Slavenschip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dwarsdoorsnede van een slavenschip, dat de opslag van slaven illustreert.
Schets van een slavenschip van de Atlantische slavenhandel.

Een slavenschip was oorspronkelijk een omgebouwd vrachtschip, dat gebruikt werd bij de handel in slaven, vooral voor het vervoeren van Afrikaanse slaven.

De belangrijkste routes die deze schepen voeren waren van West en Centraal-Afrika naar Zuid-Amerika. De schepen speelden dus bijgevolg een cruciale rol in de trans-Atlantische slavenhandel die deel uitmaakte van de driehoekshandel. Eerst voeren de schepen naar Afrikaanse westkust om de slaven te kopen, vervolgens vertrok men naar de slavendepots in het Caribisch gebied. Daar werd de lading omgewisseld voor een vracht tafelsuiker of een ander handelsgewas dat naar het vaderland werd vervoerd. De routes die de schepen voeren sloten aan op de windrichting (passaten) van de Atlantische Oceaan. Ongeveer 11-14 miljoen Afrikanen zijn zo getransporteerd.

Leefomstandigheden[bewerken]

De leefomstandigheden voor de slaven aan boord van deze schepen waren vaak slecht. De kapitein en bemanning mochten doen wat ze wilden met deze slaven omdat ze werden gezien als hun bezit. Tijdens de overtocht van Afrika naar Amerika stierf gemiddeld 15-30% van de slaven.[1] Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat een rederij geen belang had bij (te) hoge sterftecijfers; de slaven waren immers winstgevende handelswaar. De oversteek duurde zes weken, maar een schip haalde zijn slaven vaak op meerdere plekken waardoor de reistijd voor sommige slaven langer duurde. Nadat de slaven waren aangekomen stierf gemiddeld nog zo'n 10% ten gevolge van ziekte en verzwakking.

De slaven werden aan boord met velen "opgeslagen" in vaak te kleine ruimten waardoor ziekten weelderig konden tieren. Eén schip kon tot 600 slaven herbergen. Er niet veel ruimte meer over voor proviand. Hierdoor was er vaak weinig te eten voor de slaven. Op veel slavenschepen ging ook een zogenaamde Bomba mee. Deze Bomba was een Afrikaans bemanningslid die er voor diende te zorgen dat de slaven rustig bleven. Hij moest opstanden zo vroeg mogelijk opmerken zodat die op tijd gesmoord konden worden.

Na de afschaffing van de slavernij[bewerken]

Uiteindelijk werd in 1863 de slavenhandel afgeschaft, waardoor het gebruik van dergelijke schepen niet langer nodig was. Het kwam wel nog voor dat er illegale slavenhandel werd gedreven met slavenschepen, die zeer compact werden gebouwd om vijandelijke schepen te ontvluchten, nog meer ten nadele van de slaven. Het deed zich ook voor dat, wanneer de slaven geketend waren en het schip beschoten werd, ze mee vergingen.

Opstanden[bewerken]

Soms lukte het de slaven om in opstand te komen. Aan boord van de Nederlandse slavenschepen hebben zich zo'n 300 geregistreerde opstanden voorgedaan, waarvan vier grote. Deze opstanden zijn altijd neergeslagen op één keer na. De opstand op de Vigilante in 1780 is (voor zover bekend) de enige succesvolle geweest. Het meest bekend is de Amistadopstand aan boord van het Spaanse slavenschip La Amistad in 1839.