Slijmvlies geassocieerde invariante T-cel
Slijmvlies geassocieerde invariante T-cellen (MAIT-cellen) vormen een subgroep van T-cellen in het immuunsysteem die aangeboren, effectorachtige eigenschappen vertonen.[1][2] Bij een slijmvlies geassocieerde invariante T-cel is de T-celreceptor-α-keten (bijna) altijd hetzelfde bij verschillende cellen van dit type. Daardoor herkent deze cel een beperkter specifiek type antigenen.
Bij mensen worden MAIT-cellen aangetroffen in het bloed, de lever, de longen en de slijmvliezen, waar ze beschermen tegen microbiële activiteit en infecties.[1] Het MHC-I-achtige eiwit MR1 is verantwoordelijk voor de presentatie van door bacteriën geproduceerde vitamine B2- en B9-metabolieten aan MAIT-cellen.[3][4][5][6] Na de presentatie van een vreemd antigeen door MR1 scheiden MAIT-cellen pro-inflammatoire cytokines af en zijn ze in staat bacterieel geïnfecteerde cellen te lyseren.[1][6] MAIT-cellen kunnen ook worden geactiveerd via MR1-onafhankelijke signalering.[6] Naast het bezitten van aangeboren-achtige functies, ondersteunt deze T-celsubgroep de verworven immuunrespons en heeft een geheugenachtig fenotype.[1] Bovendien wordt aangenomen dat MAIT-cellen een rol spelen bij auto-immuunziekten, zoals multiple sclerose, artritis en inflammatoire darmziekten,[7][8] hoewel er nog geen definitief bewijs is gepubliceerd.
Moleculaire kenmerken
[bewerken | brontekst bewerken]MAIT-cellen vormen een subgroep van alfa-bèta-T-cellen die gekenmerkt worden door een semi-invariante T-celreceptor-alfa (TCRα)-keten. De TCRα ontstaat door de herschikking van de variabele (V) en verbindende (J) gensegmenten TRAV1-2/TRAJ12/20/33 van de TCRα tijdens V(D)J-recombinatie in de celkern. TRAJ33 wordt echter vaker tot expressie gebracht dan TRAJ12 en TRAJ20.[3][9] Door de geringe diversiteit in de TCRα-keten is de T-celreceptor in MAIT-cellen meer geconserveerd dan in andere T-celsubgroepen. Bovendien kan de TCRα-keten slechts met een beperkt aantal mogelijke TCRβ-ketens combineren om een functionele MAIT-cel-T-celteceptor te vormen, wat de T-celreceptor-diversiteit verder beperkt.[10]
MAIT-cellen werden aanvankelijk gespecificeerd als T-cellen die de T-celreceptor-coreceptoren CD4 of CD8 niet op het celoppervlak tot expressie brengen.[11] Recent zijn echter CD8+ MAIT-cellen waargenomen. Bij mensen brengen MAIT-cellen hoge niveaus van CD161, de interleukine-18 (IL-18)-receptor en de chemokine-receptoren CCR5, CXCR6 en CCR6 tot expressie op het celoppervlak.[1] Bovendien, als indicatie van hun geheugenachtige fenotype in de periferie, vertonen volwassen MAIT-cellen een CD44+, CD45RO+, CCR7-, CD62Llaag-fenotype.[7][12][13]
Ontwikkeling en aanwezigheid in het lichaam
[bewerken | brontekst bewerken]Net als alle T-celsubtypen ontwikkelen MAIT-cellen zich in de thymus. Hier herschikken T-cellen hun T-celreceptoren (TCR's) en worden ze onderworpen aan TCR-affiniteitstesten als onderdeel van positieve en negatieve selectie.[9] In plaats van selectie op MHC-I- of MHC-II-moleculen te ondergaan, interageren MAIT-cellen echter met het MHC-I-achtige molecuul MR1 op thymocyten. MR1 dient ook als het antigeenpresenterende molecuul buiten de thymus dat bindt aan TCR en MAIT-cellen activeert.[14][9] MAIT-cellen vertonen effectorachtige eigenschappen voordat ze de thymus verlaten, waardoor ze vaak worden beschreven als aangeboren-achtige T-cellen in het perifere weefsel.[1] Dit thymische ontwikkelingsproces wordt zowel in muizen als in menselijke MAIT-celpopulaties aangetroffen.[13]
Bij gezonde mensen worden MAIT-cellen gevonden in de longen, lever, gewrichten, bloed en slijmvliesweefsels, zoals het darmslijmvlies. In totaal maken MAIT-cellen ongeveer 5% van de perifere T-celpopulatie uit.[7] MAIT-cellen komen het meest voor in de lever, waar ze gewoonlijk 20-40% van de T-celpopulatie uitmaken.[7] Bovendien zijn parenchymale en niet-parenchymale levercellen efficiënte antigeenpresenterende cellen voor MAIT.[15] De totale populatie MAIT-cellen bij muizen is ongeveer tien keer kleiner dan de populatie MAIT-cellen bij mensen.[13]
Hoewel MAIT-cellen direct na het verlaten van de thymus effector-eigenschappen vertonen, kunnen ze zich ook klonaal vermeerderen in de periferie en antigeengeheugen ontwikkelen.[1][7] Op deze manier vertonen MAIT-cellen zowel aangeboren als verworven eigenschappen.
Activering van MAIT-cellen
[bewerken | brontekst bewerken]
MAIT-cellen kunnen op verschillende manieren worden geactiveerd, al dan niet via MR1-gemedieerde antigeenpresentatie. MR1-onafhankelijke en MR1-afhankelijke activering leiden echter tot afzonderlijke functies van MAIT-cellen als onderdeel van een immuunrespons.[6] Tijdens MR1-onafhankelijke activering tegen mycobacteriën binden MAIT-cellen extracellulair IL-12, dat vaak wordt afgescheiden door gestreste macrofagen.[16] Als reactie op IL-12 produceren en scheiden MAIT-cellen interferon-gamma (IFN-γ) af, een cytokine dat macrofagen activeert, bijdraagt aan de rijping van dendritische cellen en de expressie van MHC-II op antigeenpresenterende cellen bevordert.[17] MAIT-cellen scheiden ook IL-17 af, een belangrijk pro-inflammatoir cytokine, na binding aan IL-23.[18]
MAIT-cellen worden ook geactiveerd op een MR1-afhankelijke manier, waarbij de semi-invariante T-celreceptor van een MAIT-cel bindt aan het MR1-eiwit dat het antigeen presenteert. Terwijl de meeste T-celsubtypen T-celreceptoren hebben die peptide- of lipide-gebaseerde antigenen herkennen in associatie met MHC of CD1, zijn MAIT-cellen uniek omdat ze kleine moleculen herkennen die ontstaan tijdens de biosynthese van vitamine B2 (riboflavine) en B9 (foliumzuur).[19][3][4][20] De vitamine B2-gerelateerde moleculen die MAIT-cellen activeren, zijn chemisch instabiel en ondergaan spontane afbraak in water, hoewel ze nu met succes chemisch gesynthetiseerd en geïsoleerd zijn.[19][21] Riboflavine en foliumzuur zijn beide cruciale componenten van de metabolische routes in bacteriën.[3] Wanneer MR1 zich bindt aan deze kleine moleculen en tot expressie komt op het oppervlak van antigeenpresenterende cellen, bindt de MAIT T-celreceptor zich vervolgens aan MR1, wat leidt tot MAIT-celactivering, klonale vermeerdering, geheugen en een reeks antimicrobiële reacties.[9] Hoewel MAIT-celactivering bescherming biedt tegen sommige pathogenen, kan het ook inflammatoire cytokines produceren die de immunopathologie en gastritis bij chronische infectie door Helicobacter pylori verergeren.[22]
MAIT-celantigenen
[bewerken | brontekst bewerken]MAIT-cellen worden geactiveerd door verbindingen afkomstig van de bacteriële biosynthese van vitamine B2 (riboflavine).[4][20] In 2014 werd de exacte identiteit van de antigenen vastgesteld als de verbindingen 5-OP-RU (5-(2-oxopropylideenamino)-6-D-ribitylaminouracil) en 5-OE-RU (5-(2-oxoethylideenamino)-6-D-ribitylaminouracil).[19] Beide verbindingen zijn zeer potent in het activeren van MAIT-cellen, maar zijn chemisch instabiel. Beide zijn chemisch gesynthetiseerd, gestabiliseerd en gekarakteriseerd in het oplosmiddel DMSO, waardoor de instabiele verbindingen als reagentia gebruikt kunnen worden voor onderzoek naar MAIT-cellen.[21]
Er is ook een chemisch stabiel antigeen gecreëerd dat functioneel vergelijkbaar is met 5-OP-RU.[21]
Uit een onderzoek uit 2017 bleek ook dat sommige veelvoorkomende geneesmiddelen en geneesmiddelachtige moleculen de functie van MAIT-cellen bij zoogdieren kunnen moduleren.[23]
De voorloper van MAIT-celantigenen kan de darm-bloedbarrière passeren en is nodig voor de ontwikkeling van MAIT-cellen.[24] Bovendien kan serum van menselijke patiënten MAIT-cellen activeren op een MR1-afhankelijke manier.[15]
MR1
[bewerken | brontekst bewerken]Net als MHC-I wordt MR1 in een grote verscheidenheid aan cellen aangetroffen en is het geassocieerd met β2-microglobuline.[25] Het is echter nog niet duidelijk of bepaalde celtypen, zoals myeloïde of epitheelcellen, vaker antigenen vertonen voor MAIT. Terwijl MHC-I-allelen extreem divers zijn in menselijke populaties, is MR1 niet-polymorf en sterk geconserveerd.[9] Sterker nog, bij een vergelijking van de genetische inhoud van mensen en muizen is er een overeenkomst van 90% in de coderende sequenties van MR1.[26] Bovendien verschillen de ligandbindende groeven van MR1-moleculen van die van MHC-I-moleculen doordat ze kleiner zijn en specifiek metabolische producten van bacteriën binden.[3]
MR1 wordt intracellulair aangetroffen in het endoplasmatisch reticulum en interageert met enkele van de gebruikelijke MHC-laadcomplexcomponenten en chaperonne-eiwitten (bijv. TAP, ERp57 en tapasine).[27] De belading van vitamine B-metabolische moleculen op MR1 vindt plaats op een andere manier dan de belading van peptiden op MHC-I.[3] De specifieke details van dit proces moeten echter nog verder worden onderzocht.
In gezonde cellen wordt MR1 spaarzaam op het celoppervlak tot expressie gebracht. De expressie van MR1 op het oppervlak wordt echter verhoogd na celinfectie of de introductie van een bacterieel geproduceerd MR1-ligand.[7] Eenmaal tot expressie gebracht op het oppervlak, bindt MR1, met zijn antigeenligand covalent gebonden, aan de juiste MAIT-cel-T-celrecetor.[6]
Microbiële en virale respons
[bewerken | brontekst bewerken]
MAIT-cellen vertonen effectorachtige eigenschappen, waardoor ze direct na activering kunnen reageren op microbiële pathogenen. Op een MR1-afhankelijke manier reageren MAIT-cellen op bacteriën door cytokinen te produceren en hun cytotoxische functies te versterken.[1] Na T-celreceptorbinding en activering scheiden MAIT-cellen verschillende cytokinen af, waaronder tumornecrosefactor α (TNF-α), IFN-γ en IL-17.[7] Deze cytokinen zijn pro-inflammatoir en activeren belangrijke cellen in de immuunrespons, zoals macrofagen en dendritische cellen.[7][17] Na activering produceren MAIT-cellen ook de cytolytische moleculen perforine en granzyme B, die poriën vormen in de bacterieel geïnfecteerde cellen, wat leidt tot apoptose en de eliminatie van gevaarlijke microben uit het lichaam.[1]
MAIT-cellen kunnen een breed scala aan microben bestrijden, waaronder Staphylococcus aureus, Staphylococcus epidermidis, Escherichia coli, Mycobacterium tuberculosis, Candida albicans en Salmonella enterica, om er maar een paar te noemen.[5][28] Sommige soorten bacteriën, waaronder stammen van Listeria en Enterobacter, kunnen echter ontsnappen aan de bestrijding door MAIT-cellen. Deze stammen ontwijken de door MAIT-cellen gemedieerde eliminatie omdat ze ongebruikelijke riboflavine-metabolische routes hebben die geen geschikte liganden voor MR1-moleculen produceren.[3][29]
Hoewel niet is aangetoond dat MAIT-cellen virussen op een T-celreceptor-afhankelijke manier bestrijden, kunnen ze wel reageren tegen virussen na stimulatie met IL-18 en andere cytokinen, zoals IL-12 en IFN-α/β. Na ontvangst van deze cytokinesignalen scheiden MAIT-cellen antivirale cytotoxische moleculen en cytokinen af die de immuunrespons ondersteunen.[30]
Weefselherstel
[bewerken | brontekst bewerken]Het onderzoek naar de rol van MAIT-cellen bij weefselherstel is nog steeds in ontwikkeling, zowel in muismodellen als bij mensen.[31] Na hun T-celreceptor-afhankelijke activering initiëren huidMAIT-cellen ondersteunende wondherstelmechanismen. Een reden voor hun betrokkenheid is hun lokalisatie, die zich voornamelijk bevindt nabij de grens van de dermis en in mindere mate in de epidermis, dicht bij de basale laag. Dit staat in contrast met de lokalisatie van conventionele T-cellen, die onder normale fysiologische omstandigheden voornamelijk in de epidermis voorkomen, dicht bij de haarzakjes.[32] MAIT-cellen hebben daarom een betere lokalisatie om te reageren op weefselbeschadiging. Na T-celreceptor-stimulatie reageren MAIT-cellen met een snelle, polyfunctionele, pro-inflammatoire respons die correleert met de productie van een breed scala aan pro-inflammatoire cytokinen en chemokinen zoals IL-1A, IL-1B, IL-2, IL-22, GM-CSF, CCL3, CCL4 en CCL20, en de rekrutering van neutrofiele granulocyten via CCL2 en CXCL2 op een MR1-afhankelijke manier. Naast de cytokineproductie na T-celreceptorstimulatie vertonen MAIT-cellen een weefselherstel-signatuur die typisch is voor onconventionele Th17-cellen. Deze signatuur is onafhankelijk van MAIT-stimulatie met cytokinen en verschijnt niet wanneer alleen met cytokine-gemedieerde stimulatie wordt gestimuleerd. Deze genexpressie wijst op de rol van MAIT in weefselhomeostase en onthult een potentieel verband tussen het in stand houden en herstellen van een barrière met meer conventionele antimicrobiële functies op barrièreoppervlakken.[33][31] De genexpressieprofielen zijn vergelijkbaar bij zowel mensen als muizen en omvatten onder andere immuungenen die betrokken zijn bij weefselherstel (TNF, PTGES2, TGFB1, CCL3, HMGB1), proteasen (furine, MMP25), groeifactoren (GM-CSF, M-CSF, PDGFB, LIF) en angiogene genen (HIF1A, VEGFB). Dit expressieprofiel werd voor het eerst aangetoond in RORyt+ cytotoxische T-cellen, die zich in de huid van muizen en mensen bevinden en naast de versnelling van wondgenezing ook verantwoordelijk zijn voor de reactie op commensale bacteriën. De activering van MAIT-cellen is uiteraard cruciaal afhankelijk van de aanwezigheid van co-activerende signalen van het lokale aangeboren immuunsysteem, wat wijst op een tweesignaalmodel, vergelijkbaar met conventionele T-celactivering. Hoewel activering via alleen de T-celreceptor voldoende is om het beschreven genprofiel voor weefselherstel te genereren en daarmee weefselherstel te bevorderen.[34]
In vitro wondgenezingsassays hebben aangetoond dat MAIT-bevattende cytotoxische T-celpopulaties, gestimuleerd met E.coli, de wondsluiting aanzienlijk kunnen versnellen, vooral in latere stadia van het genezingsproces. Dit effect is echter verminderd na blokkering van MR1, vergeleken met niet-geblokkeerde MR1. Dit onderstreept het belang van MR1 in de context van T-celreceptor-signalering. T-celreceptorafhankelijke activering is essentieel voor de expressie van weefselherstel-geassocieerde moleculen door MAIT-cellen. Hierdoor kunnen MAIT-cellen belangrijke aspecten van weefselherstel initiëren en versnellen, zoals de migratie en proliferatie van epitheelcellen.[34][35]
Darmhomeostase
[bewerken | brontekst bewerken]Hoewel de genexpressie die kenmerkend is voor weefselherstel herhaaldelijk is beschreven, blijft het exacte mechanisme van de bijdrage van MAIT-cellen aan dit proces onduidelijk. De specifieke genexpressie lijkt in MAIT-cellen tot uiting te komen om de hergroei van de eencellige epitheellaag na fysieke beschadiging of andere bestraling van de huid te versnellen. Bovendien draagt deze functie van MAIT-cellen dagelijks bij aan een belangrijke homeostatische rol die de integriteit van de darmbarrière in stand houdt, namelijk door het herstel van microscopische beschadigingen te bevorderen die frequent in de darm voorkomen. Dit proces moduleert de ernst van bepaalde ziekten, zoals diabetes type 1, acute graft-versus-hostreactie en leverziekte. De microbioomcomponenten die bij deze respons betrokken zijn, en de effecten van specifieke veranderingen in het microbioom, zijn mogelijke sleutelfactoren in de MAIT-functie.[36]
Rol bij auto-immuniteit
[bewerken | brontekst bewerken]Hoewel MAIT-cellen een cruciale rol spelen in het immuunsysteem door zich te richten op bacterieel geïnfecteerde cellen en andere pathogenen, kunnen ze ook gezonde cellen aanvallen en een rol spelen bij bepaalde auto-immuunziekten.[7]
Multiple sclerose
[bewerken | brontekst bewerken]Bij mensen met de auto-immuunziekte multiple sclerose (MS) valt het immuunsysteem de myelinescheden aan die de zenuwen omhullen, waardoor de zenuwsignalen verstoord raken.[37] Hoewel is gerapporteerd dat T-helper 1 (Th1) en T-helper 17 (Th17) cellen bijdragen aan MS door de ontsteking op myelineplaatsen te verhogen, zijn er ook menselijke MAIT-cellen op deze plaatsen waargenomen.[7][8] Bovendien is gebleken dat tijdens perioden van myelinedegeneratie de MAIT-celniveaus in het perifeer bloed afnemen, wat suggereert dat ze de neiging hebben om naar plaatsen van MS-gerelateerde ontsteking te migreren. Op deze plaatsen dragen MAIT-cellen verder bij aan de auto-immuunreactie door pro-inflammatoire cytokinen af te scheiden.[8] In tegenstelling tot deze bevindingen is echter ook gebleken dat MAIT-cellen een beschermende rol spelen bij MS door de secretie van IFN-γ door Th1-cellen op ontstekingsplaatsen te beperken.[38]
Inflammatoire darmziekten
[bewerken | brontekst bewerken]Bij auto-immuun-gerelateerde inflammatoire darmziekten initieert het immuunsysteem een reactie tegen gezonde delen van het maag-darmkanaal, zoals het mucosale microbioom.[39] Tijdens terugvalperioden van bepaalde vormen van inflammatoire darmziekten, zoals de ziekte van Crohn, is gebleken dat MAIT-cellen migreren naar ontstekingsplaatsen, waardoor de schadelijke reacties van andere immuuncellen worden geactiveerd door de expressie van NKG2D en de ontsteking toeneemt door de secretie van IL-17.[7]
Reumatische aandoeningen
[bewerken | brontekst bewerken]Bij systemische auto-immuun-Reumareumatische aandoeningen, zoals reumatoïde artritis en systemische lupus erythematodes (SLE), worden MAIT-cellen geactiveerd via T-celreceptor-onafhankelijke signalering.[7][18] Gestimuleerd door IL-12, IL-18 en IL-23 kunnen MAIT-cellen pro-inflammatoire cytokinen produceren en afscheiden, waardoor immuuncellen naar de gebieden van de auto-immuunaanval worden gelokt.[7][18] Op deze manier faciliteren en versterken MAIT-cellen de schadelijke effecten van systemische auto-immuun-reumatische aandoeningen.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Mucosal-associated invariant T cell op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Referenties
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Napier RJ, Adams EJ, Gold MC, Lewinsohn DM (6 juli 2015). The Role of Mucosal Associated Invariant T Cells in Antimicrobial Immunity. Frontiers in Immunology 6. PMID 26217338. PMC 4492155. DOI: 10.3389/fimmu.2015.00344.
- ↑ Gold MC, Lewinsohn DM (August 2011). Mucosal associated invariant T cells and the immune response to infection. Microbes and Infection 13 (8–9): 742–748. PMID 21458588. PMC 3130845. DOI: 10.1016/j.micinf.2011.03.007.
- 1 2 3 4 5 6 7 Eckle SB, Corbett AJ, Keller AN, Chen Z, Godfrey DI, Liu L, Mak JY, Fairlie DP, Rossjohn J, McCluskey J (December 2015). Recognition of Vitamin B Precursors and Byproducts by Mucosal Associated Invariant T Cells. The Journal of Biological Chemistry 290 (51): 30204–30211. PMID 26468291. PMC 4683245. DOI: 10.1074/jbc.R115.685990.
- 1 2 3 Mak JY, Liu L, Fairlie DP (September 2021). Chemical Modulators of Mucosal Associated Invariant T Cells. Accounts of Chemical Research 54 (17): 3462–3475. PMID 34415738. PMC 8989627. DOI: 10.1021/acs.accounts.1c00359.
- 1 2 Ussher JE, Klenerman P, Willberg CB (8 oktober 2014). Mucosal-associated invariant T-cells: new players in anti-bacterial immunity. Frontiers in Immunology 5. PMID 25339949. PMC 4189401. DOI: 10.3389/fimmu.2014.00450.
- 1 2 3 4 5 Howson LJ, Salio M, Cerundolo V (16 juni 2015). MR1-Restricted Mucosal-Associated Invariant T Cells and Their Activation during Infectious Diseases. Frontiers in Immunology 6. PMID 26136743. PMC 4468870. DOI: 10.3389/fimmu.2015.00303.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Hinks TS (May 2016). Mucosal-associated invariant T cells in autoimmunity, immune-mediated diseases and airways disease. Immunology 148 (1): 1–12. PMID 26778581. PMC 4819138. DOI: 10.1111/imm.12582.
- 1 2 3 Bianchini E, De Biasi S, Simone AM, Ferraro D, Sola P, Cossarizza A, Pinti M (March 2017). Invariant natural killer T cells and mucosal-associated invariant T cells in multiple sclerosis. Immunology Letters 183: 1–7. PMID 28119072. DOI: 10.1016/j.imlet.2017.01.009.
- 1 2 3 4 5 Treiner E, Duban L, Bahram S, Radosavljevic M, Wanner V, Tilloy F, Affaticati P, Gilfillan S, Lantz O (March 2003). Selection of evolutionarily conserved mucosal-associated invariant T cells by MR1. Nature 422 (6928): 164–169. PMID 12634786. DOI: 10.1038/nature01433.
- ↑ Lepore M, Kalinichenko A, Colone A, Paleja B, Singhal A, Tschumi A, Lee B, Poidinger M, Zolezzi F, Quagliata L, Sander P, Newell E, Bertoletti A, Terracciano L, De Libero G, Mori L (May 2014). Parallel T-cell cloning and deep sequencing of human MAIT cells reveal stable oligoclonal TCRβ repertoire. Nature Communications 5. PMID 24832684. DOI: 10.1038/ncomms4866.
- ↑ Porcelli S, Yockey CE, Brenner MB, Balk SP (July 1993). Analysis of T cell antigen receptor (TCR) expression by human peripheral blood CD4-8- alpha/beta T cells demonstrates preferential use of several V beta genes and an invariant TCR alpha chain. The Journal of Experimental Medicine 178 (1): 1–16. PMID 8391057. PMC 2191070. DOI: 10.1084/jem.178.1.1.
- ↑ Sakala IG, Kjer-Nielsen L, Eickhoff CS, Wang X, Blazevic A, Liu L, Fairlie DP, Rossjohn J, McCluskey J, Fremont DH, Hansen TH, Hoft DF (July 2015). Functional Heterogeneity and Antimycobacterial Effects of Mouse Mucosal-Associated Invariant T Cells Specific for Riboflavin Metabolites. Journal of Immunology 195 (2): 587–601. PMID 26063000. PMC 4490942. DOI: 10.4049/jimmunol.1402545.
- 1 2 3 Rahimpour A, Koay HF, Enders A, Clanchy R, Eckle SB, Meehan B, Chen Z, Whittle B, Liu L, Fairlie DP, Goodnow CC, McCluskey J, Rossjohn J, Uldrich AP, Pellicci DG, Godfrey DI (June 2015). Identification of phenotypically and functionally heterogeneous mouse mucosal-associated invariant T cells using MR1 tetramers. The Journal of Experimental Medicine 212 (7): 1095–1108. PMID 26101265. PMC 4493408. DOI: 10.1084/jem.20142110.
- ↑ de Araújo ND, Gama FM, de Souza Barros M, Ribeiro TL, Alves FS, Xabregas LA, Tarragô AM, Malheiro A, Costa AG (2021). Translating Unconventional T Cells and Their Roles in Leukemia Antitumor Immunity. Journal of Immunology Research 2021. PMID 33506055. PMC 7808823. DOI: 10.1155/2021/6633824.
- 1 2 Lett MJ, Mehta H, Keogh A, Jaeger T, Jacquet M, Powell K, Meier MA, Fofana I, Melhem H, Vosbeck J, Cathomas G, Heigl A, Heim MH, Burri E, Mertz KD, Niess JH, Kollmar O, Zech CJ, Ivanek R, Duthaler U, Klenerman P, Stroka D, Filipowicz Sinnreich M (December 2022). Stimulatory MAIT cell antigens reach the circulation and are efficiently metabolised and presented by human liver cells. Gut 71 (12): 2526–2538. PMID 35058274. PMC 9664123. DOI: 10.1136/gutjnl-2021-324478.
- ↑ Chua WJ, Truscott SM, Eickhoff CS, Blazevic A, Hoft DF, Hansen TH (September 2012). Polyclonal mucosa-associated invariant T cells have unique innate functions in bacterial infection. Infection and Immunity 80 (9): 3256–3267. PMID 22778103. PMC 3418730. DOI: 10.1128/IAI.00279-12.
- 1 2 Boehm U, Klamp T, Groot M, Howard JC (1 januari 1997). Cellular responses to interferon-gamma. Annual Review of Immunology 15: 749–795. PMID 9143706. DOI: 10.1146/annurev.immunol.15.1.749.
- 1 2 3 Chiba A, Tajima R, Tomi C, Miyazaki Y, Yamamura T, Miyake S (January 2012). Mucosal-associated invariant T cells promote inflammation and exacerbate disease in murine models of arthritis. Arthritis and Rheumatism 64 (1): 153–161. PMID 21904999. DOI: 10.1002/art.33314.
- 1 2 3 Corbett AJ, Eckle SB, Birkinshaw RW, Liu L, Patel O, Mahony J, Chen Z, Reantragoon R, Meehan B, Cao H, Williamson NA, Strugnell RA, Van Sinderen D, Mak JY, Fairlie DP, Kjer-Nielsen L, Rossjohn J, McCluskey J (May 2014). T-cell activation by transitory neo-antigens derived from distinct microbial pathways. Nature 509 (7500): 361–365. PMID 24695216. DOI: 10.1038/nature13160.
- 1 2 Kjer-Nielsen L, Patel O, Corbett AJ, Le Nours J, Meehan B, Liu L, Bhati M, Chen Z, Kostenko L, Reantragoon R, Williamson NA, Purcell AW, Dudek NL, McConville MJ, O'Hair RA, Khairallah GN, Godfrey DI, Fairlie DP, Rossjohn J, McCluskey J (November 2012). MR1 presents microbial vitamin B metabolites to MAIT cells. Nature 491 (7426): 717–723. PMID 23051753. DOI: 10.1038/nature11605.
- 1 2 3 Mak JY, Xu W, Reid RC, Corbett AJ, Meehan BS, Wang H, Chen Z, Rossjohn J, McCluskey J, Liu L, Fairlie DP (March 2017). Stabilizing short-lived Schiff base derivatives of 5-aminouracils that activate mucosal-associated invariant T cells. Nature Communications 8. PMID 28272391. PMC 5344979. DOI: 10.1038/ncomms14599.
- ↑ D'Souza C, Pediongco T, Wang H, Scheerlinck JY, Kostenko L, Esterbauer R, Stent AW, Eckle SB, Meehan BS, Strugnell RA, Cao H, Liu L, Mak JY, Lovrecz G, Lu L, Fairlie DP, Rossjohn J, McCluskey J, Every AL, Chen Z, Corbett AJ (March 2018). Mucosal-Associated Invariant T Cells Augment Immunopathology and Gastritis in Chronic Helicobacter pylori Infection. Journal of Immunology 200 (5): 1901–1916. PMID 29378910. DOI: 10.4049/jimmunol.1701512.
- ↑ Keller AN, Eckle SB, Xu W, Liu L, Hughes VA, Mak JY, Meehan BS, Pediongco T, Birkinshaw RW, Chen Z, Wang H, D'Souza C, Kjer-Nielsen L, Gherardin NA, Godfrey DI, Kostenko L, Corbett AJ, Purcell AW, Fairlie DP, McCluskey J, Rossjohn J (April 2017). Drugs and drug-like molecules can modulate the function of mucosal-associated invariant T cells. Nature Immunology 18 (4): 402–411. PMID 28166217. DOI: 10.1038/ni.3679.
- ↑ Legoux F, Bellet D, Daviaud C, El Morr Y, Darbois A, Niort K, Procopio E, Salou M, Gilet J, Ryffel B, Balvay A, Foussier A, Sarkis M, El Marjou A, Schmidt F, Rabot S, Lantz O (October 2019). Microbial metabolites control the thymic development of mucosal-associated invariant T cells. Science 366 (6464): 494–499. PMID 31467190. DOI: 10.1126/science.aaw2719.
- ↑ Yamaguchi H, Hashimoto K (January 2002). Association of MR1 protein, an MHC class I-related molecule, with beta(2)-microglobulin. Biochemical and Biophysical Research Communications 290 (2): 722–729. PMID 11785959. DOI: 10.1006/bbrc.2001.6277.
- ↑ Yamaguchi H, Hirai M, Kurosawa Y, Hashimoto K (September 1997). A highly conserved major histocompatibility complex class I-related gene in mammals. Biochemical and Biophysical Research Communications 238 (3): 697–702. PMID 9325151. DOI: 10.1006/bbrc.1997.7379.
- ↑ Miley MJ, Truscott SM, Yu YY, Gilfillan S, Fremont DH, Hansen TH, Lybarger L (June 2003). Biochemical features of the MHC-related protein 1 consistent with an immunological function. Journal of Immunology 170 (12): 6090–6098. PMID 12794138. DOI: 10.4049/jimmunol.170.12.6090.
- ↑ Constantinides MG, Link VM, Tamoutounour S, Wong AC, Perez-Chaparro PJ, Han SJ, Chen YE, Li K, Farhat S, Weckel A, Krishnamurthy SR, Vujkovic-Cvijin I, Linehan JL, Bouladoux N, Merrill ED, Roy S, Cua DJ, Adams EJ, Bhandoola A, Scharschmidt TC, Aubé J, Fischbach MA, Belkaid Y (October 2019). MAIT cells are imprinted by the microbiota in early life and promote tissue repair. Science 366 (6464). PMID 31649166. PMC 7603427. DOI: 10.1126/science.aax6624.
- ↑ Gold MC, Cerri S, Smyk-Pearson S, Cansler ME, Vogt TM, Delepine J, Winata E, Swarbrick GM, Chua WJ, Yu YY, Lantz O, Cook MS, Null MD, Jacoby DB, Harriff MJ, Lewinsohn DA, Hansen TH, Lewinsohn DM (June 2010). Human mucosal associated invariant T cells detect bacterially infected cells. PLOS Biology 8 (6). PMID 20613858. PMC 2893946. DOI: 10.1371/journal.pbio.1000407.
- ↑ van Wilgenburg B, Scherwitzl I, Hutchinson EC, Leng T, Kurioka A, Kulicke C, de Lara C, Cole S, Vasanawathana S, Limpitikul W, Malasit P, Young D, Denney L, Moore MD, Fabris P, Giordani MT, Oo YH, Laidlaw SM, Dustin LB, Ho LP, Thompson FM, Ramamurthy N, Mongkolsapaya J, Willberg CB, Screaton GR, Klenerman P (June 2016). MAIT cells are activated during human viral infections. Nature Communications 7. PMID 27337592. PMC 4931007. DOI: 10.1038/ncomms11653.
- 1 2 Hinks TS, Zhang XW (2020). MAIT Cell Activation and Functions. Frontiers in Immunology 11. PMID 32536923. PMC 7267072. DOI: 10.3389/fimmu.2020.01014.
- ↑ Constantinides MG, Link VM, Tamoutounour S, Wong AC, Perez-Chaparro PJ, Han SJ, Chen YE, Li K, Farhat S, Weckel A, Krishnamurthy SR, Vujkovic-Cvijin I, Linehan JL, Bouladoux N, Merrill ED, Roy S, Cua DJ, Adams EJ, Bhandoola A, Scharschmidt TC, Aubé J, Fischbach MA, Belkaid Y (October 2019). MAIT cells are imprinted by the microbiota in early life and promote tissue repair. Science 366 (6464). PMID 31649166. PMC 7603427. DOI: 10.1126/science.aax6624.
- ↑ Klenerman P, Hinks TS, Ussher JE (February 2021). Biological functions of MAIT cells in tissues. Molecular Immunology 130: 154–158. PMID 33358567. PMC 8021939. DOI: 10.1016/j.molimm.2020.12.017.
- 1 2 Nel I, Bertrand L, Toubal A, Lehuen A (July 2021). MAIT cells, guardians of skin and mucosa?. Mucosal Immunology 14 (4): 803–814. PMID 33753874. PMC 7983967. DOI: 10.1038/s41385-021-00391-w.
- ↑ Leng T, Akther HD, Hackstein CP, Powell K, King T, Friedrich M, Christoforidou Z, McCuaig S, Neyazi M, Arancibia-Cárcamo CV, Hagel J, Powrie F, Peres RS, Millar V, Ebner D, Lamichhane R, Ussher J, Hinks TS, Marchi E, Willberg C, Klenerman P (September 2019). TCR and Inflammatory Signals Tune Human MAIT Cells to Exert Specific Tissue Repair and Effector Functions. Cell Reports 28 (12): 3077–3091.e5. PMID 31533032. PMC 6899450. DOI: 10.1016/j.celrep.2019.08.050.
- ↑ Provine NM, Klenerman P (April 2020). MAIT Cells in Health and Disease. Annual Review of Immunology 38 (1): 203–228. PMID 31986071. DOI: 10.1146/annurev-immunol-080719-015428.
- ↑ Karussis D (1 februari 2014). The diagnosis of multiple sclerosis and the various related demyelinating syndromes: a critical review. Journal of Autoimmunity 48-49: 134–142. PMID 24524923. DOI: 10.1016/j.jaut.2014.01.022.
- ↑ Miyazaki Y, Miyake S, Chiba A, Lantz O, Yamamura T (September 2011). Mucosal-associated invariant T cells regulate Th1 response in multiple sclerosis. International Immunology 23 (9): 529–535. PMID 21712423. DOI: 10.1093/intimm/dxr047.
- ↑ Baumgart DC, Carding SR (May 2007). Inflammatory bowel disease: cause and immunobiology. Lancet 369 (9573): 1627–1640. PMID 17499605. DOI: 10.1016/S0140-6736(07)60750-8.