Solutréen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bladvormige kling uit het Solutréen.

Het Solutréen (ca. 22.000 tot 16.500 jaar geleden) is een jonger cultuurstadium of industrie van de latere oude steentijd (Laat-paleolithicum), genoemd naar de vindplaats van een fossiel koraalrif bij Solutré-Pouilly, in de buurt van Mâcon in het departement Saône-et-Loire in Bourgondië. Het verspreidingsgebied omvatte Frankrijk, Spanje en Portugal. Er zijn ook vondsten gedaan in Creswell Crags in Derbyshire (Engeland).

Kenmerkend voor het Solutréen zijn voorwerpen die door afslagen van dunne lamellen van vuursteen werden gemaakt. Karakteristiek zijn vlakgeretoucheerde bladvormige klingen, met of zonder bevestigingsgroef (bijvoorbeeld een depot van 20.000 jaar oud bij Digoin). De in het Musée Dénon in Chalon-sur-Saône tentoongestelde tot 40 cm grote flinterdunne spitsen behoren tot op heden tot de indrukwekkendste stenen werktuigen uit het hele Europese paleolithicum. Ook de uitvinding van de naald met oog komt op het conto van de mensen van het Solutréen.

Naald en vishaakje, twee paleolithische werktuigen.

Omstreeks 16.500 jaar geleden verdween de cultuur spoorloos. Dat is vreemd omdat de techniek van het Solutréen superieur was aan die van het Magdalénien. Wel zijn er merkwaardige overeenkomsten gevonden met de Cloviscultuur in Amerika. Volgens sommige archeologen zijn de Solutréenmensen de Atlantische Oceaan overgestoken door langs de grens van het pakijs te trekken.[bron?] In de VS zijn stenen gereedschappen gevonden die gelijkenis vertonen met voorwerpen uit de Solutréen-cultuur uit Spanje en Frankrijk.

Eerder al wees genetisch onderzoek op 8.000 jaar oude skeletten uit Florida op een band met Europese volken, en bij moderne, geïsoleerd levende indianenstammen werd vastgesteld dat hun taal op geen enkele manier verwant is aan die van andere, uit Azië afkomstige indianenvolken. (Bron: Europeanen mogelijk eerste bewoners van Amerika 29-02-2012)

Bovendien bleek uit analyses van een n Virginia gevonden stenen mes dat het gemaakt was van Frans vuursteen. Het bewijs voor een oversteek van Solutréenmensen stapelt zich dus op. Dennis Stanford van het Smithsonian Institute in Washington en Bruce Bradley van de Universiteit van Exeter bespreken in hun boek alle argumenten nog eens uitvoerig. De komende tijd verwacht men nog meer aanwijzingen van de Solutréencultuur te vinden bij opgravingen in Tenessee, Maryland en Texas. Het meeste bewijs ligt waarschijnlijk onder water; de plekken waar de Europeanen aan land moeten zijn gekomen, liggen nu tot 160 kilometer van de kust af.

Literatuur[bewerken]

  • Arcelin, Adrien: Les fouilles de Solutré. Mâcon (1873)
  • Bruil, H.: Quatre cents siècles d'art pariétal. (1952)
  • Smith, Ph.: Soulutréen en France. Bordeaux (1966)