opmars werd verhinderd door een moerasachtig gebied waardoor ze een omweg via het westen moesten maken om de soldaten van Wallace aan te vallen. Bek probeerde ondertussen zijn eigen brigade in het gareel te houden zodat de koning in positie kon komen, maar zijn eigen ridders waren te ongeduldig waardoor hij toch via de oostelijke flank op de aanval ging. De Schotse boogschutters, die onder leiding stonden van John Stewart van Bonkyll, werden vernietigd maar de schiltrons wisten stand te houden. De ridders wisten de speerformaties niet te doorbreken. Eduard I gaf opdracht aan de ridders om zich terug te trekken. Daarop viel de Schotse cavalerie de Engelse cavalerie aan, maar deze aanval werd verslagen. Vervolgens bracht Eduard I zijn boogschutters in positie en zij waren in staat om de slecht beschutte schiltrons veel schade toe te brengen. Pas nadat de schiltrons dermate waren uitgedund was de Engelse infanterie in staat om de Schotse formaties te doorbreken en uiteen te jagen.[3]

Nasleep[bewerken]

De nederlaag bij Falkirk was een grote nederlaag voor William Wallace en was een flinke deuk in zijn militaire reputatie. Doordat een groot deel van de aanwezige Schotse adel kon ontkomen was het geen beslissende overwinning voor de Engelsen. Tevens was Eduard I door het gebrek aan voedsel gedwongen om terug te trekken naar Carlisle.[3] De Schotten hadden geleerd van hun fouten bij Falkirk en vermeden in de jaren daarop de openlijke confrontaties met het Engelse leger. Wel slaagden de Engelsen erin om in 1305 William Wallace gevangen te nemen.[5]

In moderne media[bewerken]

De slag bij Falkirk wordt uitgebreid behandeld in Mel Gibsons film Braveheart uit 1995. In de film verliest William Wallace de slag omdat de Schotse adel, waaronder Robert the Bruce, Wallace verraadde, terwijl het door de Engelse boogschutters was dat Wallace de slag verloor.[6]