Slooter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het voormalige Slootermeer ligt op de kaart rechts in het midden en ten noorden daarvan loopt de Slooter richting Slooterdyck op een kaart van een deel van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1746

De Slooter, Sloot of Slochter was een zijriviertje van het IJ en liep ten westen van Amsterdam van Sloten naar het IJ. Ter hoogte van Slooten Buyten Dijcks verbreedde het riviertje zich tot een brede monding naar het IJ.

Na de kolonisatie van de veenwildernis ten oosten van Haarlem ontstond in de 11e eeuw aan dit riviertje de nederzetting Sloton later Sloten. Omstreeks 1175 kwam het dorp Sloten op zijn huidige locatie te liggen. Het veenriviertje verbreedde zich in het midden door oeverafslag tot een meer, het Slootermeer. Nabij het punt waar het riviertje overging in de brede monding werd een dam aangelegd, en ontstond de nederzetting Slooterdam, later Slooterdyck en nu Sloterdijk.

Na de drooglegging van het Slootermeer en de aanleg van de Sloterdijkermeerpolder in 1644 bleef alleen het gedeelte ten noorden van het voormalige Slootermeer over. Halverwege nabij de Sloterdijkermeerweg liep de Notwech naar het oosten en daarna naar het noorden richting Sloterdijk. De brede monding verdween bij de aanleg van de IJpolders.

Bij het opspuiten van het gebied met zand uit de tot de Sloterplas vergraven polder voor de bouw van de Westelijke Tuinsteden verdween na de Tweede Wereldoorlog het laatste restant van het riviertje, maar ook de Notwech, onder het zand.

Toch doet de huidige waterhuishouding in het gebied rond de Sloterplas nog aan dit riviertje herinneren omdat de Sloterplas in verbinding staat via grachten en kanalen met zowel de Ringvaart Haarlemmermeer als het IJ met meerdere Schutsluizen.