Soldij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De soldij was en is nog altijd een soldatenloon. Er bestaat in Nederland een misverstand dat het woord – net als soldij – zou zijn afgeleid van het Latijnse woord voor 'hooibaal' (sal), omdat de Romeinen hun legionairs soms uitbetaalden met het toen waardevolle zout. Soldij is echter afgeleid van de solidus[1] (het Latijnse woord voor solide), dat een Romeinse gouden munt was.

Vroeger moesten keizers, koningen en krijgsheren altijd hun soldaten kunnen betalen na bewezen diensten. Zo niet dan werd er gemuit en "betaalden" de soldaten zichzelf, door in het gebied waar ze waren te plunderen. De boeren en burgers waren dan de dupe. Meestal werden de lonen na een veldslag uitbetaald (ook omdat de krijgsheer dan minder manschappen hoefde uit te betalen). Meestal waren de soldijen niet zo hoog, zodat de soldaten zich toch nog verrijkten met plundering en diefstal van goederen in het vijandelijk gebied. Soms werd hierbij ook gemoord, denk aan de Spaanse Furie op 4 november 1576 in Antwerpen. Vroeger waren de overwinnaars vrijgevochten en dachten dat ze zich alles konden permitteren. Meestal ging het er gedisciplineerd aan toe, maar soms konden de krijgsheren hun soldaten niet in de hand houden en lieten zij gewoon alles toe, omdat ze vreesden dat de soldaten zich anders tegen hen zouden keren.

Tegenwoordig worden beroepssoldaten redelijk goed betaald. Voor gevaarlijke missies krijgen de hedendaagse militairen een soort gevarenpremie bovenop hun loon, onder andere de blauwhelmen en soldaten die in internationale spannings- en oorlogsgebieden moeten opereren. Plundering en zelfs molesteren van burgers, wordt soms nog gedaan, meestal door militairen of rebellenlegers.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/soldaat