Speciësisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hoewel beide dieren zijn, worden koeien grotendeels behandeld als productiemiddel en gedood om te worden gegeten, terwijl honden meestal een speciale status en behandeling krijgen als huisdieren

Speciësisme is de gedachte dat er sprake is van discriminatie tussen wezens op basis van hun soort, doorgaans discriminatie van diersoorten door de mens. De term werd bedacht door Richard Ryder en is bekender geworden door filosofen als Peter Singer. Het woord - een isme, met als eerste component het Latijnse woord species dat (dier)soort betekent - is gevormd naar analogie met woorden als seksisme (discriminatie naar geslacht) en racisme (discriminatie naar ras).

Betekenis[bewerken]

Kenmerkend voor de gedachte is dat er niet primair wordt gekeken naar de eigenschappen of belangen van het individuele dier, maar naar de eigenschappen of belangen van de soort waartoe het bewuste dier behoort. Daarbij gaat het in de praktijk alleen om de verhouding tussen dieren en mensen en, meer in het bijzonder van het gebruik van dieren ten nutte van de mens, bijvoorbeeld als landbouwhuisdieren of proefdieren. De mens wordt daarbij niet als diersoort beschouwd. De in de natuur veel voorkomende parasitaire verhouding waarbij het ene diersoort de eigenschappen van een andere diersoort gebruikt en waarvan die andere diersoort hinder ondervindt valt namelijk buiten de theorie. Dat geldt ook voor symbiose; de samenleving van twee diersoorten waarbij zij over en weer profiteren van bepaalde eigenschappen van de andere soort.

Speciësisten[bewerken]

Het concept speciësisme betreft een meestal niet bewust beredeneerde positie, maar eerder een soort vanzelfsprekende houding. Personen die aan de definitie 'speciësist' beantwoorden - en dus bijvoorbeeld een ezel als lastdier gebruiken omdat zij menen dat de ezel als soort geschikt is om goederen te vervoeren - zien zichzelf vaak helemaal niet als zodanig. Zij vinden het 'natuurlijk' dat mensen dieren gebruiken, ook al gebeurt dat misschien op een manier die schadelijk is voor die individuele dieren zelf. Sommigen onder hen vinden hun gelijk daarbij in de Bijbel of andere heilige geschriften waaruit zou blijken dat de mens door God boven andere soorten is gesteld.

Anti-speciësisten[bewerken]

Tegenstanders van speciësisme beschouwen discriminatie van andere dieren als in wezen net zo kwalijk als seksisme of racisme. Zij pleiten voor het toekennen van rechten aan dieren die aansluiten bij hun (subjectieve) beleving en belangen. Zij zien daarbij echter wel over het hoofd dat symbiose ook een vorm van speciësisme is: de ezel die lasten draagt voor zijn eigenaar wordt door die laatste gevoed en verzorgd en geniet bescherming tegen predatoren. Bekende tegenstanders van het speciësisme zijn de filosofen Peter Singer (Australië) die in 1975 het boek Animal Liberation schreef (in het Nederlands vertaald als Dierenbevrijding), en Tom Regan (VS) die 1983 het boek The Case For Animal Rights schreef. Bekende tegenstanders binnen Nederland zijn filosofen Floris van den Berg (auteur De Vrolijke Veganist), Titus Rivas (auteur Onrechtvaardig Diergebruik) en Paul Cliteur (auteur Darwin, Dier en Recht). Activistische dierenrechtenorganisaties als Animal Freedom en Animal Rights nemen het gedachtengoed van deze filosofen als hun uitgangspunt. Het veganisme neemt de meest ultieme stelling tegen het speciësisme, door alle vormen van onnodig geacht diergebruik af te wijzen.

De grootste religies gaan ervan uit dat de mens een door God of de natuur gegeven voorrang geniet boven dieren. Seculiere kritieken richten zich vaker op het feit dat de vergelijking tussen speciësisme en (bijvoorbeeld) racisme mank gaat, en dat dierenrechtenactivisten door het gebruiken van de term speciësisme het racisme en seksisme trivialiseren. Emancipatiebewegingen van vrouwen en etnische minderheden werden vaak geïnitieerd door deze groepen zelf. Zij rechtvaardigden hun strijd door erop te wijzen dat zij evenzeer mensen waren, niet dat zij evenzeer 'wezens met een bewustzijn' waren. Er zijn opponenten die soms het bestaan van bewustzijn bij dieren in twijfel trekken. Dat wil zeggen dat ze het (net als de Franse filosoof René Descartes) voor mogelijk houden dat niet-menselijke soorten niet meer dan een soort biologische robots zonder subjectieve gedachten, gevoel of beleving zijn.

Referenties[bewerken]