Sonnettenkrans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een sonnettenkrans is een reeks van precies vijftien sonnetten met strenge vormeisen. Van de veertien sonnetten is steeds de slotregel de beginregel van het eerstvolgende sonnet, en de slotregel van het veertiende sonnet is gelijk aan de beginregel van het eerste sonnet. Het vijftiende sonnet (het meestersonnet geheten) moet zijn samengesteld uit de beginregels (of eindregels) van de eerste veertien sonnetten in de juiste volgorde. Een reeks sonnetten over hetzelfde onderwerp wordt per abuis ook wel sonnettenkrans genoemd, maar de juiste aanduiding daarvoor is een sonnettenreeks of -cyclus. Het genre van de sonnettenkrans zou ontstaan zijn in Italië van de vijftiende eeuw, maar daar lijken geen complete sonnettenkransen van overgebleven te zijn.[1] Volgens Giovanni Mario Crescimbeni schreef Giovanni Maria Guicciardi da Bagnacavallo in 1598 een sonnettenkrans,[2] er is echter geen boek van Guicciardi uit dat jaar bekend. De oudste vorm die lijkt op een sonnettenkrans staat in Apologia de gli academici di Banchi di Roma contra M. Lodovico Castelvetro da Modena van Annibale Caro uit 1558. In dit boek staat een krans van negen aan elkaar gekoppelde sonnetten.[3] Uit min of meer dezelfde tijd komt de krans van Torquato Tasso, hij heeft twaalf sonnetten aan elkaar gekoppeld. De vraag is waarom hij niet veertien sonnetten aan elkaar gekoppeld heeft. Dit sterkt het vermoeden dat de sonnettenkrans dus niet uit de vijftiende eeuw stamt, maar van later is.[4] De oudste volledige sonnettenkrans is gepubliceerd in 1748 en is geschreven door een groep van veertien dichters ter ere van de geboorte van de ideale vrouw: Corona di rime per festeggiare il natalizio giorno di fille.[5]

Title page of Corona di rime per festeggiare il natalizio giorno di fille from 1748

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Tot de 20e eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

Als eerste sonnettenkrans in de Nederlandse literatuur wordt die van Justus de Harduwijn genoemd: De weerlijcke liefden tot Roosen-mond.[6] Strikt genomen is dit geen krans, maar een cyclus, aangezien de sonnetten niet in elkaar gevlochten zijn en er geen sprake is van een meestersonnet. Een andere bekende cyclus (die ook wel 'krans' genoemd wordt) is de Mathilde-cyclus van Jacques Perk. De cyclus bestaat uit 72 sonnetten die het verhaal vertellen van de liefde voor Mathilde.[7]

In deze almanak publiceerde Boelen de eerste Nederlandse sonnettenkrans.

In 1876 publiceerde H.Th. Boelen de eerste Nederlandse sonnettenkrans, in de Noord en Zuid Nederlandsche Tooneelalmanak van 1876 op pagina's 187-194. Hij gaf zijn krans de titel 'Saffo-fantasie'.[8] Het meestersonnet bestaat uit de veertien slotregels:


Door de eeuwen heen ligt klaar voor veler oogen,

Wat eens 't genie deed schittren voor een volk,

Gelijk het licht, dat doordringt door de wolk,

Bij oud en jong de vreugde zal verhoogen.


Ach! Zonder kunst is ieder beeld omtogen

Als met een floers, der droefheid somb’re tolk.

De schoonste gaarde is slechts een zwarte kolk

Als niet de zon verrijst aan ’s hemels bogen.


Materie ligt bedolven onder de aard.

Is goud en diamant u alles waard,

Begraaf u dan in diepe, donkre holen.


Maar, voelt ge ’t niet, ’t worde u geopenbaard:

De zon heeft ook de schatten daar vergaard

Drong daar zelfs door, hoe diep dan ook verscholen.


Omslag van 'Bloemen en knoppen', de dichtbundel met de tweede sonnettenkrans in het Nederlands.

De tweede echte sonnettenkrans uit de Nederlandse literatuur is van Eliza Laurillard. In zijn dichtbundel Bloemen en knoppen uit 1878 staat op de pagina's 51-63 zijn sonnettenkrans 'Der bloemen lof'.[9] Het meestersonnet is samengesteld uit de laatste regels van de voorgaande sonnetten en luidt als volgt:


Der bloemen lof zij ’t lied van stem en snaren,

Een psalm voor God wordt door haar opgezonden.

Wat macht, waardoor die wonderen ontstonden!

Aanbid, o mensch! onmachtig tot verklaren.


’t Zijn kleur en geur, die in ’t gebloemt’ zich paren.

’t Woord: ‘God is Goed!’ wordt in de bloem gevonden. –

Een bloemkrans wordt door ’t kind om ’t hoofd gebonden;

De bloemenspraak is taal der liefdejaren;


De bloemen zijn ’t, die ’t schoone bruidsfeest kronen;

Zij zijn ’t, die alle feestgenot verhoogen,

Die aan de kunstgaaf sier en steun verlenen;


Ook bij de smart kan nog het bloempje wonen;

’t Wekt moed en kracht en kan de tranen drogen; – –

Kom meê naar ’t veld! – De bloemen zijn verschenen.


De derde Nederlandstalige sonnettenkrans is van Jeanne Reyneke van Stuwe. Haar bundel Impressies (1898) opent met een echte krans van vijftien sonnetten.[10] Dit is het meestersonnet, samengesteld uit de eerste regels van de veertien voorgaande sonnetten:

Titelpagina van de bundel met de derde Nederlandstalige sonnettenkrans


Kom, neem nu mijn hoofd in uw lieve handen,

Kom, luister naar wat ik u zeggen wil:

Toen ’t stervend kwijnd’ en dooven ging heel stil,

Hebt gij mijn levenslicht weer hel doen branden


Met laaie vlam, niet doofbaar door een gril

Van wind, die speelziek overwaait de landen…

O, lief, mijn lief, die alle angst verbande…

Die door zijn gloed verwarmde ’t stormen kil…


Ik heb u lief… ik heb u lief, mijn leven…

Blij jublend roept mijn dankbaar hart het uit.

Ik voel mijn leden in verrukking beven…


Wat of die groote heerlijkheid beduidt?

Ik voel uw kussen op mijn lippen zweven,

En in mijn ooren beeft uw stemgeluid…

20e eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

De twintigste eeuw begint met Ideaal - een sonnettenkrans van René De Clercq uit 1900. Deze bundel bestaat uit 22 sonnetten die niet op elkaar aansluiten. Ook is er geen sprake van een meestersonnet; er is dus geen sprake van een sonnettenkrans, in weerwil van de ondertitel.[11] Nico van Suchtelen geeft zijn dichtbundel Liefde's dool de ondertitel Sonnettenkrans in vier boeken mee, maar daarmee is de bundel nog geen sonnettenkrans. Integendeel, de sonnetten zijn niet met elkaar verweven en er is ook geen meestersonnet.[12] Karel J. van Dorp publiceert Belijdenis in 1937[13], voor zover bekend is dit de vierde sonnettenkrans in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. In 1943 declameert Martien Beversluis Het Zaad voor de radio gedeclameerd met een symfonieorkest. In 1944 werd het uitgegeven in boekvorm bij Uitgeverij De Gulden Ster. Strikt genomen is dit geen echte sonnettenkrans, er is weliswaar een meestersonnet op basis van de beginregels van de veertien voorgaande sonnetten, maar deze sonnetten zijn niet met elkaar verweven.[14]

In 1960 publiceert Frédéric Bastet de sonnettenkrans 'Koning van Rome'. In de herdruk van 1980 staat op de achterflap dat deze sonnettenkrans 'de enige die ooit in het Nederlands is geschreven', hetgeen dus onjuist is.[15] Het nieuwjaarsgeschenk van Uitgeverij Váva van 1978-1979 was getiteld Een echte sonnettenkrans!, geschreven door Fiore del Campo. In tegenstelling tot wat de titel beweert is dit geen echte sonnettenkrans. De regels worden niet letterlijk overgenomen van het ene gedicht naar het andere, en in het meestersonnet worden de regels weer anders.[16] Miguel Declercq wint in 1997 de Hugues C. Pernath-prijs voor zijn bundel Person@ges. Een onderdeel van deze bundel is de sonnettenkrans 'Olipodriga'; het bijzondere aan deze sonnetten is dat ze geen witregels hebben, verder voldoet deze krans aan alle eisen van een sonnettenkrans.[17] De twintigste eeuw heeft dus drie echte sonnettenkransen opgeleverd.

21e eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

Het literair tijdschrift De Tweede Ronde plaatste in het lentenummer van 2000 een sonnettenkrans van Meindert Burger. Hij noemde deze reeks echter 'Sonnettenkroon' en het meestersonnet 'Magistraal'. Dit meestersonnet bevat het acrostichon 'jaloezie liefde'.[18] Ook uit 2000 is de dichtbundel Elektron, muon, tau van Maria van Daalen, in deze bundel staat een soort sonnettenkrans. De krans begint met 'Sonnet 0, de eerste regels', het meestersonnet dus. Daarna volgen er veertien sonnetten die niet aan elkaar gekoppeld zijn door middel van de laatste en eerste regels, wat dat betreft is het dus geen sonnettenkrans. Bijzonder is wel dat alle sonnetten ook in het Engels vertaald zijn. De achterflaptekst zegt: 'De eerste twee reeksen (...) zijn zelfs ware sonnettenkransen, ze bijten zichzelf in de staart en vormen elk een meestersonnet.' Dit is dus niet correct, niet alleen bijten de sonnetten elkaar niet in de staart, maar de tweede reeks van de bundel bestaat uit dertien sonnetten zonder meestersonnet. De eerste reeks heeft dan nog een meestersonnet en zou een soort krans mogen heten, de tweede reeks heeft helemaal niets van een sonnettenkrans.[19]

Huub Beurskens en Wiel Kusters publiceren Woongenot & Reisplezier in 2001 als twee sonnettenkransen (in 2006 herdrukt in de bundel In duizend kamers). In de meeste gevallen zijn de laatste regels niet gelijk aan de eerste regels, de meestersonnetten ontbreken. Er is dus geen sprake van correcte sonnettenkransen.[20] Ilja Leonard Pfeijffer schreef in 2004 'een baggersonnettenkrans' (zoals hij het zelf noemde): Touwen.[21] In Het grote baggerboek komt deze sonnettenkrans weer terug, maar dan als prozahoofdstuk: met de zinnen achter elkaar door geschreven en zonder witregels.[22]

In 2008 publiceerde Frank van Pamelen een sonnettenkrans in zijn bundel IKEA en andere verzen. Het meestersonnet van deze krans heeft het acrostichon 'gisterenmorgen'. Dit woord is tevens een basaltwoord (een woord dat een interne tegenstelling heeft, in dit geval dus: gisteren t.o.v. morgen).[23] Als alternatief boekenweekgeschenk van 2013 brachten 14 Tilburgse, 14 Nijmeegse en 14 Amsterdamse dichters drie sonnettenkransen uit als e-book: Gouden Tijden.[24]

De Kruisweg bestaat uit veertien staties, en dat getal inspireerde Wouter Ydema in 2014 tot een sonnettenkrans. In Het Gerecht heeft iedere statie en eigen sonnet en samen vormen ze het meestersonnet over de kruisdood van Christus. Dit meestersonnet is samengesteld uit de eerste regels van de veertiende voorgaande.[25]

Het geschenk van de poëzieweek 2015 was Giro Giro Tondo van Ilja Leonard Pfeijffer. Het is een sonnettenkrans, maar het is niet de 'in vormtechnisch opzicht niet eerder vertoonde gedichtencyclus in de Nederlandstalige literatuur', zoals de achterflaptekst vermeldt[26], er zijn immers eerder sonnettenkransen geschreven, ook door Ilja Leonard Pfeijffer zelf! Jaap van den Born heeft als reactie op de krans van Pfeijffer ook een sonnettenkrans geschreven: Gratis geschenk voor de poëzieweek. Deze sonnettenkrans is te vinden op de site van Het Vrije Vers.[27] Op Het Vrije Vers zijn meer sonnettenkransen verschenen.[28]

Het literair tijdschrift De Titaan publiceerde in het winternummer van 2016 een sonnettenkrans die door veertien individuele auteurs geschreven is. Onder hen Daan Doesborgh, Jaap van den Born, Frank van Pamelen en Peter Knipmeijer. De titel van deze krans is 'Gelukkig is het bij de buren feest’.[29]

O.B. Kunst heeft in 2017 een hermetische sonnettenkrans geschreven: Een snor van neushaar. Ondanks dat het een echte sonnettenkrans is met rijmende sonnetten is het taalgebruik ingewikkeld. De beschreven liefdesgeschiedenis geeft zich niet snel bloot. In deze sonnettenkrans komen diverse poëtische tradities bij elkaar, de vormvaste traditie en de ingewikkelde hermetische traditie. Dit kan gezien worden als een nieuwe stap in de ontwikkeling van het sonnet en de sonnettenkrans.[30]

In 2018, 2019 en 2020 schreven Anne-Marie Maartens en Bas Jongenelen sonnettenkransen als geschenken voor de poëzieweek: De hemel strooit zijn sterren aan de kant, Gouden ladders in de lucht en Door duizend kleurenbogen.[31] Deze boekjes werden in de boekwinkels in Zeeland cadeau gedaan. De eerste krans is te lezen op vijftien plexiglazen platen tussen Ellemeet en het Noordzeestrand.[32]

Poëzieweekgeschenk in Zeeland 2018

Hongerige Wolf (uit 2019) van Yur (pseudoniem van Jurrie Bosker (pseudoniem van R.K. Doff)) is een tweetalige bundel, ieder sonnet staat er in het Nederlands en in het Gronings. Tot en met sonnet IV is Hongerige Wolf een sonnettenkrans, daarna gaat scheef lopen. De eerst regel van sonnet V is niet precies de laatste regel van IV. In plaats van ‘Jij begrijpt het niet’, staat er ‘Ik begrijp het niet.’ Dan loopt het goed door tot en met sonnet XII. Sonnet XIII is namelijk helemaal geen sonnet, maar een gedicht van achttien regels. Sonnet XIV heeft een iets gewijzigde eerste regel (‘Ik zag Jezus’ in plaats van ‘Zag ik Jezus’). De laatste regel van sonnet XIV is niet de eerste regel van het eerste sonnet. Daarmee vormen de veertien sonnetten misschien wel een guirlande, maar geen krans. Het meestersonnet begint netjes met de eerste twee regels van sonnetten I en II, maar daarna komen er twee compleet nieuwe regels. Het meestersonnet loopt verder met enkele kleine variaties op de eerste regels verder. Al met al is deze bundel voor het grootste deel een sonnettenkrans.[33]

In het tweede nummer van 2019 van literair tijdschrift Het liegend konijn publiceerde Evi Aarens een sonnettenkrans met als titel 'Goed falen is een hoogbegaafde daad'.[34] De krans begint met het meestersonnet dat opgebouwd is uit de eerste regels van de sonnetten die volgen. De meeste sonnettenkransen eindigen met het meestersonnet, de aanpak van Aarens is dus niet gebruikelijk, maar valt wel degelijk onder de strenge regels van de sonnettenkrans.

'Corona' is het Latijnse woord voor 'krans', dus logisch dat er iemand in 2020, tijdens de coronapandemie een sonnettenkrans over het coronavirus schreef. Dat deed Catharina van Daalen. Het bijzondere aan haar sonnettenkrans is dat het meestersonnet het acrostichon covidnegentien bevat.[35]

Sonnettenraam[bewerken | brontekst bewerken]

Een bijzondere vorm van de sonnettenkrans is het sonnettenraam. Drs. P kwam met deze versie in 1984. Het sonnettenraam telt zestien sonnetten; het eerste sonnet bestaat uit de beginregels van de volgende veertien sonnetten; het zestiende sonnet bestaat uit de eindregels van die veertien sonnetten. De veertien tussenliggende sonnetten zijn niet met elkaar verweven zoals bij een sonnettenkrans.[36] Ko de Laat heeft een beknopte biografie van de wielrenner Giancarlo Perini geschreven in een sonnettenraam.[37]

Sonnettenkransenkrans[bewerken | brontekst bewerken]

In 1828 publiceerde Ludwig Bechstein zijn bundel Sonettenkränze.[38] Deze bundel bestaat uit veertien sonnettenkransen. Helaas was Bechstein niet op het idee gekomen om deze sonnettenkransen aan elkaar te koppelen tot een sonnettenkransenkrans. Een sonnettenkransenkrans bestaat uit veertien sonnettenkransen waarvan de meestersonnetten samen ook weer een sonnettenkrans vormen. De eindregels van de meestersonnetten vormen ook weer een sonnet (het grootmeestersonnet). Een sonnettenkransenkrans bestaat uit 196 in elkaar gevlochten sonnetten die veertien meestersonnetten en daarmee één grootmeestersonnet vormen; in totaal dus 211 sonnetten.

In 2016 slaagden Martijn Neggers en Bas Jongenelen erin om een sonnettenkransenkrans in het Nederlands samen te stellen. Het werk, met als titel Een kruisweg van alledaags leed, verscheen in boekvorm[39] en als poster.[40] Zo'n vijftig dichters verleenden er hun medewerking aan, waaronder Frank van Pamelen, Jaap van den Born en Peter Knipmeijer. De ondertitel van de sonnettenkransenkrans is De eerste sonnettenkransenkrans in de geschiedenis van de wereldliteratuur. Deze stelling is echter onhoudbaar, in andere talen waren al eerder sonnettenkransenkransen verschenen.

In andere talen waren al eerder sonnettenkransenkransen verschenen, zoals in het Sloveens. De oudste sonnettenkransenkrans is waarschijnlijk Sonetni venec sonetnih vencev van Mitja Šarabon uit 1971.[41] Uit 1994 is Sla sponina van Janko Moder uit 1994.[42] Milan Batista publiceerde in 1998 Veliki sonetni venec,[43] en Valentin Cundrič heeft in datzelfde jaar maar liefst acht sonnettenkransenkransen gepubliceerd. Een ervan heeft hij in eigen beheer uitgegeven: Pamtivid[44] (de tekst staat ook online).[45] De zeven andere staan in zijn boek Slovenska knjiga mrtvih.[46] Twee van deze kransen zijn ook online te vinden: Molitvenik peščeni[47] en Terjatve.[48] Deze Sloveense kransenkransen hebben echter geen meestersonnetten en grootmeestersonnetten, de lezer zou deze zelf in elkaar moeten kunnen puzzelen. Anton Gričnik bracht in 2005 een ietwat vreemde sonnettenkransenkrans uit: Hvalnica Življenju.[49] Het zijn 211 sonnetten, opgebouwd uit veertien sonnettenkransen, maar de veertien meestersonnetten zijn niet aan elkaar gekoppeld. De laatste regel van het eerste meestersonnet is niet de eerste regel van het tweede meestersonnet. Er is dus geen krans van meestersonnetten en daarmee is dit boek geen net volledige sonnettenkransenkrans.

De Russische literatuur heeft ook een behoorlijke traditie van sonnettenkransenkransen. Vladimir Germanovich Vasilyev schreef in 1987 zijn sonnettenkransenkrans Мир, maar hij kreeg deze niet als boek gepubliceerd, tegenwoordig[(sinds) wanneer?] staat hij wel op internet.[50] Anatoly Martynov publiceerde in 1996 Благовест,[51] in 2010 kwam Arkady Alferov met Корона венков сонетов[52] en in 2011 publiceerden Sergey Don Тебе, мой город,[53] en Elin Grigory Yakovlevich Колокол Герцелойды,[54] Izyaslav Kotlyarov bracht in 2001 Земля простит, но не прощает небо[55] en in 2015 Ещё за далью и за высотой uit.[56] Maar niet van iedere kransenkrans is te achterhalen wanneer hij gepubliceerd is, van Vladimir Ostapenko’s twee kransenkransen Отшельник[57] en Монолог[58] bijvoorbeeld. Of van Leo Himmelsohn’s Корона жизни – Око.[59] Ook Mark Polykovsky’s Волшебство сна[60] is ongedateerd, net als Метаморфозы van Sluka Alexander Yaroslavovich,[61] Мировоззре́ние Ми́стика van Igor Morozov,[62] При све́те – Не уснуть van Ananyin Valery Zosimovich,[63] en Моя Мифологики van Alexander Chetverkin.[64]

De Braziliaanse dichter Paulo Camelo[65] publiceerde in eigen beheer in 2002 Coroas de uma coroa. Zijn grootmeestersonnet (door hem 'soneto baso' genoemd) is tevens het eerste sonnet van de eerste krans, zodat zijn kransenkrans als het ware uitwaaiert vanuit dat eerste sonnet.[66] Joedson Adriano da Silva Santos is ook een Braziliaanse dichter die een sonnettenkransenkrans geschreven heeft. Alcides heet zijn kransenkrans en het gaat over de twaalf werken van Hercules. Voor zover bekend is dit dichtwerk niet in boekvorm uitgegeven, maar wel als poster.[67] Diezelfde Joedson (hij publiceert zijn gedichten onder zijn voornaam) kwam in 2018 met het boek Alcides. In dit boek is staan diverse sonnettenkransen en drie complete sonnettenkransenkransen: 'Teoria e Práxis', 'Parerga e Paralipomena' en 'Dodecatlo'. Die laatste kransenkrans is gelijk aan de Alcides die Joedson als poster heeft gepubliceerd.[68]

In Wit-Rusland is ook een sonnettenkransenkrans verschenen: in 2015 publiceerde Sophia Nikolaevna Shah Мару стаць я мастаком.[69] Het bijzondere aan deze sonnettenkransenkrans is dat het een kinderboek is, voor zover bekend is dit de eerste sonnettenkransenkrans als kinderboek. Shah publiceerde ook de sonnettenkransenkransen Адухаўленне (2000),[70] Прысвячэнне (2001),[71] Прызначэнне (2002),[72] Увасабленне (2003),[73] Спасціжэнне (2004),[74] Азарычы (2007)[75] en Каб тое выказаць… (2015).[76]

Olax is de eerste Nederlandse dichter die in zijn eentje sonnettenkransenkransen schrijft. Tot 2020 heeft hij er vier geschreven. De eerste heeft hij onder de titel Dichter bij het eind uitgegeven bij Uitgeverij De Bozige Bui. De sonnetten zijn shakespeariaans, hetgeen zeggen wil dat ze bestaan uit drie kwatrijnen met gekruist rijm en een distichon met gepaard rijm.[77] De daaropvolgende titels zijn 't Is egoïstisch, maar 't is mooi geweest[78], Ik maak er gauw een eind aan, en ik kom[79] en Met rasse schreden naar het laatste feest[80] zijn ook uitgegeven bij De Bozige Bui.

Hilde van Beek en Bas Jongenelen stelden in 2018 een sonnettenkransenkrans samen op basis van de veertien hoofdlijnen van de Nederlandse geschiedeniscanon (gemaakt onder voorzitterschap van Frits van Oostrom). Iedere hoofdlijn heeft een krans gekregen. In totaal schreven dertig dichters mee aan deze bundel, getiteld vaderlandse geschiedenis.[81]

Anne-Marie Maartens en Bas Jongenelen schreven in 2019 met 41 andere dichters de sonnettenkransenkrans De liefde: een met gif gevulde beker. In deze bundel spelen beroemde liefdeskoppels (zoals Romeo & Julia, Tarzan & Jane en Donald Trump & Stormy Daniels) de hoofdrol.[82]

Sonnettenmatrix[bewerken | brontekst bewerken]

Peter Knipmeijer bedacht de sonnettenmatrix: veertien sonnetten naast elkaar waarvan de horizontale regels ook weer veertien sonnetten vormen. Alle veertien eerste regels vormen samen een sonnet, alle veertien tweede regels vormen samen een sonnet, et cetera. Er wordt zelfs ook nog een diagonaal sonnet gevormd: van de eerste regel van het eerste sonnet, via de tweede regel van het tweede sonnet net zo lang door tot en met de veertiende regel van het veertiende sonnet. Knipmeijer heeft zelf geen sonnettenmatrix geschreven, maar Bas Jongenelen wel: Frituur is voor tevredenen of legen. Deze matrix is als papieren rol in een pvc-ring uitgegeven door Geroosterde Hond in 2017.[83]

Frituur is voor tevredenen of legen van Bas Jongenelen

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Miller Williams, Patterns of Poetry: An Encyclopedia of Forms, Baton Rouge, LA, LSU Press 1986, p. 105
  2. Giovanni Mario Crescimbeni, L’Istoria della volgar poesia, Venetië 1730, p. 444
  3. Annibale Caro, Apologia de gli academici di Banchi di Roma contra M. Lodovico Castelvetro da Modena, z.p. 1558, pp. 237-241
  4. Torquato Tasso, Opere di Torquato Tasso, volume V, Pisa 1832, pp. 5-11
  5. Corona di rime per festeggiare il natalizio giorno di fille, Napels 1748
  6. Justus du Harduwijn, De weerlijcke liefden tot Roose-mond (1613), editie O. Dambre, Zwolle 1956
  7. Jacques Perk, Gedichten, editie G. Stuiveling, Culemborg 1972
  8. H.Th. Boelen, 'Saffo-fantasie', in: Noord en Zuid Nederlandsche Tooneelalmanak, Amsterdam 1876, pp. 187-194
  9. E. Laurillard, Bloemen en knoppen, Amsterdam 1878
  10. Jeanne Reyneke van Stuwe, Impressies, sonnetten en verzen, 's Gravenhage z.j. (1898)
  11. René De Clercq, Ideaal - een sonnettenkrans, Gent 1900
  12. Nico van Suchtelen, Liefde's dool - Sonnettenkrans in vier boeken, Amsterdam z.j. (1913)
  13. Karel J. van Dorp, Belijdenis, een sonnettenkrans van zon en zee en ziel, Baarn 1937
  14. Martien Beversluis, Het zaad, een sonnettenkrans, Amsterdam 1944
  15. F.L. Bastet, Catacomben, Amsterdam 1980
  16. Fiore del Campo, Een echte sonnettenkrans!, Utrecht 1979
  17. Miguel Declercq, Person@ges, Amsterdam 1997
  18. Meindert Burger, 'Sonnettenkroon', in: De Tweede Ronde, Lente 2000, pp. 58-65
  19. Maria van Daalen, Elektron, muon, tau, Amsterdam 2000
  20. Huub Beurskens & Wiel Kusters, In duizend kamers, Amsterdam 2006
  21. Ilja Leonard Pfeijffer, De man van vele manieren, verzamelde gedichten 1998-2008, Amsterdam 2014, pp. 255-271
  22. Ilja Leonard Pfeijffer, Het grote baggerboek, Amsterdam 2004
  23. http://www.nederlandsepoezie.org/jl/2008/pamelen_ikea_en_andere_verzen.html
  24. http://estherporcelijn.nl/sonnettenkrans/
  25. Wouter Ydema, Het Gerecht, Leiden 2014
  26. Ilja Leonard Pfeijffer, Giro Giro Tondo, een obsessie, Amsterdam 2015
  27. http://hetvrijevers.nl/index.php/jaap-van-den-born/3384-gratis-geschenk-voor-de-po%C3%ABzieweek
  28. http://hetvrijevers.nl/index.php/zoeken2?searchword=sonnettenkrans&ordering=newest&searchphrase=all
  29. De Titaan, jaargang 2, winter 2016, p. 10
  30. O.B. Kunst, Een snor van neushaar, Tilburg 2017
  31. Anne-Marie Maartens & Bas Jongenelen, De hemel strooit zijn sterren aan de kant, Ellemeet 2018; idem, Gouden ladders in de lucht, Ellemeet 2019; idem, Door duizend kleurenbogen, Ellemeet 2020
  32. ’Kunstdorp Ellemeet kroont zichzelf met poëzieroute’, op: https://www.pzc.nl/schouwen-duiveland/kunstdorp-ellemeet-kroont-zichzelf-met-poezieroute~a40f3336/ (28 juni 2020)
  33. Yur, Hongerige Wolf, Groningen 2019
  34. Evi Aarens, 'Goed falen is een hoogbegaafde daad', in: Het liegend konijn, 2019/2, pp. 12-19
  35. Marie-José Klaver, 'Corona als kans voor een sonnettenkrans', op www.neerlandistiek.nl, 17 augustus 2020
  36. Drs. P en Ivo de Wijs, Het Rijmschap Compleet en nog meer lief en leed, Den Haag 1984, pp. 183-192
  37. Ko de Laat, Ach ja, 't is overal wel wat, Tilburg z.j. (2009), pp. 65-97
  38. Ludwig Bechstein, Sonettenkränze, Arnstad 1828
  39. Bas Jongenelen en Martijn Neggers, Een kruisweg van alledaags leed, Tilburg 2016
  40. https://basjongenelen.files.wordpress.com/2017/01/poster-definitief.pdf
  41. Mitja Šarabon, Sonetni venec sonetnih vencev, Ljubljana 1971
  42. Janko Moder, Sla sponina, Ljubljana 1994
  43. Milan Batista, Velike sonetni venec, Kranj 1998
  44. Valentin Cundrič, Pamtivid, z.p. (Jesenice) 1998
  45. https://web.archive.org/web/20181003221031/https://www.slovenci.it/images/slobooks/cundric_pamtivid.pdf
  46. Valentin Cundrič, Slovenska knjiga mrtvih, Kranj 1998
  47. http://lit.ijs.si/cund1.html
  48. http://lit.ijs.si/cund2.html
  49. Anton Gričnik, Hvalnica Življenju, Ljubljana 2005
  50. https://www.e-reading.club/bookreader.php/146905/Vasil%27ev_-_Korona_sonetov__Mir_.html
  51. Anatoly Martynov, Благовест, Sint-Petersburg 1996
  52. Arkady Alferov, Корона венков сонетов, Vladimir 2010
  53. https://vdocuments.mx/-5572142f497959fc0b93f95c.html
  54. Elin Grigory Yakovlevich, Колокол Герцелойды, Moskou 2011
  55. Izyaslav Kotlyarov, Земля простит, но не прощает небо, Minsk 2001
  56. Izyaslav Kotlyarov, Ещё за далью и за высотой, Moskou 2015
  57. https://www.stihi.ru/2009/05/25/6262
  58. https://www.stihi.ru/2010/03/30/1237
  59. http://litkonkurs.com/?dr=45&tid=320526&pid=0
  60. https://stihi.ru/2018/02/19/9458
  61. http://samlib.ru/s/sluka_a_j/ssluka_a_j.shtml
  62. https://www.stihi.ru/diary/nobfly/2009-05-02
  63. http://avtor.karelia.ru/elbibl/ananjin/pri_svete_ne_usnut.pdf
  64. http://www.al4et.narod.ru/mif.html
  65. http://www.paulo.camelo.nom.br Paulo Camelo's persoonlijke pagina
  66. Paulo Camelo, Coroas de uma Coroa, Recife 2002
  67. https://basjongenelen.files.wordpress.com/2018/03/joedson-adriano-alcides1.pdf
  68. Joedson, Alcides, Sanhauá / Tilburg 2018
  69. Sofia Shah, Мару стаць я мастаком, Minsk 2015
  70. Sophia Shah, Адухаўленне, Minsk 2000
  71. Sophia Shah, Прысвячэнне, Minsk 2001
  72. Sophia Shah, Прызначэнне, Minsk 2002
  73. Sophia Shah, Увасабленне, Minsk 2003
  74. Sophia Shah, Спасціжэнне, Minsk 2004
  75. Sophia Shah, Азарычы, Minsk 2007
  76. Sophia Shah, Каб тое выказаць…, Minsk 2015
  77. Olax, Dichter bij het eind, z.p. (Den Haag) 2018
  78. Olax, 't Is egoïstisch, maar 't is mooi geweest, z.p. (Den Haag) 2018
  79. Olax, Ik maak er gauw een eind aan, en ik kom, z.p. (Den Haag) 2019
  80. Olax, Met rasse schreden naar het laatste feest, z.p. (Den Haag) 2020
  81. Hilde van Beek & Bas Jongenelen (samenstelling), vaderlandse geschiedenis - een sonnettenkransenkrans, Ellemeet 2018
  82. Bas Jongenelen & Anne-Marie Maartens (red.), De liefde: een met gif gevulde beker, Ellemeet 2019
  83. Bas Jongenelen, Frituur is voor tevredenen of legen, Tilburg 2017