Nachtdier: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geen verandering in de grootte ,  6 jaar geleden
k (Wijzigingen door 84.83.104.182 (Overleg) hersteld tot de laatste versie door TBloemink)
Veel nachtdieren zijn door [[selectiedruk]] aangepast aan het nachtelijke leven, onder meer door een goed ontwikkeld gehoor, tast- en/of reukvermogen. Sommige nachtdieren hebben ogen waarmee ze goed in het donker kunnen zien, terwijl andere juist een verminderd gezichtsvermogen hebben en vrijwel volledig afhankelijk zijn van hun overige [[zintuig]]en. [[Snorhaar|Snorharen]] om de omgeving af te tasten komen voor bij veel zoogdieren en sommige [[vleermuizen]] gebruiken hun stem en gehoororganen als [[sonar]]systeem. [[Herkauwers]] hebben hun spijsvertering zodanig aangepast, dat zij het overdag verzamelde (plantaardige) voedsel tijdens de nachturen op een veilige plaats verder kunnen verteren. Overdag slapen nachtdieren overwegend in donkere holen of andere schuilplaatsen.
 
Bij dieren die recent overgeschakeld zijn op een nachtactieve levenswijze, ontbreken dergelijke aanpassingen geheel of grotendeels. Zo zijn bepaalde groepen van de [[bosolifant]] in de twintigste eeuw 's nachts gaan fouragerenfoerageren, waarschijnlijk om de mens te ontlopen, maar dieren uit deze populaties zijn genetisch niet of nauwelijks te onderscheiden van soortgenoten. Het staat ook te bezien of deze gedragsaanpassing blijvend is.
 
== Ogen ==

Navigatiemenu