Knipperlicht: verschil tussen versies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Verwijderde inhoud Toegevoegde inhoud
Paul B (overleg | bijdragen)
Versie 38729055 van Paul B (overleg) ongedaan gemaakt. Tekst is op zuch nog wel zinvol, teruggeplaatst voor betere verwerking in de tekst.
Paul B (overleg | bijdragen)
wat herschikking.
Regel 3: Regel 3:


Een '''knipperlicht''' is een [[licht]] dat niet constant brandt, maar met een zekere regelmaat (meestal tussen de 30 en 200 maal per minuut) aan en uit staat. Een knipperlicht is opvallender dan een vast licht, en wordt doorgaans gebruikt om de aandacht te trekken, bijvoorbeeld om voor mogelijk gevaar te waarschuwen.
Een '''knipperlicht''' is een [[licht]] dat niet constant brandt, maar met een zekere regelmaat (meestal tussen de 30 en 200 maal per minuut) aan en uit staat. Een knipperlicht is opvallender dan een vast licht, en wordt doorgaans gebruikt om de aandacht te trekken, bijvoorbeeld om voor mogelijk gevaar te waarschuwen.

Bij een [[actief beveiligde overweg]] knipperen twee rode lampen om en om. Dit heeft het voordeel dat men zelfs als men maar zeer kort kijkt altijd een licht ziet branden.

Een [[zwaailicht]] lijkt, gezien vanuit één richting, te knipperen.


==Uitvoering==
==Uitvoering==
Knipperlichten zijn op verschillende manieren technisch te realiseren. Men kan de lichtbron constant laten branden maar de lichtstraal periodiek onderbreken of laten roteren (zwaailicht). Meestal echter wordt de lamp afwisselend aan en uit gezet door een wisselend elektrisch signaal aan te bieden. Dit signaal kan elektronisch worden opgewekt, maar in oudere installaties gebeurt dit soms nog elektromechanisch. Het is ook mogelijk een [[bimetaal]] in of op een gloeilamp te gebruiken om de lamp onder invloed van zijn eigen warmte te laten in- en uitschakelen.
Knipperlichten zijn op verschillende manieren technisch te realiseren. Men kan de lichtbron constant laten branden maar de lichtstraal periodiek onderbreken of laten roteren ([[zwaailicht]]). Meestal echter wordt de lamp afwisselend aan en uit gezet door een wisselend elektrisch signaal aan te bieden. Dit signaal kan elektronisch worden opgewekt, maar in oudere installaties gebeurt dit soms nog elektromechanisch. Het is ook mogelijk een [[bimetaal]] in of op een gloeilamp te gebruiken om de lamp onder invloed van zijn eigen warmte te laten in- en uitschakelen.


==Toepassingen==
==Toepassingen==
Regel 18: Regel 14:
* oranje knipperlicht naast de weg als aanduiding dat er een gevaarlijk punt nadert, bijvoorbeeld een kruispunt;
* oranje knipperlicht naast de weg als aanduiding dat er een gevaarlijk punt nadert, bijvoorbeeld een kruispunt;
* een [[verkeerslicht]] fungeert soms op rustige momenten in de nacht als knipperlicht;
* een [[verkeerslicht]] fungeert soms op rustige momenten in de nacht als knipperlicht;
* rood knipperlicht bij een [[overweg]] of [[Brug (bouwwerk)#Bruggen naar wijze van openen of dichtgaan|beweegbare brug]];
* rood knipperlicht bij een [[overweg]] of [[Brug (bouwwerk)#Bruggen naar wijze van openen of dichtgaan|beweegbare brug]]; bij deze toepassing knipperen vaak twee rode lampen om en om. Dit heeft het voordeel dat men zelfs als men maar zeer kort kijkt altijd een licht ziet branden.
* knipperende [[navigatielicht]]en in de scheepvaart en de luchtvaart;
* knipperende [[navigatielicht]]en in de scheepvaart en de luchtvaart;



Versie van 17 aug 2013 17:36

Beweegbare brug met rode knipperlichten
Gokkasten met knipperende lichten om de aandacht te trekken

Een knipperlicht is een licht dat niet constant brandt, maar met een zekere regelmaat (meestal tussen de 30 en 200 maal per minuut) aan en uit staat. Een knipperlicht is opvallender dan een vast licht, en wordt doorgaans gebruikt om de aandacht te trekken, bijvoorbeeld om voor mogelijk gevaar te waarschuwen.

Uitvoering

Knipperlichten zijn op verschillende manieren technisch te realiseren. Men kan de lichtbron constant laten branden maar de lichtstraal periodiek onderbreken of laten roteren (zwaailicht). Meestal echter wordt de lamp afwisselend aan en uit gezet door een wisselend elektrisch signaal aan te bieden. Dit signaal kan elektronisch worden opgewekt, maar in oudere installaties gebeurt dit soms nog elektromechanisch. Het is ook mogelijk een bimetaal in of op een gloeilamp te gebruiken om de lamp onder invloed van zijn eigen warmte te laten in- en uitschakelen.

Toepassingen

In het verkeer worden knipperende lichten vaak gebruikt om bestuurders van een voertuig of vaartuig te attenderen op naderende voertuigen, manoeuvrerende voertuigen of kruisend verkeer. Een aantal voorbeelden:

  • richtingaanwijzer op een motorvoertuig;
  • blauwe zwaailichten op voertuigen van hulpdiensten (voorrangsvoertuigen);
  • gele zwaailichten op een voertuig dat bijzondere manoeuvres uitvoert;
  • oranje knipperlicht naast de weg als aanduiding dat er een gevaarlijk punt nadert, bijvoorbeeld een kruispunt;
  • een verkeerslicht fungeert soms op rustige momenten in de nacht als knipperlicht;
  • rood knipperlicht bij een overweg of beweegbare brug; bij deze toepassing knipperen vaak twee rode lampen om en om. Dit heeft het voordeel dat men zelfs als men maar zeer kort kijkt altijd een licht ziet branden.
  • knipperende navigatielichten in de scheepvaart en de luchtvaart;

Daarnaast worden knipperlichten gebruikt bij installaties waar men binnen het bereik van bewegende delen kan komen. Te denken valt aan een elektrisch bedienbaar hek of een bewegende portaalkraan.

Knipperende lichten die niet zijn bedoeld als waarschuwing, maar meer om aandacht te trekken, vinden we bijvoorbeeld in gevelreclame en op speelautomaten en flipperkasten. Knipperende kerstverlichting en discolampen beogen bij de toeschouwer een aangename visuele ervaring.

Trivia

  • Bij twee geliefden die hun relatie dikwijls beëindigen en daarna toch steeds weer bij elkaar komen, spreekt men wel van een "knipperlichtrelatie".