Spaghettiwestern

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaghettiwestern is een bijnaam voor door Italianen gemaakte westernfilms (spaghetti is een Italiaanse deegwaar). Deze films waren in de tweede helft van de jaren 60 en in het begin van de jaren zeventig populair bij een groot publiek.

Het genre dankt zijn naam aan het feit dat deze door Italiaanse studio's geproduceerd werden. In eerste instantie was het een pejoratieve term, veroorzaakt door de vermeende belabberde kwaliteit van sommige van deze films. Hoewel de meeste spaghettiwesterns snel en goedkoop gemaakt werden en niet altijd even origineel waren, zitten er toch wel degelijk films van kwaliteit tussen. Sinds de jaren 80 is de spaghettiwestern in aanzien gestegen.

Veel spaghettiwesterns zijn uitgegroeid tot cultfilms.

Geschiedenis van het genre[bewerken]

Regisseur Sergio Leone

Sergio Leone is veruit de bekendste regisseur die het genre voortbracht, maar ook andere regisseurs, zoals Sergio Corbucci, Enzo G. Castellari, Enzo Barboni en Giuseppe Colizzi waren succesvol in het genre, zeker in Italië zelf.

Westerns waren altijd al populair in Italië en al in de jaren veertig werden er Italiaanse westerns geproduceerd, maar de eerste film die een beetje leek op wat later spaghettiwesterns genoemd zou worden werd in 1961 gemaakt: Era Sam Wallach... lo chiamavano 'così sia' (Savage Guns). De Italiaanse western brak echt door toen A Fistful of Dollars van Sergio Leone in 1964 verscheen. Deze film werd de stilistische blauwdruk voor de spaghettiwesterns.

De muziek, die gecomponeerd werd door Ennio Morricone, zou kenmerkend worden voor veel van de Italiaanse cowboyfilms. Morricone componeerde voor meer dan 100 spaghettiwesterns de muziek. In veel gevallen is de muziek bekender dan de film waarvoor hij geschreven werd.

Spaghettiwesterns waren met hun grove geweld, politiek incorrecte thema's en verbluffende stilering heel anders dan de klassieke Amerikaanse westerns.

Het hoogtepunt van genre was tussen 1966 en 1967, toen er zo'n 300 van dit soort films zijn gemaakt. Ook verschenen toen For a Few Dollars More en The Good, the Bad and The Ugly, twee zeer succesvolle films die klassiekers zouden worden. Beide werden geregisseerd door Sergio Leone. In diezelfde periode kwam ook Django (van Sergio Corbucci) uit, de eerste van ruim 25 films met 'Django' in de titel. Het waren geen vervolgen, die kwam pas in 1987, lang na hoogtijdagen van de spaghettiwestern. Franco Nero speelde toen voor het eerst weer Django in Django Strikes Again.

In 1968 verscheen The Great Silence (eveneens van Sergio Corbucci), een spaghettiwestern die zich volledig in de sneeuw afspeelde en met een stomme held. Jarenlang ging het gerucht dat Clint Eastwood er een remake van wilde maken. In 1968 verscheen Django Kill, een surrealistische en communistische western die horror-elementen met het genre combineerde. Een ander experiment was The Price of Power (1969), hierin werd de moord John F. Kennedy volledig gereconstrueerd in een wildwest-setting terwijl de regisseur op het einde ook nog eens een geheel eigen visie over de daders gaf.

Sergio Leone combineerde in Once Upon a Time in the West de spaghettiwestern met een episch historisch drama.

A Bullet for the General (1966) was een van de eerste spaghetti-westerns waarin links politieke idealen werden gepromoot. De film zette een trend van spaghettiwesterns waarin de Mexicaanse Revolutie als metafoor voor een communistisch ideaalbeeld werd gebruikt. Deze films werden Zapata-westerns genoemd, hierdoor werd de spaghettiwestern (wat al een subgenre op zich was) al weer onderverdeeld in subgenres. Andere beroemde Zapata-westerns waren A Professional Gun, Companeros en A Fistful of Dynamite.

De komische western deed zijn intrede. Het meest succesvolle hierin waren de Trinity-films waarin het komische duo Terence Hill en Bud Spencer de hoofdrollen speelden. Deze films waren zelfs nog succesvoller dan de films van Sergio Leone, die daardoor Hill uitnodigde om in het door hem geproduceerde My Name is Nobody te spelen, een film die de serieuzere Leone-western en de komische Hill-western probeerde te combineren. Ook deze film sloeg aan bij het publiek.

Na bijna duizend Italiaanse westerns had het genre halverwege de jaren zeventig een groot deel van haar aantrekkingskracht verloren. De laatste klassieker in het genre werd gemaakt in 1976 door Enzo G. Castellari: Keoma met spaghettiwesternicoon Franco Nero wordt door veel genreliefhebbers als een van de besten gezien.

De laatst gemaakte spaghettiwestern die nog een soort cultstatus kreeg was Sergio Martino's A Man Called Blade uit 1977. Deze film speelt zich af in een voortdurend van mist doortrokken westerndorpje. Martino zei dat hij op het idee van de mist kwam, omdat het westerndorpje in de Elios Studio in zo'n slechte staat was dat er weinig anders op zat.

Kenmerken[bewerken]

Componist Ennio Morricone

De spaghettiwesterns voldoen meestal aan de volgende kenmerken:

  • low-budgetproductie
  • opgenomen in Spanje en/of Italië
  • weinig dialogen
  • gewelddadig
  • geen uitgesproken onderscheid tussen goed en kwaad
  • figuranten hebben een mediterraan uiterlijk.

Door hun Europese achtergrond hadden de makers van spaghettiwesterns geen last van de censuur die de Amerikaanse overheid aan Hollywood had opgelegd in de vorm van de Hays Code. Volgens de Britse filmmaker en -recensent Alex Cox maakte dit dat veel films in het genre "anti-kapitalistisch, anti-interventionistisch en radicaal kritisch jegens het Amerikaanse binnen- en buitenlandse beleid" werden.[1]

Locaties[bewerken]

Veel van deze films werden opgenomen in de Cinecittà-studios in Rome en op locatie in het Spaanse Almería, onder anderen in de Tabernaswoestijn, omdat het woestijnachtige landschap daar lijkt op het landschap van het zuidwesten van de Verenigde Staten. Om deze reden zijn de Mexicaanse Revolutie, Mexicaanse bandieten en het grensgebied tussen Mexico en de Verenigde Staten terugkerende motieven.

Lijst van spaghettiwesterns[bewerken]


Regisseurs[bewerken]


Componisten[bewerken]


Acteurs[bewerken]