Soengir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plattegrond van de opgraving

Soengir is een archeologische vindplaats uit het laat-paleolithische Gravettien en een van de vroegste vondsten van de moderne mens in Europa, gedateerd op omstreeks 24.000 jaar geleden.[1]

De vindplaats is gelegen in het noordoosten van de Russische stad Vladimir aan de samenvloeiing van de kreek met dezelfde naam in de Kljazma-rivier. Ze werd in 1955 ontdekt tijdens de bouw van een fabriek en opgegraven tussen 1957 en 1977.

Beschrijving[bewerken]

Naast sporen van bewoning, vuurplaatsen, gebruiksvoorwerpen en dierlijke resten is Soengir uniek in haar rijkdom aan grafgiften. Opmerkelijk zijn het graf van een 40-50-jarige man en het dubbelgraf van twee adolescenten, een jongen van 12-14 jaar en een meisje van 9-10 jaar met hun hoofden bij elkaar gelegen. De lichamen waren bedekt met rode oker en een groot aantal kralen van mammoetivoor (tot 10.000 stuks), waardoor het mogelijk was hun kleding te reconstrueren. De skeletten zelf waren van het cro-magnontype. Hun economie was gebaseerd op de jacht op mammoeten, rendieren, wisents, paarden, wolven en veelvraten.

Soengir-1[bewerken]

graf van volwassen man

Soengir-1 is het graf van een volwassen man van rond 50 jaar oud. Op het lichaam lagen 2.936 kralen van mammoetivoor, gerangschikt als kettingen. Om zijn nek droeg hij een rood met zwarte stip geschilderde hanger. Aan zijn armen droeg hij 25 armbanden van mammoetivoor. Op zijn hoofd droeg hij waarschijnlijk een hoofddeksel met kralen en poolvossehoektanden.

Soengir-2 en 3[bewerken]

Soengir-2 en 3 vormen het dubbelgraf van een jongen van 12-14 jaar en een meisje van 9-10 jaar. De jongen droeg eveneens een hooddeksel met kralen en vossehoektanden, en tevens een gordel met 250 vossehoektanden. Op het hoofd van de jongen lag een ring van ivoor, op zijn borst een hanger in de vorm van een paard. Onder zijn linker schouder een figuurtje van een mammoet, en ernaast een uitgehold dijbeen, mogelijk van een neanderthaler, gevuld met oker. Aan zijn rechterzijde lag een 2,4 m lange speer gemaakt van een mammoetslagtand. Ook de jongen droeg kralenkettingen: de 4.903 kralen waren iets kleiner dan bij de man.

Het hoofd van het meisje was waarschijnlijk ook bedekt met een hoofddeksel versierd met kralen, maar zonder vossetanden. Ze droeg kettingen met 5.274 ivoren kralen, daarnaast andere sieraden van ivoor, waaronder drie schijven van ivoor een paar centimeter in diameter, elk met vier tot acht gaten. Naast haar lagen een aantal kleine ivoren speren en een tweetal staven van rendiergewei, een waarvan gedecoreerd met rijen gaatjes.

Bronnen, noten en/of referenties