Smeerpijp Limburg-Antwerpen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De "smeerpijp" ligt langs het Albertkanaal

De smeerpijp Limburg-Antwerpen is een nooit als zodanig gebruikte afvalwatercollector langs het Albertkanaal, bedoeld om het afvalwater van bedrijven langs dat kanaal uit de provincies Limburg en Antwerpen af te voeren naar een grote waterzuiveringsinstallatie in Antwerpen om het dan in de Schelde te lozen. Voornaamste reden om deze collector aan te leggen was het afvalwater met hoge zoutgehalte van Tessenderlo Chemie in Tessenderlo, die dit loosde (en bleef lozen) in de Laak en de Winterbeek, die daardoor in brakwaterriviertjes waren veranderd.

Aanleg[bewerken]

Het idee om de afvalwatercollector te bouwen bestond reeds sinds 1937, maar uiteindelijk werd hij pas in de jaren zeventig aangelegd, voor een kostprijs van ten minste vijf miljard Belgische frank. Bedrijven die zich langs het Albertkanaal wilden vestigen kregen de belofte dat ze hun afvalwater in de "smeerpijp" zouden kunnen lozen. Na afwerking van de collector in 1980 bleek echter dat de collector lekte en niet geschikt was om afvalwater te transporteren. De "smeerpijp" en het zuiveringsstation werden nooit in gebruik genomen (een typisch voorbeeld van Grote Nutteloze Werken). Na meer dan twintig jaar werd besloten om de pijp te gebruiken om er drinkwater mee naar Antwerpen te transporteren. Hiervoor werd in 1996 een overeenkomst gesloten tussen de toenmalige Vlaamse minister van leefmilieu Theo Kelchtermans en de drinkwatermaatschappijen. De kosten om de collector voor zijn nieuwe taak aan te passen werden op 500 miljoen BEF geraamd.

Schadeclaims[bewerken]

De overheid had tegenover het consortium van aannemers dat de smeerpijp bouwde, een schadevergoeding van 800 miljoen BEF geëist; maar na een overleg tussen die aannemers en enkele CVP-topmensen in november 1991 zou dit plots veranderd zijn in een schadeclaim van de aannemers op de overheid van 200 miljoen. Er werd geopperd dat als onderdeel van deze "deal" een deel van de schadevergoeding naar de partijkas zou zijn gegaan, wat leidde tot een huiszoeking door het Hoog Comité van Toezicht bij de CVP en de inbeslagname van de agenda's van toenmalig secretaris-generaal van de CVP Leo Delcroix, die in de zaak had bemiddeld. Na negen jaar werd het onderzoek in het "smeerpijpdossier" gesloten zonder verder gevolg.

Externe links[bewerken]

  • Smeerpijp, Dewereldmorgen.be, 1 augustus 1997