Sleedoornpage

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sleedoornpage
Onderzijde vrouwtje
Onderzijde vrouwtje
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie: Lycaenidae (Kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes)
Onderfamilie: Theclinae
Geslacht: Thecla
Soort
Thecla betulae
(Linnaeus, 1758)
Originele combinatie
Papilio betulae
Vrouwtje
Vrouwtje
Afbeeldingen Sleedoornpage op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Sleedoornpage op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De sleedoornpage (Thecla betulae), soms ook berkenpage genoemd, is een vlinder, die tot de familie van de Lycaenidae behoort. De vlinder komt voor van Spanje tot Korea. Noordwaarts tot Zuid-Scandinavië. Door ontbossing is de vlinder in sommige gebieden bedreigd.

Beschrijving[bewerken]

De voorvleugel van het mannetje is 17-18 mm lang, die van het vrouwtje is groter. De bovenkant van de vleugel is donkerbruin met oranje vlekken bij de achterkant. De vrouwtjes hebben tevens grote niervormige vlekken op de voorvleugel. Op de oranjebruine onderkant van de vleugel zitten omrande, sabelvormige, donkeroranje vlekken, die van de bovenrand in de richting van de onderrand wijzen.

Levenswijze[bewerken]

De sleedoornpage heeft maar één generatie per jaar. De vlinder vliegt van eind juli tot in oktober. Sleedoorn en soms gecultiveerde prunus-soorten zijn de waardplanten. De vlinder legt de eitjes in de oksels van takken op de grens van oud en jong (bij voorkeur 2 tot 3 jaar oud) hout, waar de eitjes overwinteren. De eitjes zijn wit en plat en hebben een gribbeld patroon. In het voorjaar komen de eitjes uit en vreten de rupsjes de knoppen van binnenuit, later vreten ze van het blad. De rupsen verpoppen eind juni of begin juli op de grond onder afgevallen bladeren. Mieren begraven de poppen in oppervlakkige holletjes.

De berk blijkt geen waardplant van de soort, hoewel de alternatieve naam berkenpage en ook de wetenschappelijke naam daarop duiden. Wel kiest de mannetjesvlinder graag markante bomen in de omgeving als vliegplaats, en daartoe kan de berk goed dienen.

De Sleedoornpage is een honkvaste soort. Afstanden van meer dan 150-200 meter worden zelden afgelegd. De vlinder verplaatst zich langs een bosranden of struwelen waarin de waardplant groeit. Open vlakten worden zelden overvlogen.

Voorkomen in Nederland en België[bewerken]

De sleedoornpage staat op de Nederlandse en Vlaamse Rode lijst als bedreigd, en op de Belgische als achteruitgaand. Kerngebieden in Nederland zijn de randen van de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug. In België komt de soort voor in de zuidelijke helft van België. Af en toe worden ook buiten deze kerngebieden vlinders waargenomen, zoals in 1982 bij Elsloo. Dit was de eerste waarneming van de soort in Friesland. Hierna werden er enkele sleedoornpages waargenomen in Oldemarkt, in Noordwest-Overijssel, en in 1984 werd een exemplaar gezien in een tuin in Appelscha. Door de verborgen leefwijze kunnen populaties lang onopgemerkt blijven.

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Maes, D. & Dijck, H. van, 1999, Dagvlinders in Vlaanderen, Antwerpen, p. 215-218.
  • Bos, F. et al., 2006, De Dagvlinders van Nederland (Nederlandse Fauna, deel 7), Utrecht en Leiden, p. 148-151.
  • Veling, K. et al., 2001, Dagvlinders in Fryslân, Utrecht en Leeuwarden: KNNV Uitgeverij/Friese Pers Boekerij, pp. 169