Slag bij Vlaardingen (1018)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Vlaardingen
SA 5001-Anno 1018. De hertog van Lotharingen wordt door Dirk III van Holland bij Dordrecht verslagen.jpg
Datum 29 juli 1018
Locatie Vlaardingen
Resultaat Winst voor West-Frisia, aanloop zelfstandigheid Holland
Territoriale
veranderingen
West-Frisia (het latere graafschap Holland)
Strijdende partijen
Armoiries Hollande.png Holland Flag Germany Emperors Banner.svg Heilige Roomse Rijk

(Strijdmachten uit Bisdom Luik, Blason cambrai.svg Bisdom Kamerijk en Sticht Utrecht Flag.png Bisdom Utrecht)

Leiders en commandanten
Dirk III van Holland Godfried van Lotharingen
Adelbold II, Bisschop van Utrecht
Troepensterkte
onbekend Vermoedelijk circa 1000 man
Verliezen
weinig veel
Reënscenering - strijdtoneel
Reënscenering - Duitse cavaleristen

De Slag bij Vlaardingen werd op 29 juli 1018 gevoerd door graaf Dirk III van Holland tegen keizer Hendrik II. Alhoewel het keizerlijke leger veel groter was, haalde de graaf de overwinning. Het was een belangrijke slag omdat het een onafhankelijk graafschap Holland inluidde.

Achtergrond[bewerken]

Dirk III voerde van 993 tot 1039 als graaf het bewind over West-Frisia, het latere Holland. Zonder toestemming van de Duitse keizer had hij een tol ingesteld op de rivier de Merwede (de huidige Nieuwe Maas) bij Vlaardingen. Hiermee benadeelde hij de handelaren die tussen Tiel en Engeland voeren. Bovendien had Dirk III land van het bisdom Utrecht in bezit genomen. De bisschop en de Tielse kooplieden beklaagden zich hierover bij de keizer en deze zond een leger naar Vlaardingen.

De Slag[bewerken]

Het keizerlijke leger bestond uit professionele strijders uit de bisdommen Luik, Kamerijk en Utrecht. De bevelhebber was hertog Godfried van Lotharingen. De keizer zelf was niet van de partij, maar wel de bisschoppen van Luik en van Utrecht. Het leger vertrok per schip vanuit Tiel. Onderweg naar Vlaardingen haakte bisschop Balderik van Luik af omdat hij onwel werd. Hij overleed diezelfde dag.

Bij Vlaardingen kwam het leger van Godfried aan land. De meeste bewoners waren al gevlucht naar de burcht van Dirk of naar de nederzetting die daarachter lag. De Vlaardingse burcht was vermoedelijk een ringwalburg met een diameter van 100-150 meter, op de plek waar nu de Markt ligt. De nederzetting lag ten noorden daarvan, op de westelijke oever van de Vlaarding (tegenwoordig de Oude Haven).

Rondom de burcht lag een veenmoeras doorsneden door sloten, waar de strijders van keizer Hendrik maar moeilijk doorheen kwamen. Het leger maakte daarom een omtrekkende manoeuvre. De voorhoede werd plotseling, vanuit een hinderlaag, aangevallen door Vlaardingse strijders. Er ontstond in de achterhoede paniek toen daar werd geroepen dat de aanvoerder, hertog Godfried, op de vlucht was geslagen. De manschappen vluchtten in wanorde terug naar hun schepen. Van deze paniek maakten de West-Friezen gebruik: ze stormden achter de vluchters aan en sloegen en staken er op los. De vijanden werden gedood of verdronken in de rivier, toen ze hun schepen probeerden te bereiken.

Bij de eerste aanval was bisschop Adelbold van Utrecht al gevlucht met zijn manschappen waardoor Godfried er alleen voorstond. Het gerucht dat hij was gevlucht klopte niet: hij bleef kranig weerstand bieden, maar kwam steeds meer in het nauw. Toen het aanvalsleger bijna helemaal uitgeschakeld was, kwam Dirk op zijn paard zijn burcht uitgereden om Godfried te ontzetten en hem direct gevangen te nemen.

De hertog heeft met graaf Dirk onderhandeld over zijn vrijlating. Godfried mocht al spoedig weer gaan, op voorwaarde dat Dirk III voortaan met rust gelaten zou worden door de keizer. Hendrik II stemde daar mee in, ook omdat hij van Dirk III afhankelijk was voor de verdediging van zijn kust tegen de Noormannen.

Vervolg[bewerken]

Drie decennia na de Slag bij Vlaardingen was het opnieuw onrustig in en om Vlaardingen. In het voorjaar van 1046 reisde koning Hendrik III met een oorlogsvloot naar Vlaardingen om het gebied dat graaf Dirk IV (zoon en opvolger van Dirk III) zich daar had toegeëigend te heroveren. Dit had geen blijvend effect, want in september 1047 trok Hendrik III opnieuw naar Frisia om de burchten van Rijnsburg en Vlaardingen in te nemen. Die expeditie liep uit op een mislukking: het Duitse leger kon in het waterrijke gebied niet goed standhouden en vertrok weer. Op de terugtocht vielen strijders van graaf Dirk IV de laatste schepen aan en maakten veel slachtoffers. In januari 1049 wisten de bondgenoten van Hendrik III de opstandige graaf Dirk IV er wel onder te krijgen: ze lokten hem bij Dordrecht in een hinderlaag en doodden hem.

Het gezag van de graven van West-Frisia werd nog verder aan het wankelen gebracht toen in 1061 Floris I, de broer en opvolger van Dirk IV, ook door zijn vijanden werd omgebracht. Diens zoon en opvolger Dirk V werd in 1070 door bisschop Willem van Utrecht en hertog Godfried met de Bult uit West-Frisia verdreven. In 1076 wist Dirk V, met hulp van zijn stiefvader Robrecht I van Vlaanderen, de hertog te vermoorden en, in de Slag bij IJsselmonde, de bisschop definitief te verslaan.

Bronnen[bewerken]

Het verloop van de veldslag is kort na dato opgetekend door Thietmar van Merseburg (1018) en Alpertus van Metz (1021-1024) en in de Bisschopskroniek van Kamerijk (1024-1025). Het verslag van Alpertus is het meest uitgebreid. Alpertus werd vermoedelijk geboren in het bisdom Utrecht, werd monnik te Metz en keerde daarna waarschijnlijk als kanunnik naar Utrecht terug. Uit zijn relaas blijkt duidelijk dat hij aan de kant van de bisschoppen stond.

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]