Slangensprookje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De vuurbuikpad op vingers
Een kleine ringslang op een hand

Slangensprookje of Sprookje van de slang is een sprookje uit Kinder- und Hausmärchen, de verzameling van de gebroeders Grimm, met als nummer KHM105. De oorspronkelijke titel is Märchen von der Unke, wat Sprookje van de vuurbuikpad betekent.

Het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

I[bewerken | brontekst bewerken]

Een moeder geeft haar zoontje elke middag een schoteltje melk met brokken en hij eet dit op het erf. Een slang komt altijd drinken en geeft het jongetje gouden speelgoed en glimmende stenen en parels cadeau. Maar op een dag zegt het jongetje dat het ook brokken eten moet en slaat de slang zachtjes op zijn kop. De moeder hoort iets en ziet de slang, ze doodt het beest met een blok hout. Het kind verandert en hij verliest zijn mooie rode wangen en wordt steeds magerder. De kerkuil krijst 's nachts en roodborstjes verzamelden takjes voor de rouwkrans. Het kind lag kort daarna op de baar.

II[bewerken | brontekst bewerken]

Een weesmeisje spint bij de stadsmuur en ziet een slang uit een gat komen. Ze spreidt haar blauwzijden zakdoek uit en de slang komt terug met een kroontje van fijn gesponnen goud. Als de slang terugkomt is het kroontje weg en hij slaat zich met de kop tegen de muur tot hij dood is. Het meisje had misschien meer schatten gekregen, als ze het kroontje had laten liggen.

III[bewerken | brontekst bewerken]

De pad komt tevoorschijn als het kind roept en het vraagt naar zijn zusje Roodkousje. De pad heeft haar niet gezien en vraagt of het kind dat wel heeft...

Achtergronden bij het verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

  • Het sprookje komt uit Hessen (I & II) en Berlijn (III).
  • Unke is een vuurbuikpad, maar volgens de gebroeders Grimm wordt een kleine ringslang bedoeld, die van melk houdt en niet giftig is. Het dier wordt vaak als beschermgeest van het huis beschouwd. In het derde sprookje gaat het om een vuurbuikpad, want zijn geluid wordt nagebootst.
  • Zie ook De kikkerkoning (KHM1).
  • De padden of slangen bewaken een schat. Ze zijn verwant aan draken en andere mythologische wezens, zie ook worm (fabeldier) en lintworm (fabeldier).
  A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z  

A

Assepoester · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · Het aardmanneke ·

B

Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis ·

D

De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje ·

E

Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje ·

F

Frieder en Katherliesje ·

G

De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · Gelukkige Hans · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis ·

H

De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis ·

I

De ijzeren kachel · IJzeren Hans ·

J

De jonge reus · De jood in de doornstruik · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel ·

K

De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · Het kind van Maria · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard ·

L

De laarzen van buffelleer · De luie spinster · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje ·

M

De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond ·

O

De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · Op reis gaan ·

P

De peetoom ·

R

De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · Het raadsel · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje ·

S

De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje ·

T

De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand ·

U

De uil ·

V

De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui ·

W

De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer ·

Z

De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Het zingende botje ·