Soevereiniteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Soeverein komt waarschijnlijk van het Latijnse superanus of suprema potestas, en betekent 'hoogste macht of gezag'. Vroeger was de soeverein bijvoorbeeld de paus, de keizer of de koning.

In Nederland aanvaardden de gewesten in 1588 zelf de soevereiniteit. Dit betekende dat zij voortaan de volheid van bevoegdheden zouden hebben in de staat en zij aan niemand onderworpen zouden zijn. Na de Franse Tijd komt dit begrip terug bij koning Willem I. Hij aanvaardde in 1813 de soevereiniteit 'onder voorwaarde ener wijze constitutie.'

Soevereiniteit wordt ook gebruikt om aan te geven waar uiteindelijk het gezag vandaan komt (bijvoorbeeld: volkssoevereiniteit of godssoevereiniteit). Het is met andere woorden de legitimatiebron van het gezag zelf. In moderne staten is al het recht doorgaans terug te voeren op de constitutie. Door middel van het soevereiniteitsbegrip wordt aangegeven waarom de constitutie geldt. In het geval van volkssoevereiniteit is dat bijvoorbeeld zo omdat het volk geacht wordt zichzelf die constitutie te hebben gegeven. In het geval van vorstensoevereiniteit wordt de vorst geacht de constitutie te hebben gegeven.

Soevereiniteit is het recht van een politieke entiteit zijn macht uit te oefenen. In het internationaal recht is soevereiniteit een belangrijk concept, daar het gaat om het respect voor elkaars grenzen en het recht om gezag uit te oefenen binnen de grenzen van een nationale staat (het zelfbeschikkingsrecht). Dit betekent dat een andere staat niet het recht heeft zich te bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden en dat zij zich onthoudt van agressie tegen de soevereine staat. Soevereiniteit betekent ook dat een soevereine staat geen enkel gezag over een andere soevereine staat uit kan oefenen.

In het Orderecht is de soeverein van de orde het hoogste gezag binnen een Ridderorde. Niet iedere orde kent een soeverein, de Nederlandse en Belgische koningen zijn grootmeester van hun orden. De Britse koning is de soeverein van een aantal orden en laat zich daarbij bijstaan door een grootmeester. In andere orden van Groot-Brittannië of landen van het Gemenebest is de koning zèlf grootmeester en ontbreekt een soeverein. Karel van Habsburg-Lotharingen is "hoofd en soeverein" van zijn Orde van het Gulden Vlies.

Geschiedenis van het begrip[bewerken]

Frankrijk[bewerken]

Het begrip soevereiniteit in de moderne zin werd in de 16e eeuw geïntroduceerd door Jean Bodin (1530-1596). Het woord zelf is al veel ouder en er werd een vorst of machtsgebied mee aangeduid. Tegen het einde van de Middeleeuwen kreeg het begrip een meer precieze betekenis. Soevereine vorsten waren bijvoorbeeld keizers, koningen en aan het einde van de Middeleeuwen ook prinsen, bijvoorbeeld de prins van Oranje of de prins van Sedan. De macht van al deze vorsten was echter niet onbeperkt. Ook een soeverein, in de betekenis van een hoge vorst, was gebonden aan regels en in theorie ondergeschikt aan bijvoorbeeld de koning of keizer. Een soevereine vorst echter was ongebonden. Dat betekende voornamelijk dat hij geen vazal was van een koning, daar waar een graaf dat wel was. In moderne bewoordingen gezegd was hij autonoom. Bodin echter interpreteerde het bestaande recht op een nieuwe manier en zo ontstond de moderne betekenis van soeverein.

In diezelfde eeuw ontstond ook de theorie van de "Body Politics": de persoon, het fysieke lichaam wel te verstaan, van de vorst was ook de belichaming van de soevereiniteit. Deze theorie heeft nog altijd betekenis en is de grondslag van de gedachte "De Koning is dood, leve de Koning", waarmee aangeduid wordt dat de soevereiniteit zonder aanwijsbare pauze overgaat van de ene soeverein op de andere. Een kroning of inhuldiging is niet meer dan de bevestiging van deze overdracht. Koningen reizen op grond van deze theorie ook zonder paspoort. Zij "zijn" immers een vreemde staat die zich niet hoeft te legitimeren.

Bodin was in dienst van de Franse koning en het was dan ook zijn belang en misschien zelfs zijn taak, de macht en het gezag van de Franse koning te vergroten. Hij stelde dat de soevereiniteit van de staat de hoogste, meest absolute en tijdloze macht is. De vorst had geen hogere macht boven hem en was alleen verantwoording verschuldigd aan God. Alle macht binnen het territorium van de staat was afgeleid van de absolute en tijdloze macht en kon dus ook weer worden ingetrokken.

De macht van de koning van Frankrijk was al eeuwen sterk afhankelijk van de gebieden waarover de koning direct gezag had. Dit gebied was in de loop van de voorgaande eeuwen wel gegroeid, maar toch sterk wisselend geweest o.a. tijdens de Honderdjarige Oorlog. Met de nieuwe interpretatie van soevereiniteit wilde Bodin een einde maken aan de steeds weer terugkerende oorlogen. De macht in een territorium was gelegen bij de staat, en niemand hoefde dat ter discussie te stellen. Iedere oorlog tegen de Franse koning was een oorlog tegen de soeverein en dus onrechtmatig omdat de koning was aangesteld door God om de macht uit te oefenen. Door de juridische theorie zo te interpreteren dat het hoogste macht altijd bij de koning lag, kon men in te praktijk terugvallen op deze theorie en zo opstandigen terechtwijzen. In het verleden kwam het voor dat een vorst als de hertog van Bourgondië oorlog voerde tegen de persoon van de koning, maar niet tegen de koning. Aan het einde van het conflict werd dan altijd erkend dat de koning het hoogste gezag was. In de praktijk betekende dat natuurlijk niet zo veel. Met de nieuwe interpretatie van Bodin kwam aan dit 'ritueel' een einde.

In Bodins interpretatie was de verpersoonlijking van de macht de koning, en zijn interpretatie van soevereiniteit maakte de weg vrij voor het Absolutisme. Maar zijn idee van een staat waarboven geen hogere macht was, bleek veel vruchtbaarder dan hij vermoedelijk zelf gedacht zal hebben.

Rumoerige tijden[bewerken]

Bodin introduceerde zijn nieuwe soevereiniteit, niet geheel toevallig, in een periode waarin het extreem onrustig was in Europa. In de zestiende eeuw was namelijk ook de Reformatie losgebarsten. De Duitse keizer en later met name Filips II wilde binnen hun gebieden godsdiensteenheid afdwingen. Dit stuitte op verzet. Dit verzet was niet altijd ingegeven door religieuze motieven, zoals de hertog van Saksen die Luther bescherming bood en op die manier zijn onafhankelijkheid tegenover de keizer wilde tonen. Allerlei vorsten zagen kansen hun macht te vergroten. Uiteraard konden zij daarbij het concept van de soevereiniteit goed gebruiken. Perikelen om macht vermengden zich op die manier met religieuze conflicten. Uiteindelijk resulteerde dit in de Dertigjarige Oorlog.

In Frankrijk speelde het religieuze conflict ook en dan met name in combinatie met de strijd om de Franse kroon. Een hoogtepunt in deze strijd was de Bartholomeusnacht. Uiteindelijk mengt ook Frankrijk zich in de Dertigjarige Oorlog, en is de chaos in Europa compleet.

Vrede van Münster[bewerken]

De Vrede van Münster en Westfalen maakte een einde aan de verschillende conflicten die op dat moment in Europa werden uitgevochten. Tijdens de onderhandelingen was het idee dat een sommige politieke eenheden geen hoger gezag boven zich zouden hebben al helemaal ingeburgerd. Het was niet eens meer van belang of aan het hoofd van zo'n eenheid een vorst stond of niet, zoals in de Republiek. Het werd uiteindelijk het uitgangspunt van de nieuwe inrichting van Europa. De keizer van het Heilige Roomse Rijk was in de praktijk niet machtig genoeg om aan hem deze macht toe te laten kennen. Omdat niemand de keizer deze macht wilde geven werd deze macht toegekend aan andere machtige heren. In feite werd met deze vrede Europa voor het eerst gebaseerd op soevereiniteit. Het betekende tevens het einde van de macht van de keizer. Deze kon immers niet meer zo maar een vorst ergens toe dwingen. Hoewel de politieke entiteit van het HRR niet werd opgeheven, betekende het wel in de praktijk het einde van deze entiteit. Het uitgangspunt van soevereiniteit leidde er toe dat de vorst de religie in zijn gebied mocht bepalen.

Gevolgen[bewerken]

De idee van de soevereine staat was zo sterk dat na 1648 allerlei andere vormen van bestuur verdwenen. De Hanze bijvoorbeeld kon niet meer functioneren in de nieuwe orde. Uiteraard had in een eerder stadium een verandering van de handelsstromen en handelseconomie al gezorgd voor een afbrokkeling van de Hanze, zodat zij haar positie niet kon handhaven. In een wereld echter waarin soevereiniteit de enige richtlijn was kon ze helemaal niet bestaan. Sommige Hanzesteden hadden soevereiniteit verkregen en wilden zich niet meer onderwerpen aan de Hanze. Andere behoorden tot gebieden waar een andere vorst soeverein was.

Een ander verschijnsel van de maatschappij dat is verdwenen en zijn rechtsgeldigheid heeft moeten afstaan aan de staat zijn de rechtsgeldigheid van adelcontracten of Huisverdragen. De adel heeft zijn macht moeten afstaan aan de staat en de rechtsgeldigheid van onderlinge verdragen over opvolging zijn daarmee onder druk komen te staan. De adel en koning staan onder de autoriteit van de staat. Dit gebeurde op de meeste plekken pas na de Franse Revolutie, maar was wel een gevolg van het doortrekken van de redenering van Bodin. In de negentiende eeuw staat de staat zelfs centraal in vele politieke theorieën, zoals het liberalisme, socialisme, communisme en anarchisme.

Tegenwoordig[bewerken]

Aspecten van soevereiniteit[bewerken]

Het belang van de Vrede van Münster en Westfalen voor soevereiniteit is enorm groot. In het sluiten van die vrede bleken drie dingen over soevereiniteit. Aan de ene kant is soevereiniteit het niet hebben van een hogere macht boven de staat. Aan de andere kant speelt erkenning van die soevereiniteit door anderen een belangrijke rol. Beide hangen nauw samen. Als je erkent dat iemand soeverein is dan zeg je daarmee dat iemand geen hogere macht boven zich heeft, dat die gelijkwaardig is aan jou en dat je dus niet zomaar je gaat inmengen in 'binnenlandse' politieke kwesties. Een overkoepelend derde aspect is dat soevereiniteit onderhandelbaar is. Al deze aspecten komen steeds weer terug wanneer het gaat om soevereiniteit in de wereldpolitiek.

Wereldinrichting[bewerken]

Sinds de dekolonisatie is bijna de hele wereld opgedeeld in soevereine staten. Je zou kunnen zeggen dat het idee van soevereiniteit van Bodin een van de meest krachtige politieke ideeën in de wereld is geweest. Wat niet wil zeggen dat het oude keizerlijke China of Japan niet soeverein geweest zouden zijn. Deze rijken hadden echter ook gebieden die ze niet direct bestuurden, maar meer indirect via tribuutbetalingen en dergelijke. In de moderne wereld bestaat dat niet meer. Naar buiten toe is de grens van de staat vastgesteld en binnen dat gebied is er een staatsapparaat dat tot die grens alles mag doen. Als er gebieden binnen die grens een zekere mate van geregelde onafhankelijkheid hebben, dan spreken we van een statenbond, bondsstaat, federatie of iets dergelijks. Is de onafhankelijkheid niet geregeld dan nog mag je niet zomaar de grens oversteken. Er wordt dan vaak gesproken van wetteloze gebieden of tribale samenleving. De grens van de staat is echter heilig.

Dit komt ook terug bij de Verenigde Naties. Erkende staten kunnen zich aansluiten bij de Verenigde Naties, deelstaten niet. Zonder erkenning kun je je niet aansluiten. Soevereiniteit is ook de basis van diplomatie. Het bepaalt met wie onderhandeld of oorlog gevoerd moet worden. Ook maakt het ambassades mogelijk. Op dat kleine gebied is het betreffende land van de ambassade de baas.

Uitzonderingen[bewerken]

Hoewel soevereiniteit de manier is om de wereld in te delen is de praktijk vaak weerbarstiger. Ook tegenwoordig zijn er nog gebieden die niet echt te betitelen zijn als soevereine staten, maar wel bestaan en een vorm van eigen bestuur hebben. In zekere zin komt het onderhandelbare aspect tot uiting in de uitzonderingen. Dat is ook de reden waarom het uitroepen van de eigen staat/onafhankelijkheid zo'n heikel punt is. Andere uitzonderingsgeval is Puerto Rico. Dit land is vooralsnog geen staat van de Verenigde Staten van Amerika, maar het maakt er wel deel van uit: een protectoraat. Naar buiten toe vormt een andere soevereine staat het gezag over het gebied. Naar binnen toe is het autonoom. Ook hier blijkt weer dat soevereiniteit niet zo eenduidig is als het lijkt en de genoemde aspecten van soevereiniteit kneedbaar maken.

Een andere uitzondering is de Europese Unie. In de Europese Unie hebben soevereine staten besloten bepaalde bestuursgebieden gezamenlijk uit te voeren. De afzonderlijke staten delegeren daarmee een deel van hun soevereiniteit naar een andere instelling, die zelf niet soeverein is in de zin van een erkende staat. Toch oefent deze instelling naar binnen toe soevereiniteit uit over de uitbestede beleidsgebieden. Een vraag die ook in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden speelde krijgt hiermee nieuwe actualiteit; is soevereiniteit deelbaar?

Andere vormen van staatsbestuur[bewerken]

Een andere vorm van staatsbestuur die in Europa bekend is geworden als tegenhanger en voorloper van de soevereine staat is suzereiniteit. Daarbij is er ook een vorst die het hoogste is, de zogenaamde suzerein, maar deze is gebonden aan regels. Het landsbestuur is gedeeld. Dat wil zeggen dat verschillende vorsten verschillende bestuursgebieden hebben. De ene vorst mag alleen rechtspreken over diefstal in een gebied, maar bij moord in dat gebied moet een andere vorst rechtspreken. In het ene gebied mag de vorst wel tol heffen, maar in een ander gebied weer niet. De koning heeft in theorie vastomlijnde bevoegdheden, maar kan nooit zomaar bevoegdheden naar zich toe trekken. Die behoren bijvoorbeeld aan een ander toe.

Soms neemt suzereiniteit de vorm aan van autonomie of een protectoraat.

Zie ook[bewerken]