Soirées musicales

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Soirées musicales
Componist Benjamin Britten
Soort compositie suite
Gecomponeerd voor symfonieorkest
Opusnummer 9
Compositiedatum 4 december 1935-
24 augustus 1936
Première 16 januari 1937
26 november 1938
Duur 12 minuten
Vorige werk opus 8: Our hunting fathers
Volgende werk opus 10: Variations on a theme by Frank Bridge
Oeuvre Oeuvre van Benjamin Britten
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Soirées musicales is een compositie van Benjamin Britten, voltooid in 1936.

Geschiedenis[bewerken]

De suite ontstond tijdens Brittens bemoeienissen met de filmwereld. Bij de film The Tocher schreef Britten op verzoek muziek die gebaseerd was op muziek van Gioacchino Rossini. Britten schreef de suite The Tocher, maar slechts drie van de vijf delen werden uiteindelijk voor de film gebruikt. De titel Soirées musicales verwijst daarbij trouwens naar een stuk met dezelfde titel (Les soirées musicales, 1830-1835) van Rossini.

Muziek[bewerken]

De delen[bewerken]

Er zijn vijf delen:

  • March (naar Guillaume Tell, acte 2 Pas de Soldats)
  • Canzonetta (naar Les soirées musicales nr. 1 La promesse)
  • Tirolese (naar Les soirées musicales nr. 6 La pastorella dell’Alpi)
  • Bolero (naar Les soirées musicales nr. 5 L’invito)
  • Tarantella (naar Trois choeurs religieux nr. 3 La charité)

Omdat de muziek op Rossini’s werken zijn gebaseerd klinkt deze suite niet 20e-eeuws. De delen 1, 2 en 4 komen uit de originele The Tocher-suite. De Soirées musicales waren voor het eerst te horen tijdens een radio-uitzending. Joseph Lewis dirigeerde het BBC Symphony Orchestra op 16 januari 1937.

Choreograaf Antony Tudor hoorde de Soirées musicales en zag wel de mogelijkheid tot het omvormen van deze suite naar balletmuziek. Met zijn net opgerichte London Ballet voerde hij Soirées musicale (zonder s) uit in het Palladium Theatre op 26 november 1938 ter gelegenheid van een programma om fondsen te werven.

Orkestratie[bewerken]

Britten componeerde het werk voor:

Later volgde eenzelfde soort suite: Matinées musicales en weer later combineerde Britten de twee suitens voor wederom een ballet: Divertimento voor George Balanchine.

Discografie[bewerken]

De compositie kent ten opzichte van andere werken van Britten een beperkte discografie. Door Gramophone (gerenommeerd muziekblad) wordt aangeraden de opname uit 1956 van Adrian Boult en het London Philharmonic Orchestra verschenen op First Hand. Voor een typisch “balletorkest”is er de versie van Richard Bonynge en het National Philharmonic Orchestra.