Slavenhuisjes bij Witte Pan en Oranje Pan
De slavenhuisjes bij Witte Pan en Oranje Pan zijn kleine huisjes op Bonaire waarin de tot slaaf gemaakten mensen die werkten in de zoutpannen de nacht doorbrachten.
De slavenhuisjes zijn gebouwd in 1850. Voor die tijd sliepen de tot slaaf gemaakten buiten of in zelfgemaakte huisjes van hout, stro en leem. De nederzetting waar ze woonden was Rincon, op zes à zeven uur lopen. Daar brachten ze meestal alleen de zondag door. Na 1850 werd een deel van de tot slaaf gemaakten verhuisd naar het dichterbij gelegen Tera Kora, nu een buitenwijk van Kralendijk.
De huisjes zijn gemaakt in klipsteen (gekapt koraalkalksteen). Ze zijn nauwelijks twee meter hoog en hebben één raam en een kleine deuropening waar iemand niet rechtop door kan. Een deur ontbreekt en het raam is alleen een opening. In één huisje sliepen twee tot zes tot slaaf gemaakten. De daken waren toen nog van riet gemaakt; toen men besloten had de huisjes te conserveren, is dat vervangen door een waterdicht dak.
De tot slaaf gemaakten moesten met houwelen het zout uit de zoutpannen hakken en dat met een schop in een kruiwagen laden. Vanuit de kruiwagen ging het zout in manden, die de tot slaaf gemaakten op hun hoofd naar kleine sloepen moesten brengen, die het zout op hun beurt naar grotere schepen brachten die voor de kust lagen te wachten. De tot slaaf gemaakten werkten de hele dag onder de tropenzon met hun blote voeten in de bijtende zoutbassins.
De slavernij in de Nederlandse koloniën werd afgeschaft in 1863. Toen werden op Bonaire 758 tot slaaf gemaakten in vrijheid gesteld.
Er zijn twee groepen slavenhuisjes. Die bij de Witte Pan zijn wit en die bij de Oranje Pan okergeel. Bij de huisjes van de Witte Pan staat één groter huis. Dat was voor de bomba, de opzichter. De huisjes zijn een beschermd monument op Bonaire.[1]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Bronnen, noten en/of referenties |