Sophia van Bar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sophia van Bar
1020-1093
Gravin van Bar
Periode 1033-1093
Voorganger Frederik III
Opvolger Diederik II
Vader Frederik II van Lotharingen
Moeder Mathilde van Zwaben

Sophia van Bar (ca. 1018 - 21 januari of 21 juni 1093) was de jongste dochter van Frederik II van Lotharingen en Mathilde van Zwaben. Ze werd samen met haar zuster Beatrix geadopteerd door haar tante, keizerin Gisela van Zwaben, en opgevoed aan het keizerlijk hof. Zij was erfgename van Bar en een aantal andere gebieden.

Biografie[bewerken]

Bij de dood van haar broer Frederik III werden Bar, Mousson, Amance en Sarreguemines en de abdij van Saint-Mihiel toegewezen aan Sophia. Het gaat hier om het zuidelijk deel van het territorium van haar familie. Het domein Bar werd in 1037 veroverd door graaf Odo II van Blois die echter bij Commercy sneuvelde. Sophia kreeg in 1038 de zeggenschap over haar gebieden toen ze trouwde met Lodewijk van Mömpelgard.[1] Met hem kreeg ze zeven kinderen:

Zij stichtte 1076 een priorij in Laître-sous-Amance. In de stichtingsakte wordt zij commitissa Sophia (gravin Sophia) genoemd.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Sophia van Bar
Overgrootouders Frederik I van Lotharingen (912–978)
∞ 954
Beatrix Capet (938-1003)
Folmar van Bliesgau (-)

 ? (–)
Koenraad I van Zwaben (940-997)

Richlind (~950-1035)
Koenraad van Bourgondië (922-993)
∞ 964
Mathilde van Frankrijk (943-992)
Grootouders Diederik I van Lotharingen (965-1027)
∞ 9
Richildis van Metz (ca. 965 - 995)
Herman II van Zwaben (-1003)

Gerberga van Bourgondië (965–1019)
Ouders Frederik II van Lotharingen (986-1027)
∞ 9
Mathilde van Zwaben (ca. 965 - 995)
Sophia van Bar (1018-1093)